Weten of zijn?
2000-09-15
Sommige ouders leggen veel aan hun kinderen uit. De peuter die honderd-uit vraagt en zijn vader die op iedere vraag een antwoord weet.- Jaargang 44
- nummer 19
De 3-jarige Martine zit met haar vingers in het etensbakje van de poes.
‘Niet doen Martine, dat is vies!’ zegt haar moeder. ‘Waarom?’ vraagt Martine. ‘Dan word je ziek!’ zegt haar moeder. ‘Waarom word je dan ziek?’ vraagt Martine. Dan geeft haar moeder een uiteenzetting over bacteriën die de poes met zich mee draagt en die voor mensen ongezond zijn. Al die enge beestjes. Martine rilt er van. Overal zitten dus enge beestjes….
Martine gaat maar gauw naar de kamer. De wind maakt een fluitend geluid rond het huis. "Wat is dat?" vraagt ze. "Dat is de wind" zegt haar vader. "Waarom is er de wind?" vraagt Martine. Daar weet haar vader wel een antwoord op. Hij gaat er echt voor zitten en legt zijn slimme en leergierige dochter het verschil tussen hogedruk en lagedruk uit….
Sommige kinderen lijken hun ouders uit te dagen tot het geven van ‘weetantwoorden’.
Maar zijn dit de vragen waar de 3-jarige Martine een antwoord op wilde weten? Hoe goed bedoeld ook door de ouders, dit is niet de communicatie waar de 3-jarige Martine op wacht. Het lijkt er op dat de ouders hun peuter beschouwen als een leerling in plaats van als hun kind. Ze gaan verstandelijk met de vragen van hun dochter om. Ongetwijfeld zal ze een goede leerling worden, waar haar ouders trots op kunnen zijn. Misschien is ze nog hoogbegaafd ook. Toch geven ze met hun antwoorden niet echt een reactie op de wezenlijke vragen die Martine stelt. De vraag die hun dochter stelt is niet: is niet: mag ik alles wéten?, maar: mag ik (wederkerig) contact met jullie?
In de kerk
Soms lijkt het in de kerk net zo.
Iemand stelt een vraag en we gaan op zoek naar een kloppende redenering.
En met die sluitende verklaring lijkt het probleem weer te zijn opgelost.
Tenminste….
Wat zoeken we als leden van de christelijke gemeente? Misschien stellen we een verstandelijke vraag. Hoe zit het?
Waarom? Maar is dat ook onze werkelijke vraag? Zijn we op zoek naar sluitende verklaringen? Willen we alles weten? Of zijn we op zoek naar wederzijds contact, naar verbondenheid?
Mogen we er zijn in deze gemeente?