Voldoening en dankbaarheid
2000-08-18
Bij het mislopen van het Camp David-overleg tussen Israël en de Palestijnen heb ik er behoefte aan iets van dankbaarheid en voldoening onder woorden te brengen betreffende ons eigen geloof in onderscheiding van dat van Joden en Palestijnen.- Jaargang 44
- nummer 17
De besprekingen onder de energieke leiding van president Clinton zijn vastgelopen op de status van Jeruzalem, zo meldde de krant. Voor beide partijen is deze stad een plaats van een hoog heiligheidsgehalte.
Dat maakt de onderhandelingen erover zo moeilijk en uitzichtloos.
De dankbaarheid envoldoening die ik uit wil spreken betreffen het feit dat wij christenen er geen heilige plaatsen op na houden. Volgens het eigen woord van de Meester in zijn gesprek met de Samaritaanse vrouw: 'De ure komt en is nu, dat de waarachtige aanbidders de Vader aanbidden zullen (niet op de berg Gerizim, zoals jullie Samaritanen denken, en ook niet in Jeruzalem, waar wij dat tot dusverre gedaan hebben, maar) in geest en in waarheid' (Joh. 4 : 23). Volgens dit geloof staan wij vreemd tegenover het getouwtrek van Joden en Palestijnen rondom het bezit van Jeruzalem als heilige plaats. Dat geeft ons een onpartijdige bewegingsvrijheid die ons in staat stelt misschien iets voor beide strijdende partijen te zijn en te doen. Daarom sta ik ook pal achter president Clinton die dat nog eens opnieuw geprobeerd heeft.
Achterdochtige journalisten weten daarover niets anders te melden dan dat de president op het scheiden van de markt nog een succes binnen wil halen, maar ik wil zijn poging positiever benaderen. Hij is ook vanuit zijn (Baptistische) geloof eenvoudigweg de aangewezen bemiddelaar tussen de twee tegenstrijdige belangen. Ik weet niet of hijzelf dat zo ziet, maar objectief gesproken is dit zo. En al is onze positie weer een heel andere dan de zijne, iedere christen is in staat en geroepen vanuit zijn geloof olie op de golven in plaats van op het vuur van dit conflict te gooien. Het indrukwekkendst zal onze bijdrage zijn als wij in de praktijk van ons leven laten zien dat ons geloof ook zonder zulke heilige plaatsen uitstekend gedijt.
Daartoe helpe ons God Almachtig.
Geen heilige plaatsen
Wij hebben sinds de komst van Christus in de wereld geen heilige plaatsen meer. Dat deze werkelijkheid de christenen door de eeuwen heen niet altijd even helder voor ogen heeft gestaan bewijzen de kruistochten. Die zijn destijds op gang gekomen omdat pelgrims die naar Jeruzalem reisden om op het heilige graf te bidden door moslims werden lastiggevallen. Het grote debacle waarop die tochten zijn uitgelopen hebben ons voor duur lesgeld nog eens kunnen leren hoe gevaarlijk het is te vergeten dat de aanbidding van God voor ons niet gebonden is aan enige bijzondere plaats op aarde.
Dat is voor ons, zoals behalve het evangelie ook die middeleeuwse misser ons duidelijk gemaakt heeft, voorgoed voorbij. Pelgrimstochten, zoals bijvoorbeeld die naar Santiago de Compostella, hebben voor ons slechts toeristische waarde. Ik weet wel dat dit bezig is te veranderen en dat met name protestanten aan een inhaalmanoeuvre op dit gebied begonnen zijn, maar hun inspanningen komen het toeristische toch maar nauwelijks te boven. Voor een serieuze tocht trouwens naar een bedevaartsplaats is het een vereiste dat men bidt en daar is, zoals we allen weten, onze tijd niet sterk in. De verticaal is dus uit dat reizen goeddeels weg, men gaat zonder òp te gaan. Maar wie nog wel bidt mag weten dat hij dat overal kan doen en dat de kans op verhoring op elke plaats even groot is. De geest en de waarheid (het echt ter zake komen, betekent dat) waar de Heiland het bidden aan bindt zijn internationaal en de kruisvaarders hadden daarvoor hun thuislanden niet hoeven te verlaten.
Reeds het tentheiligdom van Israëls woestijntijd was mobiel en dat was een profetie van hoe het zou worden en nu ook is. Onze belijdenis zegt het zo: 'Deze heilige kerk is niet gevestigd in, gebonden aan of beperkt tot een bepaalde plaats, of gebonden aan bepaalde personen, maar zij is verbreid en verstrooid over heel de wereld' (art. 27 NGB). Geen hadj (verplichte bedevaart naar Mekka) en geen 'volgend jaar in Jeruzalem' zijn voor ons nog nodig.
Plaatsen door de herinnering geheiligd
Natuurlijk kennen wij wel plaatsen die door de herinnering geheiligd zijn, steunpunten die ons helpen het daar gebeurde te onthouden. In hetzelfde hoofdstuk waarin de Heiland dat machtige woord spreekt over de komende en gekomen ure van de aanbidding in geest en in waarheid lezen wij ook van 'het veld dat Jakob aan zijn zoon Jozef gegeven had' en over 'de bron van Jakob' (Joh. 4 : 5/6). Bijzonderheden die de evangelist bij zijn vertelling van de ontmoeting van Jezus met de Samaritaanse vrouw de moeite van het opmerken waard heeft gevonden, maar waarop we Jezus toch niet met een buitengewone eerbied zien reageren.
'Jezus nu was vermoeid van de tocht en bleef zo bij de bron zitten' (vers 6).
Ik hoor in dat 'zo' iets ongegeneerds, de Here Jezus liet zich niet leiden door gevoelens van reverentie of schroom.
Hij plofte bij die bron neer en bleef zitten waar Hij terecht was gekomen zo. Leuk van deze evangelist is verder ook nog dat als hij vertelt dat Johannes de Doper te Aenon bij Salim doopte, hij er ter verklaring aan toevoegt dat hij dat op die plaats deed 'omdat daar veel water was' (Joh. 3 : 22). Niet dus omdat het water daar op die plaats een hogere graad van heiligheid bezat, laat staan omdat die plaats voor religieus toerisme gemakkelijk toegankelijk was, nee, niets anders dreef de Doper dan de nuchtere overweging dat er water in overvloed stroomde, zodat zelfs als hij ermee zou morsen er nog niets onherstelbaars gebeurde. Je kunt deze evangelist er bepaald niet van verdenken dat hij het ontstaan van heilige plaatsen in de hand heeft gewerkt. Misschien heeft hij wel een beginnende cultus op dit gebied gesignaleerd en het is mogelijk dat hij die dan met zijn ontnuchterende opmerkingen de kop heeft willen indrukken.
Vanuit ditzelfde streven zou ook aannemelijk te maken zijn dat hij in het verhaal van de genezing van de blindgeborene de naam van het badwater Siloam als 'uitgezonden' verklaart (Joh. 9 : 7). Een duidelijke toespeling op Jezus als de Gezondene des Vaders, zeker, maar ook dat woord uitzenden nodigt niet uit met de harten aan deze uiterlijke plaats van handeling te blijven hangen, het stuurt je eerder weg dan dat het je aan die plek bindt. Al zijn er dus plaatsen die door de herinnering geheiligd zijn, heilige plaatsen worden dat nergens in het evangelie.
De wereld
Wat zou nu de reden kunnen zijn dat de Schrift ons zo volstandig bij de plaatsen waar het heil geschied is vandaan haalt? Dat zij ze wel noemt, ter ondersteuning van onze zwakke memorie, maar ons er volstrekt niet aan bindt? Heel eenvoudig: 'Alzo lief heeft God de wereld gehad dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe' (Joh. 3 : 16), waarmee overeenstemt dat Jezus bij onze vierde evangelist de Heiland der wereld heet (Joh. 4 : 42).
God heeft niet gewild dat wij als kerk met de rug naar deze wereld zouden staan. En dat gebeurt onherroepelijk als wij ons laten boeien door heilige plaatsen, Jeruzalem voorop. Ik denk nu aan die christenen die via het Chiliasme (de leer van het duizendjarig rijk) iets bijzonders met Jeruzalem hebben.
Als je ze hoort is wat er rondom Jeruzalem en met de Joden gebeurt de spil waaromheen heel de geschiedenis draait. Alles wordt geduid vanuit dat veronderstelde 'midden'. Alle gebeuren waarbij Joden betrokken zijn beleven ze als heilige geschiedenis en ze zijn zwaar beledigd als je de holocaust ook maar vergelijkt met wat Pol Pot met de Cambodjanen gedaan heeft (alsof dat een soort Untermenschen betrof!) Maar als je op deze manier kerk bent en vanuit zo'n instelling wereldzending bedrijft dan geef je de oude en de nieuwe christenen een verkeerde oriëntatie mee. Die moeten immers helemaal niet met ingehouden adem naar het Midden Oosten gaan zitten kijken! Dat leidt af van de taken en mogelijkheden die ze in het eigen land en tegenover hun eigen volksgenoten hebben. Wil de kerk zich intens met de samenleving waarin zij staat bemoeien dan moet ze niet gehinderd worden door een wereldkaart met een alle aandacht opeisend centrum waaromheen de rest niet meer dan rand en wat daar plaats vindt slechts randgeval is. Met een variant op het bekende woord van de historicus Ranke dat 'jede Epoche unmitelbar zu Gott' is, zou ik willen zeggen dat 'jede Stelle unmittelbar zu Gott' is. Dat is: Niet alleen elke tijd maar ook elke plaats heeft een directe lijn met de hemel. Sinds de hemelvaart van de Heiland mogen we zeggen dat elke plek op aarde geestelijk even belangrijk is. Daarvoor was het anders en moesten we voor het heil inderdaad de kant van Jeruzalem op kijken. En nog is het zo dat we op het toen en daar geschiede heil zijn aangewezen, maar Christus heeft die oriëntatie op tijd en plaats in zichzelf vervuld en vervolgens mee naar de hemel genomen en Hij is daar nu voor iedereen, wanneer of waar ook maar, rechtstreeks toegankelijk.
'Hij is hier niet'
Dit geeft aan de kerk een bewegelijkheid en een armslag die niet te onderschatten zijn. Het vervult mij altijd met trots als ik van mensen hoor dat ze in de verste uithoeken van de wereld christenen zijn tegengekomen.
'Parters, Meders en Elamieten en die inwoners van Mesopotamië zijn', zingt het dan door mijn hoofd. Prachtig, die verspreiding van christenen over de aardbol zonder de oriëntatie op en de afhankelijkheid van een aards centrum!
Om maar te zwijgen van de kostenbesparing die daaruit voortvloeit.
Stel je voor dat ieder christen volgens religieuze verplichting een keer in zijn leven naar Jeruzalem moest reizen. Judas zou nog gelijk krijgen: Dat geld zou beter aan de armen gegeven kunnen worden. Zeker, een reisje naar Israël/Palestina is niet te versmaden en kan helpen al het toen en daar gebeurde nog wat helderder voor de ogen te krijgen. Ik zelf heb dat voorrecht ook mogen genieten.
Maar heilsnoodzakelijk is zo'n trip beslist niet. 'Hij is hier niet', schreef ik op een ansicht uit Jeruzalem naar een vriend in Nederland. ('Maar Hij was hier wel', zei mijn vrouw in reactie daarop en daar had zij weer gelijk in.) Maar nee, Hij is daar niet meer aanwezig dan op andere plaatsen en dat is waarachtig geen armoede. Met voldoening en dankbaarheid geef ik aan dit eigene van onze christelijke godsdienst getuigenis. Het is niet naar de mode van onze tijd om dat te doen, dat moet ik toegeven. Christenen behoren het jodendom te bewonderen en christenen behoren de islam te vrezen en christenen behoren hun eigen religie onder kritiek te bedelven, dat is wat de tegenwoordige mode voorschrijft.
Laten we dat gerust eens doorbreken en de vinger leggen bij voordelen van ons geloof op punten waar andere godsdiensten met onoplosbare moeilijkheden te kampen hebben, zoals de kwestie Jeruzalem laat zien. En laten wij er onze winst mee doen, in het belang van iedereen en ook in dat van de strijdende partijen.
Wij kunnen er zelfs mee werven in het gesprek der godsdiensten.