Dromer

2000-08-18
  • Jaargang 44
  • nummer 17
Ze heeft meer meegemaakt dan je zo op het eerste gezicht zou zeggen.
Zorgelijke donkere ogen in een donker gelaat. Soms blijft ze even staan praten.
Jas aan, tas voor de borst geklemd en ready-to-go wanneer het te persoonlijk dreigt te worden.
Ik heb geduld, ze is nog twee jaar op school als alles mee zit.
Na drie maanden komt het er opeens uit.
‘M’n broertje wordt niet ouder dan 17 jaar.’ ‘Hoezo niet?’ vraag ik haar.
Het verhaal komt er als een waterval uit.
Twee jaar terug, op een soort van kermisachtig pretpark met rondtrekkende mensen, hebben ze de toekomst laten voorspellen door een oude vrouw. Eentje uit Oost Europa, eentje die het echt kon.
‘Wat is er voorspeld’, vraag ik.

De vrouw heeft, onder leiding van geesten drie voorspellingen gedaan, eentje over school (uitgekomen) eentje over verkering (uitgekomen) en op aandringen van de jongen had ze een voorspelling gedaan over z’n leven. Hij zou maar 17 worden. Voor zijn achttiende zou hij sterven.
Ze ratelt maar door, vertelt allerlei bijzaken die op de een of ander manier heel logisch voor me klinken.
Ze sluit af met een radeloze zucht wat en vraagt moet ze nou moet doen, jij weet toch ook heel veel van geesten?

Ik snap haar reactie, ik heb ooit in haar klas verteld over de Heilige Geest en over onze heer Jezus Christus.
Ik heb ooit eens verteld dat ik ook doodsbang voor geesten zou zijn, als ik niet het (doop)teken van Christus op mijn voorhoofd zou hebben.
Ze kent onze God niet. Zit per ongeluk op een christelijke school, heeft ze ooit eens gezegd.
Ik vraag haar of ze echt geloof in die voorspelling. ‘Ja, natuurlijk’, zegt ze.
‘En je broertje?’ ‘Ja die ook, en hij gaat steeds nonchalanter reageren’, reageert ze.
Ik vraag wat ze al gedaan heeft en welke optie ze overweegt.
Ze heeft van alles overwogen.
De vrouw weer opzoeken om het ‘ongedaan’ te laten maken. Of een andere hele goede waarzegger opzoeken en vragen of hij hetzelfde voorspelt of iets anders ziet.
Ik vraag waarom ze dat nog niet gedaan heeft. Het antwoord is simpel; Die eerste voorspelling is gewoon te sterk en door geesten gedaan, die draaien dat niet meer terug.

Wat zeg je in zo’n geval? Dat het niet waar is? Dat ze zich geen zorgen hoeft te maken?
Ik zeg haar dat ik volgende week een antwoord heb en er met iemand over moet praten.
Dat doe ik, ik leg het voor in gebed.

Na een week komt ze weer langs. Gaat zelfs zitten.
Ik vertel haar dat dergelijke vervloekingen volgens mij kunnen bestaan.
Misschien ook nu in het geval van haar broertje. Maar ik vertel ook dat mensen zich er volgens de bijbel niet mee moeten inlaten.
Ik kan niets voor jou doen. Ik kan jouw angst niet wegnemen.
Maar, zeg ik haar, dat kan Jezus Christus wel. En aangezien jij Hem nog niet kent en jouw nood nogal hoog is, heb ik het voor je gedaan.
‘Wat gedaan?’ Nou, ik heb Hem gevraagd of hij die (mogelijke) vervloeking wil verbreken en jou en je broertje wil laten zien dat Hij machtiger is dan iedere duivelse geest, macht of kracht op deze aarde.
We babbelen nog een tijdje door. Ze lijkt blij dat ik haar serieus neem, maar verwacht er schijnbaar nog niet veel van.

In deze zomer wordt de knul 18 jaar.
Na de vakantie zal ik eens informeren hoe het met hem gaat.
Ik mag er nu toch van uitgaan dat hij gewoon 18 wordt?

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief