Het evangelische lied
2000-09-01
Onlangs werd in onze gemeente een nieuw liedboek in gebruik genomen. Niet in plaats van het bekende Liedboek voor de kerken, maar daarnaast. Evangelische Liedbundel, zo is de naam, en hij is uitgegeven door het Evangelisch Werkverband binnen de SoW-kerken, in samenwerking met het Confessioneel Gereformeerd Beraad. Het moet nog wennen, het zingen uit deze bundel, want we staan in Zeist meer aan de Liedboekkant, maar het markeert toch een overgang die niet alleen tot onze gemeente beperkt blijft.- Jaargang 44
- nummer 18
Warmte
Het gereformeerde wil zich in onze dagen verrijken met het evangelische.
Men zoekt bij de evangelischen de warmte die in de gereformeerde kerkdienst wel eens ontbroken heeft en ontbreekt. En als het zo gesteld wordt kan ik daar ook goed in meekomen.
Voor mijn persoonlijke vorming ben ik nog altijd dankbaar voor de evangelische invloed die ik aan de vrije faculteiten van Vaux-sur-Seine bij Parijs en Bangui in de Centraal Afrikaanse Republiek ondergaan heb en L'Abri ben ik er ook nog steeds erkentelijk voor dat het onder ons al vroeg begonnen is de brug tussen evangelisch en gereformeerd te slaan en een goed evenwicht tussen beide te zoeken.
Geen vervanging dus van het gereformeerde door het evan-gelische, maar verrijking en uitwisseling tussen die beide. Kort gezegd: Wij hebben elkaar nodig; zij zorgen voor het vlees, wij voor de botten.
Gênant
Er zijn trouwens wel dingen die ik in het evangelische lied wat gênant vind. Als ik zeven, acht maal dezelfde regel zing, zie en hoor ik mezelf bezig en dat is van de gemeentezang toch niet de bedoeling. Ik vind het ook niet erg dat ik daar niet aan wennen kan. Zomin als aan de muzikale willekeur die je er wel in aantreft. De vele malen gezongen regel dreigt (vind ik) de functie te krijgen van een Indische mantra, een gebedsformule of een meditatiespreuk, waarvan de kracht inderdaad in de herhaling zit. Dat brengt gevaarlijk dicht in de buurt van de waarschuwing van de Heiland dat wij niet moeten menen door de veelheid van onze woorden verhoord te zullen worden (Matteus 6 : 7).
Maar wie zal durven ontkennen dat ook niet-gezongen gebeden daaraan kunnen lijden...? Van pikzwarte dominees in galmende kerken, bijvoorbeeld.
Afwezigheid van ritueel
Wat mij verder opvalt is dat er in onze kerken nog wel eens fel gereageerd wordt op de evangelische inbreng.
Kritiek heb ik ook wel, zoals uit het bovenstaande blijkt, maar er is toch een vorm van kritiek die mij kritisch doet kijken naar wie ermee komt. Het komt voor dat mensen vanwege het evangelische lied de kerkdiensten beginnen te verzuimen en het gebeurt zelfs wel dat ze dan hun heil zoeken bij kerken die notoir vrijzinnig zijn. Er blijkt dan duidelijk dat de bezwaren uit iets anders dan een gereformeerde instelling voortkomen.
Wat is dat andere? Zou het kunnen wezen dat men zich aan de evangelische directheid stoot? Aan de ongegeneerde rechtstreeksheid waarmee men zich zingend tot God wendt? Het evangelische kenmerkt zich door de afwezigheid van ritueel. En wat is ritueel of rite? De rite is een 'techniek' waarmee men een emotioneel geladen situatie de baas zoekt te worden en te blijven. Denk bijvoorbeeld aan een begrafenisritueel. Als daar een gat in geslagen wordt, doordat (ik noem maar iets) de kist ergens tegenaan botst, dan kan zich de emotie die tot dan toe beheerst werd explosiegewijs ontladen in kreten en ander misbaar. Je ziet dan voor ogen hoe goed en nuttig het is dat de mens zich met rituelen tegen emotionele gebeurtenissen als een begrafenis wapent. Eenvoudig om die zo goed mogelijk in de hand te houden en te kunnen doorstaan.
Spontaan
Maar dat gaat dan wel ten koste van de spontaneïteit. En hoe verantwoord het ontbreken daarvan nu ook bij begrafenissen is, voor een kerkdienst kun je daar toch je twijfels over hebben. Rituelen zijn onmisbaar, maar ze kunnen te overheersend worden.
Een kerkdienst ook, die kan inderdaad te ritueel verlopen. Zelfs zozeer dat het ritueel in een riedel van stereotype loopjes ontaardt. En in onze tijd waarin de kerkdienst meer dan voorheen een zaak van ons allen in plaats van alleen de predikant wordt, zie ik daarin verandering komen. De mensen willen zich spontaan uiten. Ik denk dat wij als gereformeerden aan deze behoefte een eindweegs tegemoet kunnen komen, met behoud van het goede dat in het ritueel zit. Er zijn kerken die het daar vanwege het straffe ritueel moeilijker mee hebben.
Voor ons hoeft dat niet te gelden.
Al zou je het niet altijd zeggen, wij hebben de souplesse in huis. Het gereformeerde namelijk zoekt ook in zijn liturgie in de buurt van de eenvoud van de Schrift te blijven. En dat maakt soepel, want de bijbel is wel eenvoudig maar ook veelvormig. Die veelvormigheid mag in de kerkdienst terugkomen.
'Ja'
Ik herinner me dat ik eens, het was geloof ik nog in mijn eerste gemeente, een preek gehouden heb over enkel en alleen het ene woordje 'ja' in de Statenvertaling van Lucas 11 : 28. Dat was nu wel een beetje speels, maar de serieuze ondertoon ontbrak er toch niet aan. Stel je voor: 'Onze tekst vanmorgen is: Ja'- dat klinkt wel apart.
Maar goed, laat ik verder gaan met mijn preekverslag. Onze tegenwoordige vertaling heeft in plaats van dat 'ja' het woord 'zeker'. Dat woordje 'ja' of 'zeker' maakt deel uit van een kort gesprek dat Jezus met een vrouw uit de schare voert en waar de evangelist als volgt verslag van doet: 'En het geschiedde toen Hij deze dingen sprak, dat een vrouw uit de schare haar stem verhief en tot Hem zeide: Zalig de schoot die u heeft gedragen en de borsten die Gij hebt gezogen!
Maar Hij zeide: Zeker! Zalig die het woord Gods horen en het bewaren!' Met dat 'ja' of 'zeker' beaamt Jezus de spontane uitroep van deze vrouw en tegelijk gooit Hij er met wat Hij verder zegt wat koelwater overheen.
Want Hij wil dat het enthousiasme van de vrouw in de kerkdienst van dat moment de maandagmorgen haalt.
Het spontane is immers nogal eens een razendsnel lopende motor die doorbrandt.
'Nee'
Ik geloof dat dit 'ja' van Jezus ons kan helpen de juiste houding tegenover de evangelische spontaneïteit te vinden.
De Groot Nieuws bijbel lijkt weliswaar een andere mening toegedaan, want die vertaalt het betreffende Griekse woord uit de genoemde tekst niet met 'ja' maar met 'nee'. En nu zeg ik niet dat het Grieks die vertaling niet toelaat (het gaat om een van die vele kleine voegwoordjes in het Grieks die soms lastig te vertalen zijn), maar ik vind het toch een misser.
Waar met name de Katholieken - vanwege Maria, natuurlijk, wier zaligheid dan immers zou worden tegengesproken! - niet blij mee zullen zijn.
En terecht niet. Want eigenlijk wordt op deze manier die vrouw met haar enthousiasme de mond gesnoerd en ik kan niet geloven dat Jezus dat bedoelt. Jezus geeft deze spontane vrouw het volle pond en tegelijk tilt Hij haar geestdrift naar het hogere niveau van een algemene geldigheid.
Is deze vrouw typisch evangelisch, de Here Jezus vind ik hier meer gereformeerd, als ik dat zo zeggen mag. Niet typisch gereformeerd, want dan zou Hij inderdaad 'nee' hebben moeten zeggen, maar gereformeerd in de beste betekenis van dat woord doordat Hij voor het spontane een kader van consistentie en duurzaamheid schept.
Ik zie mezelf al...
Het zal daarom niemand verbazen dat ik ervoor pleit dat aan het evangelische lied in onze erediensten een bescheiden plaats wordt ingeruimd.
Stevig ingepakt in psalmen en gezangen, dat wel, maar toch: een moment waarop de spontane vreugde van het geloof zich ongeremd kan laten gaan.
Dat is goed voor ons allemaal. Zelfs mensen van een hoge statuur als Saul kunnen daardoor onder de profeten geraken. Vergeet niet dat wij als gereformeerden wat aan de intellectuele kant van de samenleving zitten en het is bekend dat juist de ontwikkelden zich aan spontaneïteit moeilijk kunnen overgeven. Zij zijn daarvoor te overbewust en te reflecterend en zien daardoor zichzelf teveel bezig ('ik zie mezelf al...'). Laten zij zich maar moeite geven hun remmingen te overwinnen. En dan nog iets: Achter het verzet tegen het evangelische kan ook valse schaamte schuil gaan. Dat wij ons met onze beheerste samenkomsten zo min mogelijk van de wereldse gehoorzaal willen onderscheiden.
Ik weet wel, 'liever vijf woorden met mijn verstand dan duizend in een tong', zei Paulus (I Corinthiërs 14 : 19) en dat mag ons best op het lijf geschreven staan, maar toch staan er in de brieven van deze zelfde apostel van die heerlijke stukken en passages waar je spontaan alle remmen bij losgooit. Waarom zouden we ons met de ene Paulus identificeren en ons van de andere vervreemden? Is de 'waarheid' van de kerkdienst soms niet pluriform?