Bijbel en club... (2)
2000-10-27
‘En we lezen vanavond uit het boek Hosea.’ Achteloos pak ik mijn Bijbeltje (jaja ik heb hem bij me!) en begin te bladeren, leuk dat ik zo nu en dan bij een tienerclub op bezoek kan... Hosea, oude testament natuurlijk, ergens tussen de kleine profeten achterin. Druk begin ik te zoeken, in mijn gedachten begin ik een rijtje Bijbelboeken op te dreunen: ‘…Jesaja, Jeremia, Klaagliederen van Jeremia,….eh…. Ezechiël…eh…Jona?’ Ik begin lichtelijk in paniek te raken, ik heb er deze week nog mijn stille tijd uit gehouden!- Jaargang 44
- nummer 22
De clubleiding begint al met lezen, dan maar even snel in de index kijken…
Ah, zie je wel na Daniël, pagina 757, dat dacht ik al, want overal om mij heen hoor ik een 757-pagina-gefluister!
Vlug blader ik richting de 757, te laat, hij is al klaar... O, we gaan ook nog een stukje uit Titus lezen…nieuwe testament, ergens achterin. ‘Eh Matteüs, Marcus, Lukas, Johannes…’ En ik heb vroeger de Bijbelboekenkast van Stichting Timotheüs nog wel uit mijn hoofd geleerd…!’
Geen supertheologen
Het vorige artikel sloot ik af met de mededeling dat je als tienerleider geen supertheoloog hoeft te zijn en dat het belangrijk is om een levende relatie met God te hebben. Toch is een beetje basiskennis en een aantal basisvaardigheden wel belangrijk. In dit artikel wil ik wat meer ingaan op het directe Bijbelgebruik op clubs. Ik wil er graag een praktisch artikel van maken. Er zijn volgens mij een aantal momenten tijdens het openen van de Bijbel op club die bepalend zijn of wat je leest aankomt of niet. Wat in al deze momenten de kern is verklap ik nu al: helderheid en duidelijkheid!
Doe wat je zegt en zeg wat je doet!
Vertaling
Veel kerken gebruiken de NBG ‘51-vertaling. Maar zoals het jaartal al aangeeft is die vertaling geschreven in het Nederlands zoals dat werd gesproken begin jaren 50. Daarom kiezen veel tienerleiders ervoor om het tekstgedeelte voor te lezen uit ‘het Boek’. Ik zou de laatste zijn die dat zou ontraden, maar wees je wel bewust van een aantal dingen. ‘Het Boek’ is geen vertaling, maar een parafrase. Een parafrase geeft meestal niet de letterlijke vertaling, maar probeert in de lijn-van-de-gedachte weer te geven wat er staat. Soms kan het zijn dat een Bijbelgedeelte dus niet tot zijn (volledige) recht komt, door het gebruik van ‘het Boek’. Voor tieners hoeft dat niet erg te zijn, als wat je wilt duidelijk maken door de andere vertaling maar niet is weggevallen.
Een tip hierbij is wel: lees in ieder geval zelf beide vertalingen, zodat je zelf weet wat er in staat.
Een ander heel praktisch nadeel is dat je tieners vaak wel die NBG ’51-vertaling in hun bezit hebben. Het is dan verwarrend om uit een andere versie voor te lezen. Als je het wel doet, geef dat dan heel duidelijk van tevoren aan en daag ze uit om in hun eigen vertaling mee te lezen. Een leuke opdracht zou zijn om te letten op de verschillen.
Opzoeken
In mijn intro bij dit artikel beschreef ik een praktijksituatie. En geloof me maar, het is echt een alledaagse situatie.
Hoe vaak overkomt het jezelf niet dat de dominee net iets ‘te snel’ begint met lezen terwijl jezelf nog druk aan het zoeken bent. Dit is één van de redenen waarom sommige mensen de Bijbel niet meer meenemen naar de kerk. Anderen zoeken voor de dienst de Bijbelgedeelten alvast op. De tienerclub is juist een goede plaats waar tieners kunnen leren opzoeken. Neem daar dan ook gewoon de tijd voor. Vraag je tieners hun eigen Bijbeltje mee te nemen en wacht rustig totdat iedereen het gevonden heeft en help even als dat nodig is. Niets is zo frustrerend als het bijna gevonden hebben van een onmogelijk Bijbelboek en beseffen dat je weer te laat bent omdat er anderhalve vers gelezen moest worden, wat inmiddels al gedaan is door een supersnelle medepuber.
Moeilijk
Een andere reden voor het thuis doorlezen van het Bijbelgedeelte (die bijvoorbeeld bij een methode wordt aangegeven) is het signaleren van moeilijke punten in de tekst. Een makkelijke manier om dat zelf voor te bereiden, is een potlood pakken en in de kantlijn snel even een paar aantekeningen maken. De standaardregel hierbij is: als je het zelf niet snapt, moet je er zeker niet vanuit gaan dat je tieners het wel doen! Een klein voorbeeldje: Paulus heeft nogal de gewoonte om bij bijzinnen van een bijzin nog een bijzin erbij te verzinnen.
Kortom zinnen waarbij je aan het eind al niet meer weet wat er in het begin stond. Als je besluit ze toch te gaan lezen, zorg dan dat je moeilijke gedeelten zelf leest en geef na zo’n volzin even een korte samenvatting of vraag aan je tieners een korte samenvatting. Hetzelfde zou je kunnen doen bij moeilijke woorden of begrippen. Toen ik een godsdienstles aan het geven was over de hoofdman te Kafarnaüm (hoe spreek je dat precies uit??), stuitten we in Lukas 7:2 op een ernstig ongestelde knecht… Mensen die met tieners werken kunnen zich wel iets voorstellen bij de reactie van mijn klas denk ik…
Waarom
Bij één van mijn uitjes op een club moesten we een keer een megalang Bijbelgedeelte lezen. Echt zo ontzettend lang dat je halverwege merkt dat je moe begint te worden en dat de monotoon opgelezen woorden zich tot één brei gaan vormen en je – ik althans – volledig de kluts kwijt bent. Mijn spanningsboog kon het gewoon even niet meer aan! Niets levends meer aan zo, aan het Woord.
Ik zeg het een beetje scherp, maar de manier waarop er Bijbel gelezen wordt zegt ook iets over je kijk op de Bijbel. Het ergste van dit geheel was niet het ellenlange stuk, maar dat het ging om één zinnetje in het eerste vers van het 37 verzen tellend Bijbel-gedeelte en met de rest werd niks, en ik herhaal het met kracht, niks gedaan. Daarom is het zo belangrijk om eerst de ‘waaromvraag’ te stellen.
Waarom lees je een bepaalde tekst?! Gebruik de Bijbel functioneel en misbruik hem niet. Helderheid gaat boven alles bij tieners. Lees nooit meer dan dat je gebruikt!
Het zou jammer zijn als tieners daardoor weerzin kregen van het Bijbellezen.
Context
In mijn achterhoofd word ik vermaand door mijn leermeesters die mij in mijn studie voorgehouden hebben altijd oog te hebben voor de context!
Zij zeggen juist: lees meer dan je gebruikt! En ik moet ze ook wel gelijk geven. In de voorbereiding moet je inderdaad meer lezen dan dat je gebruikt. De context van een Bijbelgedeelte geeft vaak meer inhoud aan wat er staat. Als Jezus in Johannes hoofdstuk 15 zegt dat niemand grotere liefde heeft, dan dat hij zijn leven inzet voor zijn vrienden.
Dan krijgt dat veel meer inhoud als nauwelijks vier hoofdstukken verder beschreven wordt hoe Jezus sterft aan het kruis voor onze zonden. Dat is een tekstgedeelte lezen in zijn context!
Toch blijf ik erbij dat je op clubs nooit meer moet lezen dan dat je gebruikt. Maar wat je absoluut wel kan doen is in een enkele zin de context neerzetten.
Ik hoor gezucht
Het hele artikel heb ik het gezucht van me af willen zetten, maar met elk woord dat ik schrijf wordt het luider.
Het gezucht van alle tienerleiders die al helemaal geen Bijbel meer gebruiken op clubs en al blij zijn als ze van het uurtje dat ze hebben drieënhalve minuut over iets inhoudelijks kunnen praten. Wat ik in het hele artikel nog niet heb beweerd is dat Bijbelgebruik makkelijk zou zijn op club. Sterker nog het kan wel eens erg moeilijk zijn. Maar ik wil jullie uitdagen die Bijbel toch weer te introduceren op club. En neem dan de tips die in dit artikel staan mee. Wees helder. Denk na over de vertaling die je gebruikt.
Wat zijn moeilijke gedeelten in deze tekst, leg ze kort uit. Lees nooit meer dan nodig is. Leg in een enkele zin de context uit. Gebruik je Bijbel functioneel!
Laatste tip
Er zijn erg veel boekjes verschenen die je kunnen helpen bij het voorbereiden van een Bijbelgedeelte. Het boek dat bij mij momenteel echt op numero 1 staat heet: ‘Het groot Bijbels handboek’. Dit boek heeft de ondertitel: ‘Praktische informatie voor jong en oud’. Schrijver M. Water. Snuffel eens rond in een Bijbelwinkel en zoek dan eens naar een handboekje die je snel kun raadplegen voor een clubavond.
Daar heeft iedereen profijt van.
Leestips
Een aantal boekjes over het gebruik van de Bijbel in het algemeen.
• Blokhuis, F., Samen thuisraken in de Bijbel. Een handleiding. Zalk, 1996. Te bestellen bij Stichting NGJ, net als onze Bijbelstudiewerkboekjes over Psalmen, Efeze en Jacobus.
• Dekker, H. e.a., De Bijbel in grote lijn. Cursusboek. Haarlem (NBG), 1999. ISBN 9061262224.
• Medema, P., Wie is er bang voor de Bijbel. Training in Bijbelstudie. Vaassen, 1996. ISBN 9063532520.
• Water, M., Groot Bijbels handboek. Praktische informatie voor jong en oud. Amsterdam, 1998. ISBN 9033827743.