Portret

2000-08-18
  • Jaargang 44
  • nummer 17
In een vorige Snipper viel de naam van Vader Amos Dlamini of kortweg Baba (=Vader) Amos zoals alle ouderen over hem spraken. Blanken uit het oude Zuid-Afrika zouden hem kortweg Amos genoemd hebben terwijl ze vandaag in het nieuwe Zuid-Afrika (om toch in de pas te blijven) ‘meneer Dlamini’ zouden zeggen. In de zwarte landelijke samenleving, veel minder aangeraakt door politieke omwentelingen, zou Baba Amos Baba Amos zijn gebleven.
Voor mij is hij dat nu nog, bijna twaalf jaar nadat hij op Kerstavond 1988 beestachtig vermoord werd: Baba Amos.
Toen ik hem leerde kennen een goede veertig jaar geleden, was hij hoewel nog onder de vijftig, al een man van aanzien in de Groothoekwereld. Niet zozeer omdat hij voorzitter was van het schoolcomité of de verantwoordelijkheid had voor het verplichte dippen oftewel ontluizen van de honderden koeien die elke maandagmorgen naar de diptank werden gejaagd; ook niet omdat hij voorganger was van een Ethiopisch kerkgroepje dat zoals men wel wat spottend zei meer ambtsdragers had dan leden -het waren er ook niet meer dan een schamel tiental- nee, Baba Amos werd gerespecteerd omdat hij een eerlijke kerel was, intelligent, een geboren leider, nooit dronken en geen vrouw hoefde bang voor hem te zijn. Van het eerste begin aan konden we goed met elkaar opschieten. Vader Amos, één van de zeer weinige Zoeloes die mij niet vleide maar openlijk zei: zo doen wij Zoeloes niet, dat zeg je zo niet in Zoeloe. Wat heb ik veel van hem geleerd! Toch zou het nog meer dan tien jaar duren eer hij zijn kerkgroepje zou volgen en zich bij ons zou aansluiten.
Achteraf lees ik daarin dat de Heer het goed met mij voorhad! Baba Amos zou de zoveel jongere, onervaren en nog schuchtere zendeling ondergeploegd hebben. Nu kreeg ik nog wat tijd om te groeien. Want vanaf dat hij zich bij de kerk van Nompofane aansloot, kon het niet anders of zijn vele kwaliteiten zouden ook in de kerk ontdekt en gebruikt worden. En zo ging het ook! Hij werd als het ware zonder benoemd te zijn, ouderling en later evangelist. Maar hij was ook groot genoeg om op catechisatie bij mij te gaan, en later met anderen op mijn preekles waar hij tot zijn dood toe is gebleven. Wat een leerling! Wat een gesprekken, debatten, botsingen soms, zonder ooit ruzie te hebben gehad!
Op de kerkenraad later kon hij vaak zeggen: de blanke umfundisi is weer te haastig!
Vele tientallen huisdiensten hebben we samen geleid van Mcibi tot Shiyampahla en uren achter elkaar paardgereden op de voetpaadjes tussen de bergen.
Zijn vrouw, ook altijd zo waardig en nu wel heel diep in de zeventig, vind ik nog regelmatig in de kerk op Esimozomeni waar de familie later in de stamoorlogen van Groothoek een heenkomen zocht. Dan kunnen we het niet nalaten om over vroeger te praten, de tijd van Vader Amos. Maar nog nooit heb ik de moed gehad haar te vragen of het waar is wat ik al een paar maal gehoord had. Toch weet zij het antwoord.
Zij is erbij geweest toen de vijand die regenachtige Kerstnacht de eenzame huttengroep van de Dlaminifamilie overrompelde. Baba Amos had al zo dikwijls zijn eigen zoons en wie er maar bij betrokken was, gezegd nu toch op te houden met die zinneloze acties van wraak en weerwraak, steeds iets meer wreed en iets meer bloeddorstig.
Maar tenminste twee Dlamini-zoons waren bij die nimmer eindigende Afrika-vete betrokken. De eenzame huttengroep stond op de lijst. En men kon in de striemende regen van die nacht niet buiten in het veld slapen wat ze altijd met droog weer toch deden. Wat er gebeurd is, staat vast.
Baba Amos en een zoon werden die nacht slapend aangetroffen. Zijn vrouw mocht wegvluchten. Vader en zoon werden met bijlen en kapmessen afgeslacht.
Dat is wat werkelijk gebeurd is. Ik heb zelf de lijken later nog uit Richmond gehaald. Maar wat er vóór die moordpartij nog zou hebben plaatsgevonden in die nacht. Ik kon dat haast niet geloven. Vrome mythe-vorming?
Maar daar ontmoette ik nog maar onlangs na de kerk op Esimozomeni de oudere zoon die die nacht in een andere hut aanwezig was geweest.
Ik vroeg hem: wat is er precies die nacht gebeurd? Wil je me dat nog eens vertellen?
Nee, het bleek dus toch geen mythe te zijn geweest. Vader Amos had begrepen: het einde is daar, en toen in het tumult geroepen: laat mij eerst bidden. Dat werd door de vijand toegestaan.
Vader Amos deed zijn laatste gebed. Daarna sloeg men hem dood.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief