Gebed om de Geest

1998-02-06
  • Jaargang 42
  • nummer 3
De apostelen in Jeruzalem horen dat de mensen in Samaria het Woord van God aanvaard hebben. Ze weten best dat het de Heilige Geest is. die de harten van de mensen in Samaria heeft omgezet en er grote blijdschap bewerkt heeft.
Toch zijn ze daar niet tevreden mee. Ze hebben het er voor over om helemaal uit Jeruzalem naar Samaria te gaan. En als Petrus en Johannes daar aangekomen zijn. bidden ze dat de gelovigen de Geest mogen ontvangen.
We moeten dat goed tot ons laten doordringen.
Het gaat hier om gelovigen. om mensen die al enkele weken. misschien zelfs al maanden. geleden Christus in geloof hadden aanvaard en in wier leven de Geest duidelijk werkzaam was. Toch bidden Petrus en Johannes dat zij de Heilige Geest mogen ontvangen. En dat gebeurt dan ook.
Ik vermoed dat wij in zo'n situatie zouden zeggen: wacht even. Petrus en Johannes! Waarom moet dat nu? Deze mensen gelóven. En dan hebben ze de Geest toch al? Als u gaat bidden dat ze de Heilige Geest mogen ontvangen. miskent u het werk dat de Geest al onder en in hen doet.
Zo zouden wij. denk ik. reageren. Als Petrus en Johannes een van onze kerkdiensten zouden bezoeken en daar zouden bidden of wij de Heilige Geest mochten ontvangen. dan zouden wij zeggen: stop eens even! Dat gebed is overbodig. We zijn allemaal gelovigen en hebben de Geest al.
Maar dat zouden Petrus en Johannes ook wel weten. Dat zou geen nieuws voor hen zijn. En toch zouden ze dat gebed kunnen doen.
Het zou geen kwaad kunnen ons eens af te vragen of wij misschien toch nog de gáve van de Geest zouden moeten ontvangen. die de gemeente tot getuige van Christus maakt.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief