'Licht-geraakt leven' nodigt tot gesprek

2000-12-22
  • Jaargang 44
  • nummer 26
Al lezend in het Nieuwe Testament sta je er niet bij stil op hoeveel manieren het christelijke leven wordt getypeerd door Paulus, Petrus en de anderen.
Pieter van Kampen komt met een tiental beelden uit de brieven van deze eerste volgelingen van Jezus, na eerst twee hoofdstukjes over radicaliteit en discipelschap.
Het aardige van de beelden vond ik, dat ze zo direct en daarom zo confronterend zijn. Neem bijvoorbeeld de typeringen van het geadopteerde kind, de militair, de pelgrim en de visser. Ze zijn stuk voor stuk als beeld al prikkelend en brengen je rechtstreeks bij de vraag hoe je in het hier en nu christen bent.
Wie Pieter van Kampen een beetje kent, weet dat hij een gedreven en bewogen werker is in en rond de kerk.
Dat is ook in zijn schrijven merkbaar aan de manier waarop hij de verschillende beelden toespitst op het hier en nu. Bijvoorbeeld als het gaat over ‘strijd’ in een cultuur, die z.i. gekenmerkt wordt door genotzoekerij (p.61) of in een vraag wat je anno 2000 met iets als vreemdelingschap aan moet.
Zulke hoofdstukken nodigen uit tot open en persoonlijke onderlinge gesprekken op een bijbelkring o.i.d.. In elk hoofdstuk is ook genoeg bijbels gedachtegoed te vinden, zodat het gesprek de diepgang van het evangelie niet hoeft te missen. De laatste zes hoofdstukken vond ik in zijn bijbelse verwijzingen soberder en meer to the point dan de eerste. In die eerste zes hoofdstukjes springt het mij wel eens iets teveel van de ene tekst naar de andere, waarbij niet elke tekst even functioneel is in het betoog. Dat vraagt dus meer dan in de latere hoofdstukken om een persoonlijke voorbereiding voorafgaand aan een onderlinge bespreking.
Een ander punt van gesprek zou kunnen zijn hoeveel we - als het gaat om het nieuwe leven - van God mogen verwachten en in hoeverre wij zelf aan onze redding te werken hebben. Bij het één dreigt immers de gemakzucht en achter het andere schuilt de moedeloosheid.
Bij Pieter van Kampen ligt de nadruk op het tweede, dus de aansporing aan ons adres. Sommige van de beelden brengen dat ook met zich mee, maar in de eerste hoofdstukken kom ik wel wat te vaak het woord ‘moeten’ tegen. Het is waar dat ‘moeten ‘ niet altijd dezelfde lading heeft en je niet per definitie brengt in een wettische sfeer, maar toch? In een bespreking van Jezus’ uitnodigende woord ‘Komt allen tot Mij ... ‘ (Mt 11:28-30) ben ik het woordje ‘moeten’ liever kwijt dan rijk (p.25,26) - om één voorbeeld te noemen. Het lijkt me dat zulke eenzijdigheden vragen om onderlinge gesprekken over onze mislukkingen en Gods genade, de plaats van het gebed en de werking van Gods Geest.
In de latere hoofdstukken merk je meer van de andere kant - hoe het nieuwe leven ons vanuit Gods toekomst tegemoet komt. Daar wijst de belofte heen, daar ligt de finish voor de atleet en het reisdoel van de pelgrim.
Eén van de laatste hoofstukjes gaat over ‘Vissers van mensen’. Deze typering uit de evangeliën verbindt de schrijver heel treffend met Paulus’ souplesse om de joden een jood, de grieken een griek en de zwakken een zwakke te worden met maar één doel: ze te winnen voor Christus. In dit hoofdstuk vind je zes kenmerken van een goede visser en nog eens zes aanbevelingen voor de ontmoeting met niet- of andersgelovigen. Ik vond ze zeer de moeite waard.
Pieter begint zijn boek met psalm 100 ‘Hij heeft ons gemaakt en Hem behoren wij toe’. De warmte van dat vers net als de realiteit van titel van het boek (licht-geraakt leven) herken ik lezend in het boek in toenemende mate. Aanbevolen, zeker ook voor het onderlinge gesprek over ons leven als christen in het hier en nu.

F. Gerkema, Amersfoort

Pieter van Kampen, Licht-geraakt leven; 1999 Voorhoeve Kampen (f 23,75)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief