Spuitje

2000-12-22
  • Jaargang 44
  • nummer 26
We wonen hier nu drie jaar. Nieuwe wijk, nieuwe straat, nieuw huis, nieuwe buren. Ons huis is van het type twee-onder-één kap. Als je er voor staat wonen wij rechts onder het gezamenlijke dak en onze buren links. Nee, dat heeft geen diepere betekenis. Met onze buren hadden we al kennis gemaakt voor de huizen werden opgeleverd.
Een aardig stel, iets ouder dan wij, een zoon van dertien. Toen ze hoorden dat wij een baby verwachtten bood zij onmiddellijk aan daar wel eens op te willen passen. Daar hebben we dan ook dankbaar gebruik van gemaakt, als dat eens nodig was. Helaas werd Ina, onze buurvrouw ziek. We waren blij dat we wat voor ze terug konden doen: Ronald en Edu aten bij ons toen Ina in het ziekenhuis lag, en later, toen ze thuis kwam hebben we nog een paar weken voor ze gekookt. Intussen leerden we elkaar tamelijk goed kennen.
Het zijn echt gezellige mensen om als buren te hebben. Samen een barbecue organiseren met nog een paar buren, elkaar helpen met de tuin, samen een straatje leggen, op zomeravonden met een pilsje gezellig onderuitzakken. Een enkele keer heel serieus ook. We wisten al dat ze 'nergens' aan deden.-
Geen van beiden gelovig opgevoed.
Nooit over nagedacht ook. Misten ook niets, ook niet toen wij duidelijk lieten merken dat wij ons dat moeilijk konden indenken. Ieder mens heeft vroeg of laat toch wel eens vragen als: waar kom ik vandaan en waar ga ik naartoe.
Maar nee, zij dus niet.
De ziekte van Ina kwam al gauw terug.
Weer ziekenhuis, kuren en nog meer narigheid. Kort geleden kwamen ze vertellen dat het hopeloos was. De dokters gaven haar nog een paar weken.
Vorige week is ze nog even in het ziekenhuis geweest. Ze is thuisgekomen en gisteren kwam Ronald zeggen dat we vandaag afscheid van haar konden nemen. Ze kan niet meer.
We komen er net vandaan. Hebben met haar gepraat want ze was heel helder. 'Wat vinden jullie er van, dat ik ermee wil stoppen?' vroeg ze. Wat moesten we zeggen? Je kunt zo'n dood-ziek mens toch niet zeggen: 'dat mag niet?' Wij hadden er de moed niet voor. Alle woorden die we wilden zeggen bleven ons in de keel steken. Ik had willen zeggen: 'we geven je over aan de barmhartigheid van God.' Maar ik kon en durfde niet. 'Hou op over die barmhartige God! Waarom ben ik dan ziek geworden?' zou ze antwoorden.
Al onze gesprekken over lijden en doodgaan liepen daar immers op uit.
Machteloos, volslagen machteloos voelden we ons. Ja, we hebben afscheid van haar genomen, alsof ze een lange reis ging maken. Emotioneel hoor, bah.
Afschuwelijk. Nu zitten we aan deze kant van de muur voor haar te bidden.
Vind je dat gek? Verkeerd misschien?
Zijn we in gebreke gebleven? Had jij het anders gedaan? Wist jij iets beters?
Had jij misschien een antwoord gehad?
Ja, nu ben jij ook even stil. Vertel eens, welk woord komt het eerst bij jou op, verloren of barmhartigheid? Ik hoop dat laatste. Persoonlijk vlucht ik in dat laatste woord. Iets anders hebben zelfs wij niet. Barmhartige God. Barmhartige God. Ontferm U over Ina als ze straks een spuitje krijgt en zachtjes inslaapt.
Kyrie eleison!

Ytje Veefkind, Amersfoort

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief