Over de kloof (4)

2000-10-27
  • Jaargang 44
  • nummer 22
Maandagavond zat er een e-mailtje van een meelevend gemeentelid in de elektronische postbus. Het was naar aanleiding van mijn aankondiging dat ik in de zondagse middagdiensten een paar preken over het thema ‘twijfel’ zou houden. Hij vond het een goed idee, zo’n serie over ‘twijfel’. En tussen haakjes schreef hij er achteraan: ‘zelf ook nog wel eens last van’. En wie niet?

Soms kan een kleinigheid je geloof uit zijn evenwicht brengen, waarbij het door je heen gaat: het zal toch allemaal geen onzin zijn! Over zulke momenten gaat het in het jongste boek van Wim Rietkerk, In dubio.1

Het is een lezenswaardig boek over geloofstwijfel, dus passend bij de huidige problematiek van de boodschap en de kloof. Daar moet wel de kanttekening bij, dat geloofstwijfel niet van vandaag of gisteren is. Iemand als Luther zei al, dat een geloof zonder twijfel (aanvechting) onbestaanbaar is. Of neem - ver voor Luther - Noach, Abraham en Mozes, zoals ze aan je oog voorbijtrekken in Hebreeën 11.
Steeds hoor je ‘door het geloof’ en je komt ook werkelijk onder de indruk van het geloof van deze vaders en moeders van Israël. Maar tegelijk merk je dat het vaak door diepe twijfels en grote aanvechting heen moest.
‘Abraham, je kunt hem ook rustig de vader van alle twijfelaars noemen’, zo schrijft Rietkerk prikkelend.

Twijfel in veelvoud
De geloofstwijfel is dus van alle tijden.
Lezend in het boek merk je ook dat er naast geloofstwijfel heel andere vormen van twijfel zijn. Begin maar in het alledaagse, waar je kunt twijfelen over de kleur van nieuw behang of zoiets. Lastig, maar niet om wakker van te liggen. Dat geldt ook voor de heel gezonde twijfel bij een product dat ‘over tijd’ is. Zal het nog wel goed zijn? Maar heel anders staat het met twijfels in het relationele. Zulke twijfels kunnen je de nachtrust benemen, omdat je ligt te piekeren over de ander, die je zo lief was en misschien nog wel. Ook buiten onze huisdeur is de twijfel niet weg te denken. Sla de pagina met beursberichten op en je ziet dat de aankoop en verkoop van aandelen aan elkaar hangt van vertrouwen en twijfel. En niet anders is het in de machtige wereld van de wetenschap: veronderstellingen, hypotheses en waarschijnlijkheden - het wetenschappelijk bedrijf is er vol van.

Twee gezichten
Zo af en toe heb je een rondwandeling door het land van de vele twijfels nodig om te merken, dat er meer is dan alleen twijfel in het geloof. Ons leven is werkelijk bezaaid met twijfels in alle mogelijke soorten en maten.
Stel je voor dat het anders was en we zouden leven in een wereld uit één stuk, onbekommerd en zonder enige achterdocht, met hoogstens de milde twijfel tussen goed en goed. Op zo’n moment merk je dat twijfel niet los staat van de grote tweespalt in deze wereld, veroorzaakt door de zonde.
Onze wereld heeft twee gezichten gekregen en ook de twijfel heeft iets dubbels. Er is constructieve twijfel, bijvoorbeeld de twijfel die prikkelt tot verdere ontdekkingen in het wetenschappelijk onderzoek. Of de twijfel bij iets wat misschien wel eens heel ongezond zou kunnen zijn (een bedorven product of een bedenkelijke levensstijl). Je zou bij zulke vormen van twijfel kunnen zeggen, dat ze door God in deze wereld zijn gezaaid (vgl. Genesis 3:15).
Maar heel anders is het met iets als de relationele twijfel. Vreselijk als ten aanzien van je echtgenoot de twijfels opkomen: is hij wel trouw, heb ik me bij mijn keuze voor hem niet vergist?

Constructief?!
Als ik het goed inschat plaatst Rietkerk de geloofstwijfel ook bij deze relationele categorie. Dat betekent dat bij deze twijfel de relatie met God onder spanning komt te staan en het vertrouwen in Hem op één of andere manier wordt aangevochten.
Op zich dus helemaal geen constructieve, door God gezaaide twijfel. Daaraan wijdt de l’Abri-man de opening van zijn boek. Hij laat zien, dat deze geloofstwijfel toch winst kan betekenen voor je geloof, door alle aanvechting heen. In dat geval krijgt de aanvechting - achteraf gezien - haast de trekken van een trainingsronde. Of iets bijbelser gezegd: de verzoeking blijkt - eenmaal doorstaan - iets van een beproeving te zijn geweest. Zodat je iemand in later tijden kunt horen zeggen, dat het een moeilijke, maar tegelijk ook wel bijzondere periode was, waar nog vaak aan teruggedacht wordt. Twee andere wegen ziet Wim Rietkerk als veel minder vruchtbaar. Bij de eerste denkt hij aan iemand, die de aanvechting uit de weg gaat door de gevoelens van twijfel weg te dringen uit zijn (geloofs)leven. Misschien wel vanuit de gedachte dat twijfel zonde is en dus niet mag. De andere weinig vruchtbare reactie is, dat je van de nood een deugd maakt door te zeggen dat twijfel er in het leven van een gelovige gewoon bij hoort. Zo iemand geeft in feite de twijfel een officiële status in zijn geloof - met soms zelfs een zekere koestering.2 Hoe verschillend deze beide laatste manieren van reageren op geloofstwijfel ook zijn, toch proef je in beide benaderingen de onmacht om de twijfel onschadelijk te maken, laat staan dat het zou kunnen meewerken ten goede voor je geloof. Wim Rietkerk benadrukt dat je de twijfel bij zijn lurven moet pakken.
Ik vond het ook goed dat hij het woord ‘twijfel’ afwisselt met het wat agressievere ‘aanvechting’. Dat helpt om oog te krijgen voor de krachten, die voor en achter de coulissen van het dagelijks bestaan, je geloof op de tocht zetten. En dat motiveert op zijn beurt weer tot een dynamische aanpak van de twijfel.

Geloofstwijfel in drievoud
Het is de moeite waard om nog iets langer stil te staan bij de eigenlijke twijfelbestrijding. Die hangt namelijk af van de soort van geloofstwijfel en Rietkerk maakt een verhelderende onderscheiding in drieën: twijfel van verstand, gevoel en wil. Bij de eerste vorm van twijfel zit je bij vragen rond de betrouwbaarheid van de bijbel en de betekenis van ontdekkingen uit de archeologie of de astronomie. Bij de gevoelstwijfel komt de twijfel veel meer als een donkere mist, die het geloof verkilt, zodat God ver weg lijkt en weinig ervaarbaar. Als derde noemt Rietkerk de twijfel van de wil, als de meest gecamoufleerde.
Kenmerkend voor deze twijfel is de niet werkelijk gemaakte en vaak uitgestelde keuze voor God, soms omdat iemand niet wil breken met een verkeerde levensstijl of zondige gewoonte.
Met één uniforme benadering van geloofstwijfel ben je er dus niet. Soms moet je verhelderen en doorvragen, zoals bij verstandstwijfel. Als het gaat om de twijfel van het gevoel, spelen niet zelden blokkades van angst of stress, die iemand afhouden overgave aan God. De twijfel van de wil vraagt om een hardere aanpak en een oproep tot een daad van toewijding, omdat deze twijfel niet zelden verbonden is met een dubieuze stijl van leven.

Verstand en gevoel
Achter dit boek van ds. Rietkerk ligt het l’Abri werk, dat ook in onze kring al decennia lang in positieve zin heeft doorgewerkt (zie bijvoorbeeld het artikel in dit nummer van Opbouw van de hand van Ab van Langevelde).
Francis Schaeffer (1912-1984) stond aan de basis van de l’Abri-beweging in Europa, die in het begin van de zeventiger jaren overwaaide naar Nederland. In de tijd dus, dat vrijgemaakten en buitenverbanders nog de wonden likten van de kerkelijke strijd.
De arbeid van de Rietkerken, Rookmaakers en anderen heeft voor nieuwe impulsen gezorgd in deze gehavende kerkgemeenschappen en ook daarbuiten.3 Het is boeiend om te zien hoe de werkers in Eck en Wiel en Utrecht steeds hun voelhorens hebben uitgestoken, om zo te kunnen inspelen op de veranderingen in onze cultuur. Bijvoorbeeld de verschuiving in aandacht van het rationele naar het gevoelsmatige, waar ik het in de eerste drie artikelen ook al over had.
Zulke verschuivingen hebben hun sporen in het l‘Abri werk achtergelaten, ook in de omgang met twijfelvragen.
De meer rationele aanpak van Francis Schaeffer, met zijn doordenking van de vooronderstellingen, als de grondlijnen uit het bestaan van de ander, bleek zijn beperkingen te hebben.
Allengs verschoof de aandacht in de richting van de gevoelselementen in de twijfel, met zijn achtergronden in het psychische. Het besef is gegroeid, dat bij de stap richting geloof niet alleen onwil, maar ook onmacht een grote rol speelt. Dat komt uit scherp in de titel van een eerder boekje van Wim Rietkerk ‘Ik wou dat ik kon geloven’ en die thematiek vind je ook in dit nieuwste boek. Toch neemt dat niet weg, dat Rietkerk ook nu blijft zoeken naar de kracht van het argument en het meedenken tot op de bodem. Dat bevestigt, wat Kevin Ford schreef, dat de denkers als Schaeffer en Lewis ook bij de jongeren van nu wel degelijk hun nut kunnen bewijzen, ook al moet je er niet direct in de bekeringsfase van hun leven mee komen, maar later als het geloof om opbouw vraagt. In die haast pastorale sector zie ik ook de grootste betekenis van het l’Abri werk liggen. Meer geloofsversterkend, dan geloofwekkend, maar in beide slagvaardig als het gaat om vragen rond de boodschap en de kloof.

Over de wil ...
Verstand en gevoel ... en de wil dan?
Op dit punt merk je dat het boek uit bewerkte l’Abri lezingen is opgebouwd.
Dat heeft zijn minnen (een enkele doublure), maar ook zijn plussen.
Ik denk bij dat laatste aan de wijze waarop de menselijke wil ter sprake komt. Soms ligt het gewicht bijna helemaal op de keuze, die een mens moet maken (met b.v. het woord uit Deuteronomium: kies dan het leven). Terwijl je aan de andere kant op meer dan één plaats merkt hoe geknecht de wil van een mens is (p.43). Ik doel dan op de passages in het boek met het indringende motief, dat God ons heeft liefgehad, vóór wij Hem lief kregen. Op deze wijze komen noties als vrije en onvrije wil, gehoorzaamheid en verkiezing ter sprake in het relationele kader waarin ze m.i. ook thuishoren.
Maar genoeg voor nu. Niets weerhoudt u evenwel door te lezen in Rietkerk’s handboek voor twijfelaars.

Noten
1. W.G. Rietkerk, In Dubio, Novapress, Apeldoorn 2000, f 29,95. In vorige nummer is met de opmerking aan de achterlijn iets mis gegaan. Het eigenlijke artikel eindigde met het uiterst kort ‘Echt open!’, waarna ik in kleine lettertjes nog iets had willen melden over het boekje van Wim Dekker.
Deze losse slotopmerking kwam helaas in hetzelfde lettertype te staan, waardoor het de schijn had dat ook die laatste alinea nog tot de hoofdtekst behoorde. Niet dus.

2. Ook buiten het terrein van de twijfel herken je deze patronen van verdringen of normaliseren. Bijvoorbeeld bij zonde en dood, waar je enerzijds stuit op het mechanisme van verdringing, maar anderzijds ook de opvatting tegenkomt dat de dood (of de zonde) bij het leven hoort. Hoe verschillend beide benaderingen ook zijn, uit beide spreekt de onmacht tegenover machten van dood en zonde. Ook de derde weg, waarbij de twijfel wordt aangepakt, heeft zijn analogieën. Bijvoorbeeld in schuld (neem de boetepsalm 32) en belijden als een eerste stap naar vergeving. Maar ik denk ook aan gevoelens van woede en verdriet (Psalm 39) en de opluchting, die het uitspreken van zulke gevoelens kan hebben.

3. Te denken valt aan de bijzondere combinatie van gastvrijheid, gebed, werk, lezingen en studie. De vele cassettes met lezingen zijn een tastbaar bewijs van deze aanpak. Sinds enkele jaren geeft l ‘Abri Nederland het blad ‘Lev’ uit, waarin behalve lezingen en artikelen ook de weekend- en zomerprogramma’s zijn opgenomen, alsmede een lijstje met nieuw uitgekomen cassettes. En dat voor f 25,- per jaar! (tel. 0344-691914).

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief