van medicijnman tot medicijnvrouw
2000-09-15
Hadden we het, een paar weken terug, in een vorige `Snipper` niet over medicijnmannen?- Jaargang 44
- nummer 19
Dat wat ouderwetse Indianenboekenwoord drukt wel zo ongeveer uit hoe wij van Europa tegenover de genezers van Afrika aankijken.
Maar nu moet onmiddellijk een hoognodige correctie volgen want in Afrika, tenminste van de Kongo af tot in het uiterste Zuiden, zijn de medicijnmánnen schaars terwijl de medicijnvróuwen ruim in de meerderheid zijn.
Het was me lang geleden al wel eens opgevallen dat de enkele medicijnman die ik kende - en nu gebruik ik liever ons inheemse woord ‘isangoma’- toch iets vreemds scheen te hebben. Hij deed toch wat vrouwelijk aan. Toen leerde ik van zeer nabij een gezin kennen waarvan de vrouw in de kerk kwam. Haar man was een isangoma.
Hij was al wel wat vrouwelijk gaan lopen en het leek alsof er met zijn stem ook iets aan het veranderen was.
Kleedde hij zich westers, dan zag je hem in een rok. Maar het hele isangoma-instituut was zo vreemd dat ik ook daaraan geen aandacht had geschonken.
Totdat op een kerkenraadsvergadering een vrouwenleidster rapporteerde dat een buurman wat al te dikwijls gezien werd in het isangoma-huis wanneer hij afwezig was en hij wàs dikwijls afwezig. Zij was er al geweest - zo rapporteerde zij - maar de vrouw van de isangoma - mooi maar opvliegend van aard - had haar weggejaagd. Of ik er niet eens heen kon gaan? Toen eerst stuitte ik op het volledige beeld.
Wanneer een man isangoma wordt, verandert hij gaandeweg in een vrouw.
Het kan jaren duren maar het is een onherroepelijk proces. Later bleek ook dat het onze isangoma ook volledig koud liet wat er met zijn warme vrouw gebeurde.
Bij al mijn navraag kwam ik er maar niet achter waar dit vreemde verschijnsel vandaan kwam. Je vraagt als westerling toch naar het ‘waarom’. Maar ik hoorde steeds hetzelfde: dat gebeurt nu eenmaal zo bij ons, zwarte mensen!
De mannelijke isangoma wordt een vrouw. En het is typisch blank om naar het ‘waarom’ te vragen. Zelfs toen ik vorig jaar in een gezelschap van stedelijke, zwarte jonge mensen mijn vraag stelde -maar toen wist ikzelf het antwoord al- was er niemand die bijzonder in het antwoord geïnteresseerd was. ‘Ja, dat gebeurt zo bij ons’. In mijn "Door Zoeloes Geboeid" heb ik met een paar regels aan dit zo interessante fenomeen aandacht gegeven maar nu is hier de gelegenheid er iets meer van te zeggen.
Het zou tot in de tachtiger jaren duren eer ik eindelijk het antwoord kreeg.
Mijn navraag bij de mensen had niets opgeleverd. Ik had al in heel wat boeken tevergeefs gezocht. Tot ik de studie van Harriet Ngubane in handen kreeg: ‘Body and Mind in Zulu Medicine’. Daarin zet deze dame uiteen hoe in het Afrikaanse denken er drie poorten zijn waarin leven en dood elkaar raken namelijk aan het levensbegin, de geboorte(1), aan het levenseinde de dood(3) en daartussenin een telkens opdoemende, gevaarlijke tweede poort waarin de geesten van de levend-doden van de overkant en de gewone levende mensen van deze kant met elkaar contact hebben. Bij de eerste poort, de geboorte, treffen we een vrouw aan als middelaar tussen leven en dood: de moeder die een nieuw mens van daarginds in onze wereld inbrengt in het baringsproces. Maar ook bij de derde poort, die van de dood, kan een man het ruwe werk weliswaar doen maar het is weer een vrouw hetzij een moeder hetzij een echtgenote die als chief-mourner de gestorvene aan de dood overdraagt.
Wie ooit een Afrikaanse begrafenis en wat daaraan voorafgaat, heeft meegemaakt, heeft de vrouw zien zitten, vier en twintig uur per dag naast de gestorvene, zwijgend, onbereikbaar, tijdelijk al met één voet aan de andere kant. Zij is de poort waardoor de gestorvene naar daarginds afreist. Deze achtergrond is cruciaal om te verstaan waarom ook bij de tweede poort waar de dood van heel dichtbij het leven raakt (ziekte, tegenslag en dergelijke) uitsluitend vrouwen contact met de overkant van het leven mogen en kunnen maken. Zij alleen - en niet de mannenkunnen middelaars zijn tussen leven en dood. ‘Dat is de reden waarom traditionele dokters vrouwen zijn en waarom mannen travestieten moeten worden om traditionele dokters te kunnen zijn’, zo schrijft Harriet Ngubane.
Afrika blijft boeien!