Over de kloof (2)
2000-09-29
‘Een nieuw geslacht gaat op in ‘t licht en zoekt des Heren aangezicht’.- Jaargang 44
- nummer 20
Voor je het weet zing je jezelf voorbij aan zo’n liedregel uit de 24e psalm. Hopelijk deed de dienstdoende predikant de eerste twee coupletten van dit lied er ook bij - over ‘de aarde en haar volheid’ met daarna de vraag ‘wie is de mens die op zal gaan?’.
Want deze beide coupletten over God en mens maken, dat je met des te meer verwondering aan het derde begint en diep van binnen voelt hoe weinig vanzelfsprekend zo’n regel iseen nieuw geslacht gaat op in ‘t licht.
Een liedregel, die zo maar in je gedachten komt als je in boeken bezig bent als ‘Jezus voor een nieuwe generatie’, ‘Langs de rand’ en ‘In dubio’.1)
Twee weken geleden kwam ik met het eerstgenoemde boek. ‘Wel amerikaans hoor’, zei iemand tegen me en het is waar, Ford is geen Dekker of Rietkerk. Het had ook systematischer gekund, zou ik er nog aan toe kunnen voegen. Maar dat ligt mee aan de (ook wel weer aantrekkelijke) opzet van het boek. Ford wisselt namelijk zijn bespiegelingen af met de levensverhalen van jongeren van tussen de 15 en 35. Al lezend trek je in feite een tijdje met hen op - met de Busters, zoals ze ook wel genoemd worden.
Dat gezelschap verveelt niet, alleen al omdat de tweede generatie van na de oorlog weer echt anders is dan degenen die in de veertiger en vijftiger jaren geboren werden (de zogenaamde Boomers). De lichting vanaf 1965 zegt bijvoorbeeld sneller ‘dat voel ik anders’ en gaat zit er niet mee als in één hoofd twee gedachten (enigszins) haaks op elkaar staan. Maar het boeiendst vond ik, dat deze Busters verlangens en gevoeligheden hebben, die op één lijn liggen met centrale bijbelse noties. Waarbij je ook merkt hoeveel souplesse het evangelie heeft om bij de ene mens zus te landen en bij een ander zo. Hoe soepel wij zelf zijn, is dan de volgende vraag.
Daad, relatie en gelijkenis
Ik zou om zelf aan souplesse te winnen het slot van mijn eerste artikel nog eens tegen het licht van onze kerkelijke praktijk willen houden. Drie punten noemde ik. De Busters zijn open voor iemand, bij wie ze zien dat het geloof concreet aanwijsbare uitwerking heeft. Ze zijn verder in het relationele op zoek zijn naar mensen op wie ze echt aan kunnen. En ten derde zijn ze veel ontvankelijker voor een (bijbels) verhaal dan voor een (sluitend) betoog. Lezend in de evangeliën merk je, dat dit voor Jezus drie aangelegen punten waren. Je hoort bijvoorbeeld uit zijn mond: ‘Niet wie zegt Here Here, maar wie de wil van mijn Vader doet zal ingaan in het Koninkrijk’ (Mattheüs 7:15vv) en je zit midden in het eerstgenoemde punt.
Waarbij komt, dat Jezus zulke dingen niet alleen zei, maar er zelf ook uit één stuk naar leefde - ‘niet mijn, maar uw wil geschiede’ is één van de laatste gebeden, die we van Hem horen.
Over uitstraling gesproken! Vervolgens is het intrigerend om te zien, dat Jezus even trefzeker als fijngevoelig de ontmoeting met mensen aangaat.
Ford verwijst een paar keer naar Jezus’ gesprek met de Samaritaanse vrouw (Johannes 4) - toch een vrouw, uit een vijandig volk en door haar levenswijze een outcast. Maar Jezus krijgt boven tafel dat ze zo intens verlangde naar liefde en aanvaarding.
En tenslotte, als Jezus het evangelie verkondigt, dan doet Hij dat met spitse woorden en pakkende gelijkenissen en niet met een leer over dit of dat.
Voorbereidend
Het is waar, vooral in die eerste twee zit weinig directe verkondiging richting de mensen, die nog geen christen zijn. Maar dat is het ergste niet. Ten eerste al niet, omdat elke fijne daad en iedere vriendschap een diepe waarde in zichzelf heeft en daarin van betekenis is voor het Koninkrijk van God. Dat al is reden genoeg om zo bezig te blijven, goed doende en betrouwbaar in het relationele.
Maar bovendien is de kans groot dat je langs zulke wegen iets moois voorbereidt - zonder het te weten wellicht.
Want vaak zal bij de ander de ingang voor het evangelie niet vrij zijn, zodat eerst de nodige blokkades opgeruimd moeten worden. Dat herken je heel sterk in de levensverhalen, die Ford in zijn boek schetst. Is evenwel het puin geruimd en ontspant de ander, dan blijken er wel degelijk ingangen voor het evangelie te zijn!
Zou het binnenkerkelijk, bijvoorbeeld in de omgang met de volgende generatie, veel anders zijn? Ook daar voel je soms de weerstand tegen het evangelie (of tegen het instituut kerk).
Zou dat weggeruimd kunnen worden door een daad zus of een gebaar zo.
Waaraan ze merken dat het niet alleen maar woorden uit vervlogen tijden zijn, maar dat het nu echt werkt. En ook dat de kerk veel meer gemeenschap dan instituut is, waar de onderlinge relaties (ook tussen jong en oud) een kostbaar goed zijn. Met alleen een uur catechese in de week kom je er niet!
Laagdrempelig
Ook van de kerkdiensten moet je in evangelisatorisch opzicht niet te veel verwachten. Ik heb de indruk, dat veel gemeentes aardig in de weer met de kerkdiensten, deels vanwege de eigen jongeren, maar ook met het oog op (nog) niet-gelovigen. Er wordt gewerkt aan laagdrempelige diensten, eigenlijk in de lijn van wat een kwart eeuw geleden bestond als ‘Open deur diensten’ of ‘Diensten met belangstellenden’.
Ik laat maar even, dat de aanduiding ‘laagdrempelige dienst’ (mee gelet op de andere diensten) een zekere verlegenheid ademt. Maar belangrijker is, dat blijkbaar de hoop en verwachting leeft - net als bij die diensten van 25 jaar geleden - dat de mensen bij ons zullen komen. Als we maar ... en dan komt het lijstje van drempelverlagende veranderingen.
Van sommige zou ik zeggen: moeten we doen, niet zozeer omdat de mensen van rondom dan zullen komen (uitzonderingen daargelaten), maar gewoon omdat het voor ons een verandering ten goede is. Zeker ook dat derde punt - dat Jezus zo prikkelend en puntig en tegelijk zo uitnodigend kon zijn in zijn verkondiging, dat is iets om bij de voorbereiding van elke dienst voor ogen te houden. Maar in evangelisatorisch opzicht moet je van laagdrempelige diensten niet te veel verwachten.
In het Nieuwe Testament zie ik ook meer een andere beweging. Je hoort Jezus zeggen, dat hij nog naar andere plaatsen wil om het evangelie te verkondigen (Marcus 1:38). En later stuurde de Meester zijn discipelen de boer op met het evangelie (Mattheüs 10 en 28). Bij de vele verschillen tussen zo’n eerste-eeuwse apostel en een nederlands gereformeerde van twintig eeuwen later is dat een trek, die we ook bij onze diensten niet kunnen missen. Neem dus in ieder geval de laatste woorden van een kerkdienst ter harte: die van de zegen en de inleiding daarop: gaat dan heen met de zegen van God. Ford zegt terecht, dat de kerk een kampement is áchter de frontlinie. Het front ligt daarbuiten, waar we wonen en werken. De kerk is er voor de bespreking van de tactiek, maar de wedstrijd wordt elders gespeeld (p.206). De kerkdienst is een godsdienstoefening, zeiden ze vroeger wel en dat zit ook een beetje in die sfeer. Niet dat daarmee alles gezegd is, maar je kunt ook teveel op de kaart van de kerkdienst zetten.
Diaconaat
Laat ik (vooral gelet op het eerste punt van de drieslag) nóg een stapje doen op het kerkelijk erf en wel richting diaconaat. Het is me vorig jaar een paar keer overkomen, dat ik met diakenen aan de praat raakte, die enigszins verlegen waren met hun taak. Bij problemen in het sociale konden ze zich soms nog wel eens nuttig maken, maar verder was het niet veel meer dan ‘s zondags geld en collectebonnen tellen. En de vergaderingen natuurlijk! Als diakenen zulke dingen te berde brengen, dan zegt dat iets over een diaconale verlegenheid van de gemeente. Kom aan de andere kant niet vertellen dat er onder ons en zeker rondom ons geen nood is. Een- en tweekamerwoningen vol bejaarde en gehandicapte eenzaamheid.
Kinderen die moeten zien te leven met gebroken en (anders) gelijmde gezinnen. Asielzoekers. En dan die hoer uit de catacomben van Hoog-Catharijne, waarover ik het de vorige keer al had. Die in het bijzijn van haar dochtertje van tien geen zin had aan onderhandelingen met een potentiële klant. Ik was (het kon niet gepaster!) op weg naar de uitvoering van een dodenmis van Rosenmüller.
En kocht bij de ingang van Muziekcentrum Vredenburg maar een straatkrant van een slimme dakloze. Als Ford het heeft over incarnatie-evangelisatie - wat betekent dat dan? Op zulke momenten denk ik: ben ik eigenlijk wel bereid om er voor te gaan, zoals de Heer er voor ging? Alleen zou dat wel eens verrekte veel tijd kunnen gaan kosten, misschien wel een hobby. Om echt te kunnen zijn als één die dient (Lucas 22:17). Wat ik er maar mee wil zeggen: die Busters met hun gevoeligheden vragen naar onze papieren. Want zij zitten gewoon niet zitten te wachten op een sluitend betoog, een keurige leer en nette kerkgangers, maar willen weten of het evangelie een mens ook werkelijk wat doet en in deze wereld iets verandert ten goede. En eigenlijk - om eerlijk te zijn - had Jezus het daar ook al over.
Moeten?
Bedoel ik het bovenstaande om u en mezelf een schuldgevoel aan te praten?
Of dat we als de wiedeweerga het mooie werk van ds. Strating en de zijnen in Den Haag moeten kopiëren?
Nee, mijn artikel is geen zweepslag.
Wel neem ik uit de ontmoeting met een nieuwe generatie (via dat boek van Ford) mee, dat het leven breed en gevarieerd is en dat dat voor het evangelie een scala aan aanknopingspunten geeft. Want de ene mens gaat op een heel andere wijze open voor God dan de ander en de blokkades kunnen ook zo heel verschillend liggen.
Ik hoop dat zo’n perspectief bemoedigend is met het oog op het werk, dat u en jij nu al doet. En prikkelt tot een nog opener omgang met mensen die je weg kruisen - al was het de (nog) niet-christelijke vriend van je dochter. Jammer dus als u na het lezen van dit artikel zou verzuchten: we doen ook veel te weinig (al zou dat op zich een juiste constatering kunnen zijn). Verheugend als u een open veld ziet liggen met een nieuwe mogelijkheden - bij de één zus en bij de ander zo. Bid er voor en pak de kansen met blijdschap aan.
Want een vreugdeloze vreugdebode, daar knapt niet alleen een Buster op af.
1. Twee weken geleden ontbrak de verwijzing naar de drie boeken die in even zoveel artikelen in het zonnetje worden gezet. Daarom alsnog: Kevin Graham Ford, Jezus voor een nieuwe generatie (Voorhoeve Kampen 1999).
Wim Dekker, Langs de rand, Theologische reflecties bij de kloof tussen geloof en leven (Boekencentrum Zoetermeer, 2000). Wim Rietkerk, In Dubio, Handboek voor twijfelaars (Novapress 2000).