Vrouwen heel wat mans in de kerk

2000-09-29
  • Jaargang 44
  • nummer 20
We kunnen er uitvoerig over delibereren hoe het toch komt dat in Afrika de mannen ver in de minderheid zijn in de kerkelijke gemeenschappen, wat dan aan de vrouwen de ruimte geeft die ze in de gemeenschap lang niet altijd hebben.
Je zou kunnen wijzen op het Bijbelse motief dat de van nature mindere omhoog wordt getild boven de meerdere; te denken valt aan de man die, verward als hij is in het nieuwe Afrika, zich bedreigd voelt en er heimelijk bang voor is dat zijn in de samenleving dikwijls verloren status er ook in de kerk bij zal inschieten. Je zou aan mijn drie-poorten-verhaal (drie raakpunten tussen leven en dood) van een vorige Snipper kunnen terugdenken waaruit hopelijk duidelijk werd dat het traditioneel primair aan de vrouw toekomt de wacht bij de poorten tussen leven en dood te ‘bemannen’ en waarin ik iets vertelde van dat voor ons vreemde fenomeen dat dikwijls de man die ‘toverdokter’ wordt ver-vrouwen moet. De vrouw zou zich meer op haar gemak voelen daar waar de Heer het luik tussen hemel en aarde openschuift.
Hoe het zij, vrouwen zijn veruit in de Christelijke kerken in de meerderheid.
Maar ze zijn er niet alleen getalsmatig heel nadrukkelijk. Hoe zou het ook anders! Men vergete niet dat de Afrika-man altijd wel de oorlogen veroorzaakte en voerde maar verder op het toezicht over de koeien na, niet bijster actief was. Je zou hem een toeziend opzichter kunnen noemen die graag de verantwoordelijkheden voor de familie aan de vrouw overliet. Die moest het spannende leven van dag tot dag met al de zorg over de weeën van de door de man aangeblazen oorlogen te lijf gaan. De Afrika-vrouw is gewend verantwoordelijkheden te dragen. En dat merk je ook in de kerk! De buitenstaander verkijke zich niet op de deemoedige houding van de vrouw in de Afrikaanse kerk. Dat is van huis uit haar wijze van optreden.
Het was daarom te verwachten dat de kerken in Afrika van meet aan gebruik maakten van de vrouw in de kerk. Heb ik het wel dan waren het de Methodisten die hier het ambt van abakhokheli oftewel vrouwenleidsters invoerden. Je zou het iets als hulpouderlingen kunnen noemen. Of diakenen-
plus. Met heel veel plezier en vrucht heb ik jarenlang met deze zusters mogen samenwerken. Onder ons gezegd: de paar broeders-ouderlingen waren mij dierbaar maar meestal was de inbreng van de zusters-abakhokheli heel wat groter zowel op de kerkenraadsvergaderingen waar ze rapporteerden over hun werk en algemene discussies, als wat hun regelmatige werk zelf in de gemeenten betreft. Je kon op de zusters aan! Het is daarom ook niet te verbazen dat ik in een Mayibongwe (het Zendingsblad van de zendende kerk van Kampen) van Mei 1980 in een aanvaarde, embryonale kerkorde van de zendingsgemeenten nog een nauwkeurige omschrijving en afbakening vond van dit zustersambt.
Of de inbreng van de zusters in ere werd gehouden!
Maar het komt me voor alsof dit Afrika-ambt in onze kerken aanmerkelijk is teruggebracht, en hier en daar zelfs afgeschaft. Helaas! Van harte hoop ik dat de motivering van dit terugdraaien niet parallel loopt aan een soortgelijke ontwikkeling in het politieke leven. Zoals we daar een grondwet hebben die in alle opzichten de gelijke rechten van de vrouw verwoordt, zo roepen we in de kerk enthousiast: in Christus is geen Jood of Griek en al het volk zegt: Amen, maar wanneer daarop volgt: en geen man of vrouw, dan hoor ik niet zo duidelijk de stem van al onze zwarte ouderlingen en predikanten. Net zoals in de politiek het zwijgen van menig politicus over algemeen toegepaste veelwijverij nogal veelzeggend is. Het zou kunnen zijn dat wij als mannen van Afrika de kerk gebruiken om onze culturele mannelijke dominantie in stand te houden.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief