De herders
2000-12-22
De herders- Jaargang 44
- nummer 26
Ze gingen samen door de nacht,
ontsteld, verwonderd en verward.
De enge'lenwoorden hun gebracht
brandden als fakkels in hun hart.
Ze hadden ook geen kind verwacht,
geen stal, zo armelijk, zo grauw.
Ze hadden aan een vorst gedacht
die Israël verlossen zou.
Maar als zij bij de kribbe staan
legt zich de onrust in hen neer.
En voor zij aanstonds verder gaan
buigen zij restloos voor hun Heer.
Want hij die door de Geest geleid
de weg mag vinden naar het Kind
vindt onverwacht zichzelf bereid
een weg te gaan die hem niet zint.
Die knielt bij kribbe en bij kruis,
bij 't open graf, en voor de troon.
Maar d'eerste stap naar 't Vaderhuis
voert naar de kribbe van Gods Zoon
E. IJskes-Kooger
Uit:
Een fluit van riet,
Uitg. Buijten en Schipperheijn, Amsterdam.