Bijzondere kinderboeken

2000-12-08
  • Jaargang 44
  • nummer 25
Narnia-sprookjes herdrukt

Lewis voor beginners

Bij uitgeverij Callenbach zijn de eerste twee delen van de Narnia-sprookjes van C.S. Lewis opnieuw verschenen in een fraaie uitgave 1). Wie de sprookjes en hun schrijver kent, kan hier stoppen met lezen.
Aan de andere lezers wil ik graag proberen duidelijk te maken wat voor bijzondere verhalen het zijn.

De schrijver
De schrijver zelf is trouwens ook bijzonder.
Hij is van overtuigd Godloochenaar een hartstochtelijk christen geworden. Erkend geleerde als hij was heeft hij zich daar niet voor geschaamd, integendeel, waar hij kon heeft hij geprobeerd in zijn omgeving en in boeken mensen te overtuigen van de waarheid van de bijbel en vooral van het christelijk geloof. Hij is daar een meester in en hij doet het gedreven, omdat hijzelf zo lang zoekende is geweest is en gevochten heeft om de Waarheid te vinden.
Daardoor kent hij van binnenuit de weerstand en de moeite van de ongelovige.
Twee jaar geleden, heeft Pieter van Kampen ter gelegenheid van Lewis’ honderdste geboortedag in Opbouw een artikel aan zijn leven
gewijd. 2)

Echte verteller
Als u nu denkt ‘zoveel aandacht voor sprookjes?’, wacht dan toch nog even voor u verder bladert, want Lewis noemt ze wel zo, maar de verhalen zijn veel meer.
Hoewel: in de eerste plaats zijn het sprookjes. Alleen al omdat de schrijver ze zo noemt. Geschikt voor kinderen vanaf ongeveer tien jaar die ervan zullen genieten. Want het zijn spannende verhalen die op een erg leuke manier worden verteld: de verteller Lewis is als een gezellige opa in de verhalen aanwezig. Hij heeft als het ware de kinderen in een kring om zich heen terwijl hij zit te vertellen.
(‘Nu zijn we bij een van de naarste dingen uit dit verhaal gekomen’’.
…wezens die ik maar niet eens zal beschrijven, want anders vinden grote mensen het waarschijnlijk niet eens goed dat je dit verhaal leest’) Bovendien vertelt Lewis met veel humor. Humor waarvan kinderen nog wel eens wat zal ontgaan, maar waarvan volwassenen zullen genieten. Ja zeker, want het zijn ‘sprookjes’ voor alle leeftijden. Sterker nog, juist oude-
ren zullen ervaren dat deze ‘sprookjes’ meer waarheid bevatten dan veel verhalen die voor waar doorgaan.
Maar om dat duidelijk te maken geef ik eerst iets over de inhoud weer.

Witte Koningin
De reeks bestaat uit zeven delen, waarvan er nu twee in herdruk uit zijn. *) Ik neem daarvan de meest bekende Het betoverde land achter de kleerkast bij de kop.
Hoofdpersonen zijn twee broertjes en hun twee zusjes die avonturen beleven in Narnia, een geheimzinnig land, waar het altijd winter is en dat ze bereiken via een diepe klerenkast in een oud Engels landhuis. Een van de kinderen, Edmund, laat zich inpalmen door Jadis, die zich de koningin van Narnia noemt. Ze weet hem te verleiden met haar mee te gaan. Zijn broer en zusjes komen terecht in het kamp van Aslan, de leeuw, de échte koning van Narnia. Na veel, vaak spannende, avonturen komen ze bij elkaar in de buurt. maar Edmund kan de anderen niet bereiken, want Jadis heeft volgens oude bepalingen recht op zijn bloed, omdat hij haar zijde gekozen heeft. Dan is het de leeuw Aslan die aanbiedt zijn bloed te geven in de plaats van dat van Edmund. Jadis, de ‘Witte Koningin’ zoals ze meestal aangeduid wordt neemt dat bod aan. Ze krijgt de gelegenheid Aslan op een vreselijke manier te bespotten en te slachten. Als lezer beleef je het in al zijn verschrikking mee doordat de twee meisjes er getuige van zijn. Door een kracht van buitenaf komt Aslan de volgende dag weer tot leven. In het gevecht dat volgt verslaat hij de Witte Koningin.

Bijbelse onderlaag
Ieder die zijn bijbel kent, zal in Aslan onmiddellijk de Heer Jezus herkennen en in de Witte Koningin met haar verleidingen, de Satan. Eenmaal op dat spoor zie je heel veel dingen op hun plaats vallen. In de aanklacht van Edmund door de Witte Koningin herinner je je Satans aanklacht van Jozua (Zach 3). De angstnacht die Aslan samen met de twee meisjes doormaakt voor hij door de Witte Koningin geslacht wordt doet je denken aan Jezus in Gethsémane; de slachting zelf aan de kruisiging; het weer levend worden aan de paasmorgen in de hof van Arimathea, alweer met de twee zusjes! Maar hoe verteld! Zo fijnzinnig; zo liefdevol! Lewis heeft zijn diep doorleefde liefde voor Christus gebruikt om Aslan te tekenen. En omgekeerd heeft hij mij als lezer in mijn liefde voor Jezus versterkt, die liefde nieuwe impulsen gegeven. Het grijpt je aan als je Aslan, van wie je met de kinderen bent gaan houden, zo ziet lijden. Wat is de liefde van Aslan voor de kinderen en omgekeerd van de kinderen voor Aslan prachtig beschreven; wat is hun verdriet echt!
En wat heeft Lewis de vreugde op Paasmorgen prachtig weergegeven in de uitbundige dans van de kinderen met de opgestane Aslan. En je realiseert je: ja, zo groot moet de vreugde van de Heer geweest zijn in de hof van Arimathea. De intense vreugde van de Heer Jezus zelf, de diepe blijdschap van de vrouwen. Want het zijn de vier kinderen die staan voor de hele mensheid, de gelovigen, die nu Edmund door Aslans bloedoffer gerechtvaardigd is, samen als koningen gaan heersen.
En daarmee heb ik aangegeven waarom deze verhalen veel meer zijn dan alleen maar sprookjes voor kinderen.
Kinderen zullen zelfs veel van die ‘andere laag’ helemaal niet ontdekken.

Aanstekelijk
Zelf heb ik die andere laag maar al te goed weer ervaren bij het herlezen van het zevende deel, ‘Het laatste gevecht’. Je wordt helemaal warm van binnen als je leest over de liefde van Christus in het laatste oordeel en bij de beschrijving van de nieuwe aarde. De mensen die er wonen zijn zo gelukkig en je wordt erin meegesleept.
Prachtboeken om cadeau te geven aan kinderen. En om zelf mee, of vóór te lezen. En er met de kinderen over te praten. ‘Heb je gezien op wie Aslan lijkt?’ ‘Snap je nou dat Edmund zo gemakkelijk met de Witte Koningin meeging?’ Want wat heeft Lewis indrukwekkend getekend dat de eerste stap op de weg van de verleiding je uiteindelijk volledig slaaf van de zonde maakt.
Maar ook hoe de liefde van Christus je zelfs daarvan kan verlossen. En dat in een spannend kindersprookje.
Om vele malen te lezen.
1) C.S. Lewis, Het betoverde land achter de kleerkast. Uitg. Callenbach, Kampen. 2000. Gebonden. 157 pag. f 27,50.
2) Opbouw Jaargang 42, nr. 24. In dat nummer vindt u ook het eerste artikel van een serie die ds. Mudde aan Lewis gewijd heeft. Ik ontdek dat hij bij het lezen van de Narnia-sprookjes vergelijkbare ervaringen heeft als ik.

Éen voor beginnertjes

Bij dezelfde uitgever is van ‘Het betoverde land achter de kleerkast’ voor nog jongere kinderen een versie uitgekomen.
*) Als prentenboek met schitterende platen in kleur. ‘De tekst is bewerkt en aangepast voor jonge kinderen’ meldt de uitgever voorin.
In het begin dacht ik nog dat die aanpassing aardig gelukt was, maar naarmate ik vorderde kreeg ik daar meer twijfels over. De inkorting is gepaard gegaan met verlies aan verhaal; het geheel is er oppervlakkig door geworden. Soms zijn zelfs elementen overgeslagen die nodig zijn om de gebeurtenissen te begrijpen.
Sommige gedeelten zijn zo sterk samengevat dat het niet meer mogelijk is je in te leven, en dat betreft juist die gedeelten die de lezer zo sterk emotioneel raken in de volledige uitgave. Ook de tekening van Aslan heeft er onder te lijden.

Daarnaast is de bewerker is er niet in geslaagd het taalniveau aan te passen aan dat van jongere kinderen. Er zijn te veel moeilijke woorden en uitdrukkingen blijven staan als hoogverraad, jegens, vergelden, vrije doorgang, hakte op zijn flank in. En vooral: er is niet met kleine kinderen ‘meegedacht’.
Toch zou het jammer zijn als hiermee het boek als afgedaan beschouwd wordt, want het is zo’n prachtig platenboek.
Ik heb het met kleindochter Stefanie doorgenomen en ze raakte er niet op uitgekeken. Ze wees telkens nieuwe details aan, telkens ontdekte ze nieuwe elementen. Ik hoefde er weinig bij te vertellen want het verhaal kent ze door en door.
Wel aanschaffen dus en zelf het verhaal erbij vertellen aan de hand van de platen.

) C.S. Lewis, Het betoverde land achter de kleerkast. Uitg. Callenbach, Kampen. 1998. Gebonden, groot formaat.
f 28,75.

Hoogbegaafd skaten

Nu ik toch met kinderboeken bezig ben, besteed ik nog even aandacht aan een boek dat boven de middelmaat uitsteekt. In december moet dat kunnen.
Het gaat om ‘Winnen’ van Guurtje Leguijt 1). Het boek verschaft een kijkje in het leven van een hoogbegaafde jongen, Friso. Hoewel zijn onderwijzeres vindt dat iemand als hij maar boft met zoveel verstand, voelt hij zich doodongelukkig. Hij wordt gepest door zijn klasgenoten die allemaal ouder zijn dan hij, terwijl hij zich verder in de klas dood verveelt. Hij voelt zich totaal onbegrepen, nog het ergst door zijn onderwijzeres en de directeur van de school die denken dat hoogbegaafdheid identiek is met knap zijn in rekenen en taal, een probleem dat ze wel even oplossen door Friso wat extra oefeningen te geven.
Dat hij op alle gebieden veel in zijn mars heeft en ook bijvoorbeeld de voosheid doorziet van het verplicht excuses aanbieden in de klas, dringt maar langzaam tot ze door. Het aantal botsingen met medeleerlingen en de leerkracht is dan ook legio.
Om de haverklap wordt Friso om zijn onhebbelijk gedrag naar de gang gestuurd, waar steevast zijn klasgenootje Evelien langs komt die hem niet in verstand, maar wel in ‘levenswijsheid’ verre de baas is en hem leert op de juiste wijze op pestende klasgenoten te reageren. Daarnaast is Friso in het bezit van een verstandige vader en moeder.

Skatewedstrijd
Een tweede verhaallijn zorgt voor extra spanning: de school organiseert voor de leerlingen een skatewedstrijd.
En na schooltijd is Friso een fervent skater. Hij heeft een techniek van niets, maar zijn uithoudingsvermogen is behoorlijk. Bij toeval komt hij in contact met een ex profschaatser, Jan Schenk (!), die Evelien en hem wel wil trainen. De wedstrijd zelf vormt de climax van het verhaal. De finale gaat uiteindelijk tussen Friso en zijn grootste pestkop Jasper.

Anderszijn
Knap vind ik dat achter de tekening van de hoogbegaafde een algemener thema zichtbaar wordt, namelijk dat van het anderszijn dan de rest. ‘Wat is normaal’ vraagt Friso zich af. En met name Evelien zegt daar op haar eigen speelse manier prachtige dingen over.
‘Je moet trots zijn op je gave’ vindt Friso’s juf. Jazeker, relativeert zijn vader, als je die op de goede manier gebruikt. Voor jezelf en je medemens’.

Herkenning
Kinderen vanaf tien jaar zullen Winnen zeker weten te waarderen.
Het biedt ze veel herkenningspunten: de levensechte klassensituaties met de spannende conflicten tussen de juf en de leerlingen, de ruzietjes thuis en de spanning van de wedstrijd; ze zullen zich identificeren met Friso en zich aangetrokken voelen tot de slimme Evelien, wat het boek geschikt maakt voor zowel jongens als meisjes.
De duidelijke problematiek, de herkenbare karakters met positieve en negatieve eigenschappen, de spanning en niet te vergeten de humor maken van Winnen een aantrekkelijk en waardevol kinderboek.

1) Guurtje Leguijt, Winnen !
Uitg. Callenbach, Kampen. 2000.
Gebonden, 88 pag. f 19,90.

Papa Panov

Als schitterend prentenboek is ook bij Callenbach uitgekomen het bekende door Tolstoy bewerkte verhaal van Ruben Saillens: Het bijzonder kerstfeest van Papa Panov.
Het verhaal kun je zien als een uitwerking van Mat. 25: 34 – 40: De eenzame schoenmaker Papa Panov krijgt op kerstavond van Jezus zelf te horen dat Hij de volgende dag langs zal komen. En dat gebeurt dan in de gestalte van mensen die hulp nodig hebben. Tevergeefs wachtend op Jezus helpt Panov ieder die langskomt op een ontroerend warme manier.
Om ‘s avonds van Jezus zelf te horen dat het Jezus was die hij voedsel en drinken, kleding en aandacht gaf.
Prachtige tekeningen. Mooi verhaal.
Geschikt voor al heel jonge kinderen.

Saillens, Tolstoy, Het bijzonder kerstfeest van Papa Panov.
Uitg. Callenbach, Kampen. 1999. Gebonden, groot formaat. 30 pag.
f 15,90.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief