Loyaal aan de overheid (1)
2000-10-27
Lezen: Handelingen 21:27-39- Jaargang 44
- nummer 22
Waarom is er eigenlijk een overheid?
Waarom is er eigenlijk zo'n regering boven ons, met macht over ons, met gezag? Is dat zomaar een afspraak tussen mensen? Het antwoord van de Bijbel reikt veel dieper. Een klassiek gedeelte in dit verband is altijd weer het begin van Romeinen 13. De apostel Paulus noemt daar de overheid een instelling van God, die staat in de dienst van God. De dienst waar de overheid namens God toe geroepen is, is grof geschetst: het goede leven op aarde prijzen en bevorderen, en het kwaad wreken en tegengaan. De overheid draagt daartoe het zwaard niet tevergeefs, zoals de bekende uitdrukking van Paulus luidt. Niet tevergeefs, dat wil zeggen: niet voor de show of voor de grap. Het goede, beschaafde, menswaardige leven, moet zonodig met geweld afgedwongen en beschermd worden, en het kwade, verderfelijke, beestachtige leven, moet zonodig met geweld bestreden en gewroken worden. Daarom is er een overheid! De Here Zelf heeft dit ingebakken als het ware, in het menselijk samenleven, als een wapen, als een schild, tegen de hel op aarde.
Daarbij geeft Paulus de overheid zoveel krediet als hij maar kan. Hij gaat tot het uiterste, en hij ziet dit als een opdracht zelfs, voor ieder mens.
Ieder mens moet zich onderwerpen aan de overheden, zegt hij, want wie deze instelling van God wederstaat, zal een oordeel over zich brengen!
Natuurlijk weet hij ook wel, dat het soms helemaal kan misgaan met de overheid, en dat je God meer moet gehoorzamen dan de mensen. Maar zoveel en zolang als hij kan, schikt hij zich in het rechtstelsel van die boven hem gesteld zijn, en zo sterk hij kan houdt hij dit aan ons ook voor!
Een paar maanden nadat de apostel Romeinen 13 had geschreven, gebeurt er iets dat zijn woorden daar op een verhelderende wijze illustreert. Het is de geschiedenis die we gelezen hebben in Handelingen 21. De overheid draagt het zwaard niet tevergeefs, nee, gelukkig niet, want anders was Paulus daar op het tempelplein in Jeruzalem levend verscheurd! Het Romeinse zwaard heeft hem beschermd tegen een beestachtige moord en de woeste willekeur van de straat. Wat we daarbij ook heel duidelijk zien, is de zwakheid, de gebrokenheid, het verkeerde van het overheidsoptreden.
Ook deze dienares van God is in zonde ontvangen en geboren, en dat zal zich aan alle kanten laten merken. In Handelingen 21 merken we het aan dat snelle vooroordeel van die Romeinse officier. Hij heeft meteen zijn oordeel klaar: Paulus is een Egyptische bandiet! Zo wordt de apostel meteen in een wel heel kwaad daglicht gesteld!
Hoe kan nu gehoor worden gegeven aan die roeping van Romeinen 13, om loyaal te zijn aan de overheid?
Het vooroordeel van de Romeinse officier zit er volkomen naast, maar is tegelijk niet onbegrijpelijk. We raken hier aan de achtergrond van dat enorme tumult daar in Handelingen 21.
Het waren roerige tijden. We leven een jaar of acht voor de eerste Joodse oorlog, een opstand van de Joden tegen het Romeinse gezag. Een opstand die keihard werd neergeslagen, waarbij onder andere de tempel in vlammen opging; alleen één van de buitenmuren bleef gespaard, de huidige Klaagmuur ... In de jaren voor die opstand, was de spanning enorm aan het toenemen. Hoe verhit de gemoederen waren, en hoe eenvoudig de lont in het kruitvat ging, blijkt wel uit dat volksoproer rond Paulus!
De Joden uit Asia, Paulus' eigenlijke tegenstanders, maken er dankbaar gebruik van; de meeste schreeuwers in de massa weten niet eens waar het om gaat. Ga er maar eens aan staan, als je dan de orde moet bewaren!
De officier van de burcht Antonia, de kazerne naast de tempel, kiest voor het gemak een voor de hand liggende conclusie. Hij ziet in Paulus een uit de gratie gevallen bendeleider.
'De Egyptenaar'. Een bekende figuur in die dagen. Uit buiten-Bijbelse bron weten we wat meer van hem. Hij trok, kort daarvoor, met 30.000 aanhangers naar de Olijfberg, waar hij beloofde dat op zijn bevel de muren van Jeruzalem zouden instorten en de stad op de Romeinen veroverd kon worden. De Romeinen vertrouwden het niet, overvielen de bende, en met 4000 van zijn aanhangers vluchtte de Egyptenaar de woestijn in.
4000 bandieten, vertaalt het NBG. In het Grieks staat er: Sicariërs. Dat betekent zoveel als: sluipmoordenaars. De Sicariërs waren de terroristen van die tijd. Het was hun tactiek om hun slachtoffers in een massa stiekem neer te steken. Iedereen die naar hun mening teveel aan de kant van de Romeinen stond, kon daar het slachtoffer van worden. Zelfs de hogepriester was onlangs door zo'n Sicariër vermoord!
En als er dan zo'n hetze ontstaat rond een man in de tempel, dan weet de officier meteen hoe laat het is. Dat moet die Egyptenaar wel zijn!
Begrip voor zo'n voorbarige conclusie?
Het is helemaal niet leuk om zo beoordeeld te worden. Maar als je de situatie een beetje kent, en als je je wat in de achtergrond verdiept, dan kun je zo'n uitglijden toch wel mild beoordelen en rustig weerleggen (vers 39).
Ook als ze mij voorbarig, en pijnlijk misschien wel, met verkeerde ogen zien. Wie zich onderwerpt aan de overheid, die doet dat loyaal, die geeft veel krediet, die kan wel wat hebben.Die loopt ook zo snel niet rood aan als het hem allemaal wat te paars wordt...