Zo goed en zo kwaad...(1)

2000-11-10
  • Jaargang 44
  • nummer 23
Van de hand van de Christelijke Gereformeerde predikant dr. Bert Loonstra is een nieuw boek verschenen: Zo goed en zo kwaad. Hij gaf het als ondertitel mee: Naar een ethiek van de christelijke gemeente. Het boek biedt een doordenking van de vragen op het gebied van goed en kwaad, waar we als christenen in deze postmoderne tijd mee te maken hebben.
In twee artikelen wil ik dit boek graag bij u introduceren.

Volmacht en waakzaamheid
Ik neem mijn uitgangspunt in een gelijkenis van de Heiland. Hij vormt het slot van diens rede over de laatste dingen. Deze gelijkenis bevat twee elementen die we bij Mattheüs en Lukas ook aantreffen, maar dan afzonderlijk.
'Zoals iemand die naar het buitenland ging, zijn huis overliet aan zijn slaven en hun volmacht gaf, ieder zijn werk, en de deurwachter opdroeg te waken' (Mrk 13,34). Jezus spreekt over de tijd na zijn hemelvaart: de tijd dat de Heer van het huis afwezig zal zijn. Voor die tussentijd verleent de Heer zijn slaven volmacht en geeft Hij de deurwachter de opdracht om waakzaam te zijn. Daarmee zet Jezus de twee lijnen uit waartussen (ook) de christelijke ethiek zich mag bewegen.
Volmacht.
Als slaven van Christus is het niet onze roeping om de situatie zoals die bestond bij de hemelvaart te bevriezen.
We zijn er niet als we alleen maar 'op de winkel passen'. Doen zich tijdens de afwezigheid van hun Heer nieuwe omstandigheden voor, dan zullen de slaven naar bevind van zaken moeten handelen. Een nieuwe situatie vraagt om nieuwe antwoorden. In de geest van hun Heer. Zonder twijfel. Maar toch: nieuwe antwoorden. Stel dat je in de jaren zestig van de vorige eeuw een huis in beheer hebt gekregen.
Natuurlijk had je de kolenkachel intact kunnen laten. Maar vanuit het oogpunt van goed beheer lijkt dat nergens naar.
Waakzaamheid.
De deurwachter moet ondertussen wel de wacht houden. Het gaat om het huis van de Héér! Dat huis moet zijn huis blijven. Het huis waar Hij op ieder moment van de dag binnen kan vallen. Als de gegeven volmacht eigenmachtig wordt ingevuld, zal de Heer zich bij zijn terugkomst een vreemde voelen: voor Hem zal het huis onbewoonbaar zijn.

Doel
Het doel van Zo goed en zo kwaad is een antwoord te vinden op de vraag ‘hoe wij een christelijke ethiek kunnen ontwerpen, die enerzijds geënt is op de boodschap van het evangelie, in overeenstemming met het onderwijs van de Schrift, en die anderzijds rekening houdt met de cultuurhistorisch bepaalde situatie waarin wij ons nu bevinden’ (30). De grote zorg van Loonstra is, dat we elkaar op het gebied van goed en kwaad in de gemeente niet echt meer begrijpen.
Dat de zin van de christelijke leefregels die een kerkraad uitdraagt, door (een deel van) de gemeente niet meer gegrepen wordt. Zo kan een kerkraad bepaald gedrag - je kunt denken aan samenwonen - opvatten als rebellie, terwijl de betrokkenen in het geheel de intentie niet hebben om ergens tegenin te gaan. Ze doen 'gewoon' wat in hun leefomgeving als legitiem wordt ervaren. Wil het pastorale gesprek over ethische zaken niet een gesprek tussen doven worden, dan is noodzakelijk dat de kerk zich bewust is van de veranderingen die zich in onze cultuur hebben voltrokken. Wat dr. Loonstra met zijn boek beoogt, wordt heel compact en heel volledig verwoord in de oorspronkelijke ondertitel van het boek: Naar een bijbelsgenormeerde, eigentijdse gemeenteethiek.
Bij nader inzien heeft hij deze ondertitel laten vallen omdat die te complex zou zijn om op de voorzijde van een boek te figureren (7). Intussen staat hier in een notendop wel alles bijeen wat hem drijft. Het is de roeping van de gemeente van Christus om in gehoorzaamheid aan Gods om te gaan met de vragen van goed en kwaad die in de westerse samenleving van vandaag aan de orde zijn. ‘De gemeente dient alert te zijn om in trouw aan het overgeleverde geloofsgoed adequaat in te spelen op de omstandigheden waarin ze verkeert’ (7).

Eigentijds
In het eerste hoofdstuk, De tijden veranderen, beschrijft Loonstra een aantal kenteringen die zich in de westerse cultuur hebben voltrokken. Hij beschrijft het proces van individualisering, op gang gebracht door de Renaissance.
Het verschrompelen van de patriarchale gezagsstructuur en de opkomst van het denken en handelen in termen van menselijke autonomie.
Onze keuzes ‘maken wij niet, of steeds minder, op grond van overgeleverde gezagsstructuren, maar op grond van wat overtuigend of aantrekkelijk op ons overkomt’ (18).
Onze cultuur is terechtgekomen in de fase van het postmodernisme: je kunt nog wel optimistisch doen over de ontwikkelingen in de moderne samenleving, maar je kunt niet meer optimistisch zijn. Daarvoor is de twijfel aan de zin van het leven te sterk geworden. Ik vind overigens dat Loonstra te vaak zegt: deze ontwikkelingen zijn niet terug te draaien. Dat klinkt te capitulerend. We moeten het laten bij de constatering: de wijk rond het huis dat de gemeente van Christus is, is diepgaand veranderd.
En we dienen ons er inderdaad van bewust te zijn: dat gekenterde levensgevoel dringt door in het huis. De deurwachter moet meer dan ooit zijn ogen open houden!
Heeft de gemeente in deze situatie een eigentijdse ethiek nodig? Ik vind de keuze voor die term niet gelukkig.
Hij laat teveel ruimte voor misverstand.
Zelf zou ik pleiten voor een tijd-betrokken ethiek.

Gemeente-ethiek
Overtuigend vind ik het pleidooi van Loonstra voor een gemeente-ethiek.
Normen van goed en kwaad krijgen hun concrete gestalte binnen een bepaalde gemeenschap. ‘Hij heeft Jakob zijn woorden bekendgemaakt, Israël zijn inzettingen en zijn verordeningen, zo heeft Hij aan geen enkel volk gedaan...’ (Ps 147,19-20). En: ‘Wie mijn geboden heeft en ze bewaart, die is het, die Mij liefheeft’ (Joh 14,21). Christelijke ethiek is ethiek voor gedoopten: mensen die zijn gekocht met het bloed van het Lam en zich daarom ingelijfd mogen weten in het lichaam van Christus.
Het eigenlijke belang van de gemeente- ethiek ligt voor Loonstra bij de derde factor die hij op pagina 40 noemt, dat ‘de aansluiting van de ethiek aan de identiteit van de gemeente de mogelijkheid schept om de ethiek te betrekken op het levensgevoel van de moderne mens, dat ook de christelijke gemeente binnendringt’(40).
Maar hier komt het er dan ook op aan. De van God gegeven volmacht van de slaven uit Jezus' gelijkenis, zal juist op dit punt gestalte moeten krijgen.
Hier zullen de nieuwe antwoorden op nieuwe situaties gegeven moeten worden. Mits de slaven de geschonken volmacht niet gebruiken als springplank voor een eigenmachtig uitmaken wat goed en kwaad is. Uiteindelijk gaat het in de christelijke ethiek niet om wat wij goed vinden voor de gemeente, maar om wat goed is voor de kudde in Gods ogen.

Bijbels genormeerd
Over de plaats van de geboden in de Bijbel zegt Loonstra behartenswaardige dingen. De geboden komen niet rechtstreeks uit de bijbel op de individuele mens af. Ze staan in de Schrift al in het kader van een bepaalde kring: die van schepping, verbond of koninkrijk. Ze functioneren daarom ook pas optimaal voor iemand die God als Schepper erkent, zelf deel uitmaakt van het verbond en leeft in de verwachting van het komende koninkrijk, m.a.w. voor iemand die behoort tot Gods volk op aarde.
De bijbelse geboden zijn voorts sterk tijd-betrokken. Dat wil niet zeggen dat ze geen universele geldigheid hebben. Het is een geldigheid die je pas op het spoor komt wanneer je de geboden voor alles betrekt op de tijd waarin en de gemeenschap waarvoor ze in eerste instantie bedoeld waren.
De betekenis van de geboden voor de gemeente van vandaag zie je pas via díe omweg. Loonstra pleit er dus voor om het historische karakter van de openbaring ten volle serieus te nemen en ziet daar ook de mogelijkheden liggen voor een geëigende toepassing van de bijbelse geboden in onze tijd.

Project
Zo goed en zo kwaad is een boek dat door Loonstra zelf getypeerd wordt als een project. Niet voor niets begint de ondertitel met het woord naar: ‘Naar een ethiek van de christelijke gemeente’. Loonstra geeft het doel aan dat hem voor ogen staat, maar geeft tegelijk duidelijk aan dat hij dat nog niet bereikt heeft. In de keuze voor deze titel laat hij ook het moeilijke van deze onderneming doorklinken.
Deze openhartigheid vat ik op als een uitnodiging. Als we aan de gemeente ervaren hoe de wereld om ons heen veranderd is, als we zien hoe het postmoderne gedachtegoed binnendringt in het huis van onze Heer, laten we dan samen de bezinning ter hand nemen!
Dr. Loonstra is predikant in de Christelijke Gereformeerde Kerk. Voor het schrijven van dit boek is moed nodig geweest. Wat zou het vruchtbaar kunnen zijn wanneer Christelijke Gereformeerden samen met Vrijgemaakt en Nederlands Gereformeerden zich gezamenlijk zouden bezinnen op de diepste intentie ervan: hoe wij als gemeente van Christus trouw blijven aan het woord van God inzake de vragen van goed en kwaad die deze tijd ons stelt. Wat zou het prachtig zijn als we zo samen verder kwamen in het verstaan van de breedte en lengte en hoogte en diepte van Gods gebod.

Ik heb uw waarheid lief met ziel en zin, uw woord dat goed en kwaad leert onderscheiden.
Uw woord, o HEER, houdt alle waarheid in, uw heilig woord is recht voor alle tijden.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief