Bad, brood en bed

1998-02-06
  • Jaargang 42
  • nummer 3
Onder de titel ‘Bad, brood en bed’ zendt de EO op zaterdagavond een reeks televisieprogramma’s uit over mensen ‘aan de onderkant van de samenleving.’

De eerste aflevering was zeer de moeite van het kijken waard. Op sobere wijze registreerde de camera het leven van Jack en Saskia, mensen die zich niet meer thuis voelen in 'onze' samenleving. Ook het werk van Wilbert, dieals medewerker van een RIAG, deze mensen af en toe opzoekt, kwam goed uit de verf. Duidelijk was dat hij in zijn werk een zekere mate van betrokkenheid en bezorgdheid niet uit de weg gaat.

Zomaar opgepakt
In een tentje op een braakliggend terrein woont Jack. Af en toe, als de onrust toeslaat, verhuist Jack een paar meter op het terrein. Jack is een rustige, vriendelijk ogende en coöperatieve man. Hij groeide op in Australië, maar keerde terug naar het geboorteland van zijn ouders, Nederland. Hij heeft begin jaren '80 lang vastgezeten met een TBR op grond van zijn psychische functioneren. Maar volgens Jack was er geestelijk niets met hem aan de hand: hij wist precies wat er was gebeurd.
Waarom men hem had opgepakt, was hem echter niet duidelijk, in zijn beleving was hij 'zomaar' opgepakt. Dat 'zomaar' ligt allerlei mensen die door de politie worden opgepakt voor in de mond; het is een tweede natuur geworden om de schuld aan de ander te geven. Bij Jack lijkt dat anders te liggen: hij kan echt niet (meer) het verband tussen oorzaak en gevolg bedenken. Dat ligt in de aard van zijn ziektebeeld. Zelf voelt Jack zich geestelijk gezond, hij vindt dat het goed met hem gaat. Dat was vroeger anders: toen is hij perioden depressief geweest. Aan die tijd denkt hij liever niet terug.

Water uit een buis
Wilbert maakt zich zorgen over Jack. Hij legt hem een aantal keer de vraag voor hoe het nu met hem gaat. Ook de lichamelijke gezondheid is onderdeel van het gesprek, Wilbert vindt dat Jack er mager uit ziet. Volgens Jack gaat het echter goed met hem. Een beetje trots laat hij zijn waterbron zien. Volgens hem is het volkomen zuiver water, dat uit een buis komt. Bovendien bevriest het 's winters niet. Wilbert vraagt zich af of dat geen kwaad kan, Jack woont immers op een industrieterrein. Maar Jack zegt dat hij er nooit ziek van is geworden, het is puur en helder water, prima voor een kopje koffie. Tijdens de opname is het voorjaar, maar hoe houdt Jack het 's winters warm? Gewoon, door paraffine te stoken in zijn tentje. Maar is dat dan niet gevaarlijk? Volgens Jack is het zeker niet gevaarlijk. Als Wilbert later op zijn kantoor achter een computer zit, vraagt hij zich nogmaals af waarom Jack zo mager oogt. En hoe is het met de kwaliteit van dat water uit de buis. Mocht dat water gevaarlijk zijn en Jack blijft het drinken, dan sluit Wilbert een gedwongen opname in de psychiatrie niet uit.

Dokter Saskia
Sas kia is afgestudeerd als arts. Ze woonde jarenlang samen met een vriend die politicologie studeerde. Zelf heeft ze nog enige tijd als arts gewerkt, maar dat werk bleek voor haar te zwaar. Het contact met haar familie is ze kwijt geraakt. Om Sas kia te bezoeken moet Wilbert tussen de spijlen van een hek door en vervolgens een eind lopen over een verlaten industrieterrein.
Dan komt hij bij een aantal houten hokken, hier wonen 3 mannen en een vrouw.
Eén van de mannen ligt te slapen, af en toe moppert hij wat. Een ander staart in de verte. Het is er rommelig en er brandt een houtvuurtje. Als teken van de bewoonde wereld staan er flessen chocomel. Saskia is de vrouw van het gezelschap.
"Waarom we samen zijn? Je praat de dag door. Het heeft iets meer zin dan het alleen zitten. Ik heb een beetje medelijden met de mannen, ze kunnen niet alleen zijn, ik zorg een beetje voor ze. En ik was seksueel gezien gemakkelijk over te halen. Dat wordt nu door de psychofarmaca onderdrukt." Alsof het een incident van niets betrof en ze het alleen maar heeft geregistreerd vertelt ze ook nog dat ze door één van de mannen met een mes is gestoken, waardoor ze een klaplong opliep. Ze moest 6 weken in het ziekenhuis blijven, maar na 2 weken ging ze weer terug naar dit terrein, want ze was niet verzekerd.

Zwemmen als therapie
Saskia heeft voor alle gebeurtenissen wel een verklaring. Ze vertelt het met weinig oogcontact, kijkt langs Wilbert, het verhaal van iemand die registreert zonder dat het echt de emoties lijkt.te raken. Zo zwemt ze vaak in het Noordzeekanaal en op een bepaalde dag werd ze opgenomen in een psychiatrische inrichting. Dat kwam niet omdat ze naakt aan de kant van het water zat, zoals Wilbert suggereert, nee: ze had een oppervlakkig wondje aan haar voet en vervolgens had ze ook nog een onhandige opmerking tegen een politieagent gemaakt. In het ziekenhuis bleek dat ze een lichte onderkoeling had van 35.8 °C, maar dat stelde niet veel voor. Waarom ze - ook als het koud is - gaat zwemmen? "Af en toe loop ik vast en dan word ik boos en dan moet ik een eind zwemmen om vrij te zijn en om opnieuw te kunnen beginnen."

Besluiteloosheid
Waarom is Sas kia geen dokter meer?
Zelf vindt ze dat ze altijd zeer zorgvuldig is geweest in het stellen van de diagnose, maar ze miste de zekerheid om haar vak uit te kunnen oefenen. Ze kon geen therapie voorschrijven, wist niet wat ze voor behandeling moest kiezen en raakte dan verstrikt in allerlei mogelijkheden. Daardoor was ze ook traag; in de tijd dat een collega 4 patiënten behandelde, kon zij er maar 2 behandelen. De haast in het vak was voor haar rampzalig. Bovendien was ze kwetsbaar in de contacten met patiënten.
Als er iemand met problemen kwam, kreeg ze het heel benauwd en ze kleedde zich vervolgens uit. "Dan kon ik mijn hitte afstaan om weer bij de tijd te komen." Over haar besluiteloosheid vertelt ze het volgende: "Die besluiteloosheid is het moeilijkste in het leven. Ik wist soms niet meer of iets mannelijk of vrouwelijk was, ik kon niet kiezen. En ik kon ook niet kiezen tussen een broodje ham of een broodje kaas. Ondertussen ging de tijd verder en ik ging terug. Dan kwam ik in een katatone (estarre, bewegingloze) houding terecht totdat ik mij weer ging bewegen."

Schizofrenie
Wilbert vraagt aan Sas kia of ze vaak opgenomen is geweest. "Zes opnames", zegt ze, "waarvan 3 keer als dwangbehandeling." Ze was het overigens meestal niet eens met die opnames.
"De psychiater denkt dat je schizofreen bent," zegt Wilbert. "Misschien heb ik wel wat schizofrene trekken. Maar de hele wereld bestaat uit mannelijke en vrouwelijke elementen die in elkaar overgaan. Als het mannelijke teveel overheerst krijg je onweer. Maar dat de dokters mij schizofreen noemen, dat vind ik tamelijk onbelangrijk. Wat ik mezelf wel verwijt is dat ik het weet en dat ik het zie dat de oorlog nog steeds doorgaat en dat de wapens ongezien de KLM passeren. Maar ik krijg het niet in de openbaarheid. Door de buitenwereld word ik gezien als de zielige Saskia, terwijl ik best wat te zeggen heb."

Complexiteit van de samenleving
Wie rond de stations in de grote steden dwaalt, komt daar vaak zwervers tegen. Ze halen prullenbakken leeg, ze vragen om geld, ze slapen in een portiek. Veel van deze mensen hebben een psychiatrische stoornis. De bezuinigingen in de psychiatrische hulpverlening hebben geleid tot een toename van het aantal mensen dat geen onderdak meer heeft.
Er wonen - naast de zwervers in de grote steden - ook nog mensen op verlaten industrieterreinen, ver weg van de bewoonde wereld. Dat is niet nieuw, ook in de tijd van de Here Jezus leefden er mensen buiten de bewoonde wereld: melaatsen en psychisch zieken (Lucas 8:27). Deze serie documentaires laat de kijker iets zien van die wereld. Mensen voor wie de samenleving te complex, te belastend is geworden.
Men vermoedt tegenwoordig dat het vaak gaat om mensen die van nature een bepaalde mate van gevoeligheid en kwetsbaarheid hebben. Voor hen is het leven in onze snelle samenleving met zijn hoge eisen bijna niet meer mogelijk, ze gaan er geestelijk en lichamelijk aan kapot. Daar zit veel verdriet achter, niet alleen van de personen zelf, ook van de familie. Wat betekent het bijvoorbeeld voor de moeder van Saskia om haar veelbelovende dochter zó te hebben zien afglijden? De toename van het aantal mensen buiten de bewoonde wereld lijkt te wijzen op een ontregeling van de samenleving. Op zijn minst is er sprake van een tweedeling: van mensen die het tempo bij kunnen houden en van mensen die dat niet meer kunnen.

Dwang of laten afglijden?
Zowel Jack als Saskia laten veel gedragskenmerken zien die passen bij een chronisch schizofreen beeld. Voor de hulpverlening dwingt zich steeds weer een dilemma op: waar moeten we helpen en waar laten we de persoon zijn eigen keuzes maken? Hulp betekent meestal dwang, geen hulp bieden heeft vaak tot gevolg dat een persoon afglijdt naar de verpaupering, naar een bijna niet meer menselijk te noemen manier van leven. Het is goed dat de Evangelische Omroep op deze menselijke manier iets laat zien van het leven aan de rand van de samenleving. Mensen van wie de ouders een verwachting hadden, die zelf als kind een verwachting hadden, mensen die als persoon uniek geschapen zijn ....

Noot:
In Opbouw 40/19 (20 september 1996) verscheen een bijdrage over de nood van schizofrene mensen en van hun familie ('Sinds Adam en Eva zijn we niet meer normaal'). Voor een nadere omschrijving van het ziektebeeld schizofrenie en van enkele hulpverleningsadressen verwijzen we naar dat artikel.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief