De geschiedenis van de STAGG
2000-11-24
‘Op 30 juni 1970 werd te Utrecht de oprichtingsakte van de Stichting Anno 1970 voor Gereformeerde Kinderbescherming gepasseerd. Aanleiding hiervoor was de breuk binnen het bestuur van de uit 1952 daterende Stichting voor Gereformeerde Kinderbescherming, als gevolg van de scheuring van de gereformeerde kerken vrijgemaakt eind jaren zestig.’ Zo opent oud voorzitter ds. J.A. de Vries, in 1995 het hoofdstuk ‘Historie’ van het beleidsplan van de STAGG.- Jaargang 44
- nummer 24
In de statuten van deze stichting staat als doelstelling omschreven: ‘de duurzame verzorging en opvoeding van minderjarigen, alsmede het verrichten van maatschappelijk werk’. Men wilde eigenlijk het beleid en werk van de oude (vrijgemaakt gereformeerde) stichting voortzetten. Maar de regelgeving door de overheid in verband met de kinderbescherming bemoeilijkte dit zodanig, dat naar een andere invulling van deze door de Nederlands Gereformeerde diaconieën opgerichte stichting moest worden omgezien.
Preventie
In de eerste jaren van het bestaan van de Stichting groeide het besef dat het werk, naast hulpverlening aan kinderen, zich ook op preventie zou moeten richten. Daartoe werd in 1975 een psycholoog-jeugdconsulent aangetrokken met als taak ‘ het in overleg met de gemeenten oplossen van leef- en aanpassingmoeilijkheden van jeugdigen en het assisteren bij de opbouw van het jeugdwerk in de gemeenten’.
In hetzelfde jaar werd in Apeldoorn een pand aangekocht voor de opvang van kinderen. Een jaar later volgde de aanstelling van een maatschappelijk werkster.
Stichting voor Jeugdzorg
In 1980 werd de naam van de stichting veranderd in ‘Stichting voor Jeugdzorg en Maatschappelijk Werk van de Nederlands Gereformeerde Kerken’. Eigenlijk was deze naam al meteen verouderd . Het huis in Apeldoorn bleek slechts in geringe mate in een behoefte te voorzien.
Bovendien beschikte de stichting over goede samenwerkingsmogelijkheden met de voor dit doel (opvang van kinderen) beter geoutilleerde Christelijke Gereformeerde Vereniging voor Jeugdwelzijn.
Het pand werd in 1983 verkocht.
Inmiddels had het bestuur voor haar preventieve taak binnen de gemeente een cultureel werkster aangesteld voor het geven van toerustingscursussen.
Maar ook de behoefte aan hulpverlening veranderde. Steeds vaker werd vanuit kerkelijke kringen een beroep gedaan op meer psychotherapeutische vaardigheden van de medewerkers. Echtparen met huwelijks- en opvoedingsproblemen, jongeren die vastliepen in hun volwassenwording, mensen met psychische klachten maakten in toenemende mate deel uit van de groep hulpvragers.
Inmiddels was een psychotherapeutisch opgeleide psycholoog voor dit doel aangesteld. Het accent werd aldus verlegd naar wat wij tegenwoordig noemen: ambulante geestelijke gezondheidszorg. De vraag daarnaar binnen onze kerkelijke kringen nam zo sterk toe dat in 1985 werd besloten tot het betrekken van een eigen kantoorruimte in Houten. Tot dan toe namelijk werden de hulpvragenden aan huis bezocht. Twee jaar later volgde een kantoor in Zwolle. En nog weer later, in 1991, als uitvloeisel van de –inmiddels door hen beëindigde-
samenwerking met de christelijke gereformeerden, ook Dordrecht.
Pionier
De situatie van de christelijke psychotherapeutische hulpverlening in 1980 was een geheel andere dan de huidige.
We mogen de STAGG gerust een pionier noemen op het terrein van de christelijke AGGZ. Op een enkele vrijgevestigde psycholoog en psychiater na, pakte de STAGG als een der eerste onder de diakonale instellingen –weer- de taak van de geestelijke gezondheidszorg op. Immers met het badwater van de jaren zestig was ook het kind van de christelijke diakonale zorg op dit terrein weggegooid.
Kort na de STAGG begon ook ‘Gliagg de Poort’ (namens de meer orthodoxe, reformatorische kerken) haar werkzaamheden op dit terrein. En nog weer later werd het Gereformeerd Psychiatrisch Ziekenhuis opgericht.
Het aanbod aan christelijke, gereformeerde, evangelische, bijbels verantwoorde (of hoe men het ook wil noemen) hulpverlening is in de afgelopen 20 jaar misschien wel verdertigvoudigd.
Die enorme groei als gevolg van de explosief gegroeide vraag, lijkt nog niet tot staan gebracht. Nog steeds kampen christelijke instellingen en vrijgevestigden met lange wachtlijsten.
Teleurstelling
Eerst nog even terug naar de tweede helft van de jaren tachtig. In 1988 kwam een begin van samenwerking tot stand met Het Anker, een soortgelijke instantie als de STAGG, uitgaande van de christelijke gereformeerde vereniging voor jeugdwelzijn. Deze samenwerking resulteerde in de oprichting van de STAGG. Wat betekende: Stichtingen voor ambulante geestelijke gezondheidszorg. Reeds een jaar later, in 1991, werd deze samenwerking door de christelijke gereformeerden verbroken ten gevolge van een besluit van deputaten om alle hulpverlening onder te brengen in Gliagg De Poort. Dit was, en dat willen we niet verhelen, voor ons een enorme teleurstelling. Latere pogingen om tot samenwerking te komen met Gliagg De Poort leidden niet tot resultaat. De STAGG behield overigens wel haar naam, maar dan in enkelvoud: Stichting voor Ambulante Geestelijke Gezondheidszorg, van de Nederlands Gereformeerde kerken.
Het bestuur, inmiddels in een grotendeels nieuwe samenstelling, heeft toen na ampel beraad besloten om de steven te wenden. De jaren tachtig namelijk hadden in het teken gestaan van pogingen tot samenwerking met geestverwante instellingen. Zo zijn bijvoorbeeld ook nog pogingen ondernomen om betrokken te worden bij de oprichting van het Gereformeerd Psychiatrisch Centrum. Maar ook die inspanningen strandden.
Een sterkere organisatie
Zoals gezegd, het bestuur gooide het roer om. Het besloot niet langer energie te steken in de door ons zeer gewenste maar als gevolg van de onneembare kerkelijke muren tot dan toe vruchteloos gebleven samenwerkingspogingen.
Wel wilde het bestuur haar interne structuur versterken.
Daarmee kwamen de jaren negentig te staan in het teken van de kwaliteit van de hulpverlening. Dat was overigens volkomen in overeenstemming met de trend binnen de algehele ambulante geestelijke gezondheidszorg.
Kwaliteitsbeleid werd het kernbegrip.
Vanuit de overheid werden dienovereenkomstig eisen gesteld aan instellingen en therapeuten. Zo werden overheidregisters geopend waarin de daartoe gekwalificeerde Gezondheidszorgpsychologen en Psychotherapeuten (ook die van de STAGG) werden ingeschreven. Dat hield ondermeer in dat ook De STAGG te maken kreeg met klacht- en tuchtrecht, met informatieplicht tegenover de client, met eisen ten aanzien van de bejegening van hulpvragenden.
Het bestuur heeft zich ten volle ingezet voor deze interne versterking.
Haar kwaliteitsbeleid kan inmiddels de wettelijke toets der kritiek doorstaan.
Tegelijk toetste het bestuur de door de overheid gestelde eisen aan het eigene van wat het bestuur verstond onder christelijke hulpverlening.
Inmiddels blijven de wachtlijsten bestaan. Maar er lijkt nu een kentering te komen in de houding van de minister tegenover die wachtlijsten.
En hiermee is misschien de nieuwe uitdaging voor de STAGG geformuleerd: erkenning door de overheid en zorgverzekeraars. Tot nu toe lukte dat niet als gevolg van de te geringe omvang van de STAGG en de negatieve houding in het algemeen tegenover christelijke hulpverlening. Hier ligt een nieuwe uitdaging om de hulpverlening van de STAGG als een volwaardig alternatief voor seculiere hulpverlening op de agenda van minister en zorgverzekeraars geplaatst te krijgen.