en de manier waarop God echt gediend wil worden (1)
2000-09-01
Het is een onmiskenbaar gegeven, dat religieuze gebruiken de neiging hebben te verstarren tot vaste rituelen.- Jaargang 44
- nummer 18
De kerkelijke wereld is er tot in alle uithoeken toe mee gevuld. Dat wil niet zeggen, dat al die rituelen alleen maar uiterlijk vertoon zouden zijn. Als dat het geval was, zouden ze het namelijk niet zo lang volhouden en gauw verdwenen zijn. Maar zo is het niet. Natuurlijk zijn er mensen bij wie het deelnemen aan die rituelen tot een sleur geworden is, maar talloze anderen zijn er met hun hele hart bij. Bij hen is het helemaal doorleefd en een uiting van diepe vroomheid.
Zij worden erdoor geraakt en gestimuleerd in hun religieuze gevoelens.
Misverstand
Er bestaat een hardnekkig misverstand, dat stelt dat de godsdienst van de Farizeeërs en schriftgeleerden alleen maar uiterlijk vertoon was en niets met hun gevoel te maken had.
De gangbare voorstelling plaatst dan die uiterlijke godsdienst tegenover de innerlijke en die laatste is dan natuurlijk de ware godsdienst. Je komt deze voorstelling van zaken in vrijwel alle commentaren tegen. Toch hebben we in deze voorstelling van zaken te maken met een karikatuur. Wie de geschriften van de rabbijnen op zich laat inwerken of wie een gesprek aangaat met mensen voor wie rituelen belangrijk zijn, komt er al gauw achter, dat hun godsdienstigheid wel degelijk doorleefd is. Wie ritualisme bestrijdt omdat het alleen maar uiterlijk vertoon zou zijn, heeft er weinig van begrepen. Hij bereikt ook degenen die hij bestrijden wil niet, want die zullen zich in zijn voorstelling niet herkennen. Dat alles betekent niet, dat er op ritualisme niets aan te merken zou zijn, maar die kritiek ligt op een ander niveau. Iets daarvan komt aan de orde in Jes. 58, waar de manier waarop het volk Israël vast, onder de loep genomen wordt en waarin de HERE de profeet oproept luidkeels Israëls overtreding aan de kaak te stellen. In de grondtekst staat een woord dat die overtreding karakteriseert als rebellie, opstand tegen God.
Onaangename opdracht
Dat zal voor de profeet geen aangename opdracht geweest zijn. Over zonden van anderen praten wij, mensen, immers bij voorkeur achter hun ruggen om. Dan blijven we zelf namelijk buiten schot. Mensen rechtstreeks met hun zonden confronteren, maakt jezelf kwetsbaar. Als het verkeerd wordt opgepakt, kun je het doelwit van hun agressie worden. Heel wat profeten hebben dat ondervonden.
Daarom is het niet zo aanlokkelijk mensen openlijk op hun zonden te wijzen. En als het al eens onvermijdelijk is, doen we het zo voorzichtig mogelijk en omgeven met excuses.
Met alle respect hoor, zeggen we dan.
Alsof zonden respect verdienen! Ach ja, wij zijn van die zachte heelmeesters geworden. De profeet moet het anders doen. Hij moet de confrontatie onversluierd en publiek aangaan en daarbij zoveel mogelijk aandacht trekken, zodat niemand er zonder het op te merken aan voorbij kan gaan.
Hij moet het – om het naar onze tijd toe te vertalen – voor alle televisiezenders gelijktijdig doen, zodat het overal doordringt. Op die manier moet hij het volk met de neus op zijn rebellie drukken. Nee, dat was geen aangename opdracht, waar je in je handen wrijvend en met enthousiasme aan begint. Bovendien kon de profeet bij voorbaat verwachten, dat die aanklacht bij het volk verkeerd zou vallen en dat men zou zeggen: hoe haalt u het in uw hoofd dat ons leven getypeerd wordt door opstand tegen God! Ziet u dan niet dat het juist helemaal doortrokken is van vroomheid?
Vroom volkje
Nou, dat is waar, zegt de HERE. Het is werkelijk een vroom volkje. En hun vroomheid is geen dorre buitenkant waar niets achter zit, maar komt wel degelijk voort uit een innerlijke behoefte. Ze zoeken Mij dagelijks, zegt God. Dat wil niet zeggen, dat ze niet meer wisten waar Hij was en een speurtocht naar Hem op touw gezet hadden. Zo wordt het tegenwoordig vaak opgevat. Hij/zij is een echte zoeker, zegt men dan bewonderend, alsof dat soort zoeken pas het ware is.
Maar in de bijbel heeft die uitdrukking ‘God zoeken’ daar niets mee te maken. Daar betekent het gewoon: God opzoeken, bij Hem op bezoek komen, bij Hem aankloppen. Dat deden ze elke dag. Dagelijks klopten ze bij God aan. Dat zag er goed uit, zou je denken. En die indruk wordt nog versterkt door wat de HERE verder zegt: ze hebben er een welgevallen aan mijn wegen te kennen. Met andere woorden: ze vinden het fijn te horen wat God wil. Naar onze tijd toe vertaald: ze gaan trouw naar de kerk en horen graag een preek. Ze willen weten wat God te zeggen heeft. Als je hen ziet en hoort, moet je zeggen: dat zijn werkelijk vrome mensen, die God en wat Hij geboden heeft, serieus nemen. Ze bidden, brengen hun offers en vasten regelmatig. Geen sprake van dat het bij hen alleen maar buitenkant en sleur is. Ze willen echt graag dicht bij God leven.
Maar ze hadden wel een probleem.
Wat heeft ons vasten eigenlijk voor zin? vroegen ze zich af. God reageert er helemaal niet op. We verootmoedigen ons met ons hele hart voor Hem, maar het laat Hem kennelijk koud. O zeker, ze bleven het wel doen, maar toch begon bij hen de twijfel te knagen.
Wat schieten we er eigenlijk mee op? Kunnen we er niet net zo goed mee stoppen?
Vasten bij Isra.l
Vasten was in de mozaïsche wetten alleen voorgeschreven op de Grote Verzoendag, als een teken van verootmoediging wegens bedreven zonden.
Dat was de enige dag waarop alle Israëlieten moesten vasten. Verder kon een vastendag worden uitgeroepen in verband met noodsituaties voor heel het volk, zoals in het geval van een dreigende oorlog of een hongersnood (vgl. 2 Kron. 20:1-3; Jer. 36:9; Joël 1:14). Dit soort algemene vastendagen kwamen aanvankelijk dus niet vaak voor, maar later, in de tijd van de profeet Zacharia – dat wil zeggen: kort na de terugkeer uit Babel – was er blijkbaar een praktijk gegroeid, waarin er afgezien van de Grote Verzoendag nog op vier andere vaste dagen per jaar gevast werd (Zach. 8:19).
Veel gebruikelijker was echter het persoonlijke vasten op vrijwillige basis. Een heel natuurlijke aanleiding ervoor was een sterfgeval in de familie.
Ook al heb je je helemaal niet voorgenomen te vasten, dan schuif je in zo’n situatie immers toch al gauw je bord opzij met de woorden: ik heb helemaal geen trek. Dit vasten ontwikkelde zich tot een gangbaar rouwgebruik.
Daar doelde Jezus op, toen Hij zei: als de Bruidegom van hen wordt weggenomen, dan zullen mijn discipelen vasten (Matth. 9:14,15 e.p.).
Maar je kon ook vasten als verootmoediging wegens een persoonlijke zonde of wegens ziekte (Ps. 35:13) of om Gods ontferming af te smeken over de deplorabele situatie van Gods volk (Dan. 9:3). Er waren dus aanleidingen genoeg om te vasten. Maar net als het algemene vasten nam ook van dit persoonlijke, vrijwillige vasten de frequentie toe. Het ontwikkelde zich na verloop van tijd tot een ritueel dat nauwelijks of helemaal niets meer met een persoonlijke aanleiding te maken had. In de tijd van het Nieuwe Testament waren de dinsdag en donderdag tot wekelijkse vastendagen uitgegroeid en was iemand als de Farizeeër uit de gelijkenis, die twee keer per week vastte, geen uitzondering.
Het was een ontwikkeling die aan het eind van de oudtestamentische periode al volop in gang gezet was. In naam bleef dit vasten een vrijwillig karakter dragen, maar in werkelijkheid werden mensen die er niet volop aan meededen, al gauw met een scheef oog aangekeken en verdacht van een gebrek aan vroomheid.
Kritiek van Jezus
Dat werd nog in de hand gewerkt, doordat iemand die vastte, al op een afstand herkenbaar was. Hij droeg namelijk een rouwgewaad, had as op zijn hoofd gestrooid en liep met gebogen hoofd (vgl. vers 5). Het was een ontwikkeling die de Prediker al tegen de borst stuitte. Draag altijd witte kleren en doe altijd wat lotion op je haar, hield hij de mensen voor (Pred. 9:8). De Here Jezus sloot zich onvoorwaardelijk bij deze kritiek aan (Matth. 6:17). Je kunt zeggen dat Jezus’ onderricht sterk antiritualistisch was. De enorme hoeveelheid rituelen, die het oudtestamentische godsdienstige leven rijk was, is bij Hem teruggebracht tot een tweetal: doop en avondmaal. Dat heeft alles te maken met het feit dat de rituelen hulpmiddelen waren voor de tijd waarin Gods volk nog onmondig was (vgl. Gal. 3:23-25). Rituelen leerden Gods volk lopen. Nu het dankzij de Geest volwassen geworden is, hebben ze afgedaan.
Wie in het tijdperk van de Geest weer steun zoekt bij allerlei rituelen, infantiliseert zijn geloofsleven.
Met zijn kritiek bedoelde Jezus dus niet te zeggen, dat degenen die vastten er in hun hart niets van meenden.
Ook het vasten zelf wordt niet veroordeeld.
Wie vasten wil, mag dat doen, als hij het maar zo doet, dat het niet ontaarden kan in een publieke demonstratie van persoonlijke vroomheid. Daarmee ontneemt Jezus aan het vasten zijn rituele en publieke karakter. Als het vasten niet meer aan uiterlijke kenmerken te herkennen valt, is het namelijk geen ritueel meer en kan het ook niet meer dienen als een gemakkelijk te hanteren graadmeter van iemands vroomheid.
Pressiemiddel
Bij Israël had het vasten bovendien het karakter gekregen van een middel om iets bij God te bereiken. Als je je gebed ondersteunde met vasten, kon God er om zo te zeggen niet meer onderuit om je te geven wat je vroeg.
Het werd beoefend als een soort pressiemiddel om God onder druk te zetten, precies zoals men tegenwoordig met een hongerstaking (een heel rigoureuze vorm van vasten!) een regering of andere instanties onder druk probeert te zetten.
Ik kom een dergelijk denken ook onder christenen wel eens tegen.
Onlangs las ik ergens dat je sommige dingen van God kunt krijgen door middel van gebed, maar dat er ook dingen zijn waarvoor gebed niet voldoende is. Om die te verkrijgen moet je niet alleen bidden maar ook vasten.
In deze gedachtegang heeft vasten het door en door onbijbelse karakter van een hongerstaking gekregen.
Maar ook ten aanzien van het gebed alleen kom je dergelijke ideeën tegen.
Sommigen denken: als je een 24-uurs gebedsketen van een aantal christenen kon formeren, zou God wel moeten luisteren. Dat is een heidense gedachte, waaraan ook Israël ten prooi gevallen was. En juist op dit punt liep men vast. Hoe kan dat nu?
zeiden ze. We spannen ons enorm in met vasten en het levert ons niets op.
God negeert het gewoon. Waar doen we het dan eigenlijk nog voor?
Volgende keer verder.