Vertrouwen
2000-09-29
Natuurlijk is een jeugddienst altijd leuk. En als de dominee opkomt met een wandelstok en een zware rugzak op zijn nek is de aandacht direct aanwezig.- Jaargang 44
- nummer 20
Niet alleen bij de kinderen, maar ook bij ons. Langzaam ontvouwt zich het thema, 'een rugzak vol'. Alle jeugdclubs leveren een bijdrage. De kinderen van de bijbelvertelclub (vier tot twaalf jaar) mogen vooraan staan als de dominee de rugzak uitpakt. En wat daar allemaal uitkomt! Hele nuttige dingen, maar ook overbodige. Zelfs een zware baksteen. Alleen maar ballast!
Alhoewel onze jongste enthousiast en luidkeels oppert dat je die altijd nog kan gebruiken om een raam in te diggelen... Achter op het podium staat een groot houten kruis. Als je heel goed kijkt kan je zien dat er spijkers in zijn geslagen. Niet alleen aan de uiteinden van de dwarsbalk, maar op veel meer plaatsen. Pas na het midden van de dienst blijkt waar die voor zijn, als er diverse jeugdleden naar voren lopen. Ze dragen allemaal een wit kartonnen bord op hun rug. 'Angst', staat er op, of 'verdriet'. 'Carièrre' zie ik ook. De borden worden aan het kruis gehangen en de eerste die dat heeft gedaan loopt naar de microfoon.
Helemaal alleen begint ze te zingen. ' 'k Stel mijn vertrouwen op de Here God.' Nummer twee komt er bij, valt in, nummer drie doet ook mee.
Juist omdat ze zonder begeleiding zingen komt het heel indringend over. De groep wordt steeds groter. De meeste van deze jongeren ken ik al jaren.
Sommige maar een beetje, de meeste redelijk en een paar heel goed. Ik weet van de zorgen en problemen die veel van hen al te dragen hebben. Moeite met moeilijk of juist heel goed kunnen leren. Al op deze leeftijd iemand moeten missen die hen zo na stond en die ze nog zo hard nodig hadden. Niet gelukkig met hun lichaam, niet zo vlot in het aanknopen van vriendschappen...
Ze zingen door. ' 'k Stel mijn vertrouwen op de Here God, want in Zijn hand ligt heel mijn levenslot.' Bijna uitdagend staan ze daar. Vanuit de gemeente wordt meegezongen. Ik heb nog even gewacht. Om de tranen van mijn wangen te vegen en te bidden dat ze wat ze hier belijden vast mogen houden.
En ik bedenk dat het heel goed en terecht is dat men zich soms zorgen maakt over de kerkjeugd. Maar laten we daarbij vooral de goede dingen die er zijn niet over het hoofd zien.