Sportverdwazing

2000-09-29
  • Jaargang 44
  • nummer 20
‘Iedereen klaagt erover en iedereen doet eraan mee. Toch kun je er heel veel van leren. Als in Sydney al die hoofdzakelijk jonge sporters het stadion binnenkomen, dan zie je daar mensen, die alles hebben opgeofferd om erbij te zijn. Voor velen waren het jaren van training. Trainen voordat je naar school ging en trainen als je uit school kwam. Opletten op wat je eet, niet roken en liever geen alcohol. Als team voortdurend oefenen en op elkaar ingespeeld raken. Steeds dat ene doel voor ogen en daar je hele leven op inrichten. Sportverdwazing? Als wij als christenen daar nu eens iets van hadden. Trainen en bidden en vasten.
Tijd vrijmaken, vrije tijd opofferen voor Bijbelstudie. Opletten op wat je leest, ziet en zegt. Als gemeente op elkaar ingespeeld raken. Beseffen dat je niet in je eentje gelooft, maar dat de ander jou nodig heeft en jij de ander nodig hebt. En samen steeds dat ene doel voor ogen: gelijkvormig te worden aan Jezus Christus. 't Is maar wat je d'r voor overhebt. Sporters doen dat alles voor een gouden medaille. En wij, waar doen wij het voor? Nee, niet voor onszelf, dat leert ons de genade. Wij doen het voor de eer van God en het heil van de naaste. Sportverdwazing? We kunnen d'r iets van leren’.

Op enkele regels na is dit een column, die wij tegenkwamen in het ‘Contactblad van de Christelijke Gereformeerde Kerk te Zwolle’. Het geheel is ondertekend met SvdC. We zijn een fervente voetballiefhebber hoewel we door omstandigheden al jaren die sport niet meer beoefenen en ons ook bij een wedstrijd niet langs de zijlijn opstellen. Maar we hebben in onze jeugd er wat af gevoetbald.
Meestal stonden we in het doel. We kijken ook graag naar een voetbalwedstrijd voor de TV en ik heb gemerkt, dat ik die hobby met ettelijke collega's deel. Toch erger ik me vaak als ik merk hoe ruw er gespeeld wordt. Hoe men soms erop uit is om zich op de man te richten en niet op de bal. Als ik lees, dat er gigantische transferbedragen worden gevraagd wanneer een club een voetballer wil overnemen. Hoe de hartstocht supporters zo kan beïnvloeden, dat men zijn zelfbeheersing volkomen verliest met alle nadelige gevolgen van dien. Dan is het niet mooi meer. We hebben via de beeldbuis de spectaculaire show gadegeslagen toen de deelnemers aan de Olympische Zomerspelen het stadion in Sydney binnenkwamen, afkomstig uit zeer veel landen van de wereld. Honderdduizend mensen waren als toeschouwers present.
Noord- en Zuid-Korea trokken op onder één vlag. Zou het dan toch zo zijn, dat sport verbroedert? Onze kroonprins heeft opgemerkt, dat de totale omvang van de Spelen een probleem aan het worden is. Tevens vreest hij, dat doping niet uit te roeien is.
Maar genoeg hierover. In het aangehaalde artikel werd gesproken van een geestelijke training. Paulus heeft het in zijn eerste brief aan Timotheüs erover, dat je je moet oefenen met het oog op de godsvrucht.(I Tim.4:7,8). Van dat woord oefenen, dat de apostel hier hanteert, is ons woord gymnastiek afkomstig. Zoals voor een sporter geldt, dat hij moet trainen om in conditie te blijven, zo moeten wij ons trainen in het geloof door de Bijbel te bestuderen en de inhoud daarvan te beleven in de alledaagse praktijk. De lichamelijke training wijst Paulus niet af, maar ze heeft slechts een zeer beperkt belang vergeleken met de godsvrucht. Ds. M.R. van den Berg, die hierover in zijn boekje over de eerste brief van Paulus aan Timotheüs prachtige opmerkingen heeft gemaakt, schrijft: ‘De lichamelijke conditietraining houdt je lichaam een beetje op peil- zolang het duurt. Maar de godsvrucht houdt de belofte in van leven, niet alleen nu maar ook in de toekomst, over de grenzen van de dood heen’.(a.w.p.62). Van den Berg memoreert dan verder op dezelfde pagina van zijn genoemde boekje, dat de eerste christenen met het hoog genoteerde belang van de sport in de wereld rondom hen werden geconfronteerd.
‘Het is dan ook niet toevallig, dat wij nog steeds spreken over Olympische spelen. Die stammen uit Griekenland.
Elke stad van betekenis had toen zijn gymnasium(=sportschool), waar allerlei soorten sport beoefend werden. Voor de grieks-helleense mens behoorden sport en training tot de belangrijkste dingen in het leven. In die wereld ontstond bij de eerste christenen het gezegde: de oefening van het lichaam is van veel minder belang dan de godsvrucht’.
We moeten ons niet verslingeren aan de stadionhelden van de huidige eeuw, maar de opdracht voor ogen houden om in deze wereld te wandelen als kinderen van het licht naar de norm van Gods Woord. Wie in het geloof volhardt, mag weten, dat de krans der rechtvaardigheid hem aan het einde van de loopbaan wacht.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief