De antichrist in een doosje
2000-12-08
Ook dit jaar is hij, onvermijdelijk, in ons midden. Sinterklaas.- Jaargang 44
- nummer 25
Als mentor van een klas probeer ik elk jaar dit te zorgen dat hij stilletjes mijn lokaal voorbij gaat, maar helaas… er is altijd wel een leerling die enthousiast roept; ‘Zullen we gaan lootjes trekken’.
Ik vind het een ramp. Vaak probeer ik een alternatieve sinterklaas te laten ontstaan (chocomel drinken in de binnenstad, of desnoods gourmetten…) maar het heeft meestal geen zin.
Er wordt dit jaar iets creatiefs bij bedacht. Je moet niet iets kopen voor een ander, maar je moet het allerlelijkste geven wat je in je bezit hebt.
Er wordt gegrinnikt. Iemand stelt voor een broertje weg te geven, een ander weet te antwoorden dat ze haar vriendje cadeau kan doen.
Surprises zijn niet nodig, gedichtjes mogen wel.
Enfin.
Ik kijk mijn werkkamer eens door. Het allerlelijkste wat ik heb… Er staat achter in een kast nog wel iets wat ik met m’n bruiloft kreeg, maar eigenlijk wil ik het meisje wiens lootje ik heb, ook wel iets aardigs geven.
Wat moet ze met een geborduurde alfabetlap..
Ik besluit mijn verzameling boomerang-kaartjes aan haar te geven. Ze zijn mij wat te grof, maar door haar generatie verstuurd schijnt dat te kunnen…
Het feest begint. In mijn lokaal staan 26 stoelen in een kring en een klont cadeautjes ligt als verloren bagage in het midden.
De stemming komt er vrij snel in. De eerste drie cadeaus leveren verraste ‘oh en ah’s’ op.
De ontvangers zijn oprecht verbaasd en tevreden. De begeleidende gedichtjes zijn verhelderend.
Ik krijg een smerig beduimelde en vies ruikende nep-furbi. Als ik het monsterlijke dingetje in zijn buik knijp zegt het iets onbegrijpelijks. Leerlingen moeten er erg om lachen.
En daar moet ik om lachen.
Het meisje naast mij krijgt een cd’tje.
Nieuwsgierig bekijkt ze het hoesje. Een met zwart en rood opgemaakte man, in een gothic kledingstijl kijkt als een zombie haar aan. Marilyn Manson heet het heerschap.
Het meisje leest het begeleidende gedichtje. De gever had het van haar broertje gekregen, ze kende de muziek niet en vond het ook niet mooi. Ze geeft het daarom maar weer weg.
Mijn buurvrouw pijnigt haar hersens of ze het misschien kent, maar voordat ze goed en wel reageert, roept een jongen: ‘Dat kan je niet maken, zoiets geef je niet weg, Marilyn Manson zegt dat hij de antichrist is! Kijk maar op zijn homepage www.marilynmanson.com.’ Het wordt rumoerig in het lokaal. Er zijn meer christenen die zich opeens realiseren wat het betekent als iemand zich de antichrist noemt. Er blijken opeens veel leerlingen te zijn die deze ‘artiest’ en zijn morbide videoclipjes kennen. Sommigen vinden het gave muziek. Ik hoor een leerling vragen: ‘Wie is antiekris?’
Half vijf. Ik loop langs mijn lege lokaal over de gang. Een medewerkster van de huishoudelijke dienst komt me tegemoet.
Ik zie dat ze een cd-doosje in d’r hand heeft.
Ze kijkt me aan en zegt hoofdschuddend: ‘Ze kennen de waarde van de dingen niet meer! Kijk nou, ik vind zelfs een cd’tje in de prullenbak! Het schijfje zit er nog in, da’s toch zonde!’
Ik herken het doosje.
Ik weet wat er in zit.
Het is inderdaad zonde.
Ze loopt verder, meer in zichzelf dan tegen mij pratend en ik hoor haar zeggen: ‘Ik geef hem thuis wel aan de kinderen.’
Dromer