Rechtvaardig zijn in overvloed

2000-09-15
  • Jaargang 44
  • nummer 19
De pointe van mijn vorige meditatie was dat oog om oog, tand om tand een rechtvaardig principe is, dat getuigt van naastenliefde. Maar Jezus zegt in de Bergrede:

Ik zeg u, de boze niet te weerstaan, doch wie u een slag geeft op de rechterwang, keer hem ook de andere toe; en wil iemand met u rechten en uw hemd nemen, laat hem ook uw mantel; en zal iemand u voor één mijl pressen, ga er twee met hem. Geef hem, die van u vraagt, en wijs hem niet af, die van u lenen wil.

Mattheüs 5: 38-42

Drie stappen
We moeten niet menen dat Jezus hiermee de regel oog om oog ontbindt.
Jezus vervult de wet, laat zien wat zij werkelijk inhoudt. Met betrekking tot het oog-om-oogbeginsel laat Jezus zien dat de liefde en rechtvaardigheid, die het recht van vergelding karakteriseren, vragen om niet al te snel aanspraak te maken op dat recht.
Er is namelijk nog overvloediger gerechtigheid mogelijk.
Als we het gebod oog om oog meer naar zijn wezenlijke strekking zouden naleven, zou dat een stap vooruit zijn.
Maar daarmee is het eindpunt niet bereikt. Jezus gaat ons voor op een weg die verder voert. Niet één stap (als slachtoffer met minder dan volledige vergelding genoegen nemen), niet twee stappen (afzien van alle vergelding), maar drie stappen vooruit door niet alleen af te zien van alle vergelding, maar daarbij ook bereid te zijn nog meer kwaad te verdragen.
Let wel: Jezus stimuleert ons die stappen te nemen als wij persoonlijk het slachtoffer zijn. De man wiens vrouw wordt geslagen en daarop zegt: ‘Sla haar ook maar op de andere wang’, heeft het niet begrepen.

Letterlijk
Van het algemene beginsel de boze niet te weerstaan geeft Jezus zeer concrete voorbeelden. Voor een goed begrip van de reikwijdte van dit principe doen we er goed aan te letten op de beperking die in deze (overigens ook letterlijk te nemen) voorbeelden besloten ligt. Jezus heeft het over een wang- of kaakslag en niet over slaan tot bloedens toe. Die extra mijl lopen kost ons een goed kwartier en geen jaren. Het is goed die nuances te zien, zodat we bij de toepassing van het algemene principe niet vervallen in onbedoelde extremiteiten.
Een ondernemer zei: ‘Als iemand mij bedriegt voor ƒ50.000 gulden, dan kan ik mijn andere wang niet toekeren, want nog zo’n klap en ik ben failliet’. Dat vraagt Jezus niet van ons.
De vader die al het huishoudgeld aan bedelaars geeft, gaat verder dan de zorg voor zijn kinderen toelaat.
Natuurlijk moeten we wel voorzichtig zijn in het beperken van de reikwijdte van Jezus’ woorden. We mogen ons laten uitdagen om heel ver te gaan, maar dan niet in het absurde, maar in grotere liefde.

Ontwapenend
IJs smelt niet door wind en vrieskou, maar door windstilte en zonnewarmte.
Liefde is verdraagzaam, ook in de hoop zo het kwade te overwinnen door het goede. De bedoeling van de andere wang toekeren is niet uitlokking van nog meer geweld, maar juist ontwapenend te zijn. Vurige kolen op het hoofd van onze tegenstander hopen, opdat hij beschaamd zich van zijn kwaad bekeert. De geschiedenis levert vele inspirerende voorbeelden waaruit blijkt dat dit ook mogelijk is.
Zo wist David Saul tijdelijk tot bedaren te brengen. De evangelist Billy Bray boekte voor zijn bekering als bokser veel overwinningen. Na zijn bekering sloeg hij een keer niet terug toen hij zonder aanleiding geslagen werd en boekte een dubbele overwinning: hij overwon de ander door ‘deze boze niet te weerstaan’ en won de man hierdoor tevens voor Christus.
Maar als iemand het kwade niet met verdraagzame liefde kan overwinnen, en als het kwaad blijft voortduren en onderhand ondragelijk is geworden, dan mag zo iemand met een gerust geweten terugvallen op het rechtvaardige en liefdevolle oog-om-ooggebod.

Niet te beledigen
Al deze dingen kunnen we alleen doen als we het uit liefde doen. Jezus doet dus een beroep op ons hart. De slag op de rechterwang, waarschijnlijk met de rug van de rechterhand, werd niet zozeer als pijnlijk maar veeleer als beledigend ervaren. Vanwege dat beledigende karakter stond er een boete van omgerekend een paar honderd gulden op. Iemand wiens gevoel van eigenwaarde gegrond is in Gods liefde voor ons zal niet zo diep in zijn eer aangetast zijn door een klap in het gezicht. Of als iemand van ons eist wat we uit liefde ook wel hadden willen geven, dan hoeven we ons niet beroofd te voelen. Wie zijn naaste liefheeft zal natuurlijk gekwetst zijn, maar evenzeer medelijden hebben met de dader. Als we aan ons hele lichaam voelen dat we ons klaarmaken voor de tegenaanval, dan zouden we moeten bidden: ‘Laat mij niet door het kwaad overwonnen worden, maar verlos mij van mijn eigen kwaad’.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief