Hoe krijg ik een gastvrij hart?
1998-02-06
In oktober vorig jaar werd in Zwolle de jaarlijkse Vrouwencontactdag gehouden. Het thema ‘Omgaan met de ander’ werd ingeleid door drie spreeksters. In de vorige nummers publiceerden wij de verhalen van Jeannette Westerkamp en Irene Blom. Deze week leest u de uitwerking van de lezing van l’Abri medewerker Greta Rietkerk-Reimer. Zij gaat op zoek naar het antwoord op de vraag: ‘Hoe krijg ik een gastvrij hart?’- Jaargang 42
- nummer 3
Waarschijnlijk hebben de meesten van ons wel eens en aflevering van de TVserie 'Cheers' gezien. Ik word altijd getroffen door de titelsong waarin wordt gezongen: 'You want tot be where everybody knows your name' (Je wilt op die plek zijn waar iedereen je naam kent). Drukt dat niet uit wat we eigenlijk allemaal voelen? We willen niet naamloos zijn, maar gekend en geliefd worden. Zo zijn we ook geschapen: Naar het beeld van onze Schepper. God is Liefde (1 Joh. 4:16) en liefde is in principe gericht op gemeenschap. Liefde richt zich altijd op de ander. Of wij nu in God geloven of niet, wij zijn beelddragers van God. Hoe gebroken ook, we kunnen niet ophouden te verlangen naar relatie, communicatie, vreugdevolle gemeenschap, liefde in de breedste zin.
Pijn en angst
Waarom wordt juist op dat punt zoveel pijn geleden en zitten we vaak tegen ons verlangen in, vast? Ons probleem is dat we van binnen op slot zitten. Ons 'van binnen' wordt door God ons 'hart' genoemd. Dat heeft niets te maken met het pompje dat links in ons lichaam zit. Als God zegt "Mijn zoon (of dochter), geef mij je hart" (Spreuken 23:26) dan heeft Hij het over die plaats in ons, waar onze wil huist, waar de beslissingen vallen. Ik ben de enige die over mijn hart beslist. Als God vraagt 'geef' dan weet Hij dat ik mijn hart wel of niet kan geven. Ik ben echter zo geconcentreerd op wat binnen in mij is dat mijn hart in het slot is gevallen. Levenservaring heeft mij geleerd dat ik bezeerd kan worden.
Bij de meesten van ons zijn vanaf onze jeugd dingen gebeurd en gezegd, die pijn deden. En daar ben je mee bezig. Je bent geconcentreerd op die plek, waar je pijn voelt. AI was het de pink van je hand.
Wat er binnen in mij knaagt van pijn, onzekerheid en/of angst heeft mijn aandacht. Hoe kan ik dan een gastvrij hart hebben en ruimte voor degene naast mij? Ik kan wel mijn best doen, maar dat krijgt iets krampachtigs. Er is een blokkade; niet alleen ten opzichte van de mens naast mij, maar ook tegenover God. Ik ben constant op mijn hoede, want 'er zwaait nog wat!'
Gentleman
Maar het verlangen naar liefde en gemeenschap met God en mensen blijft. Is er een uitweg? Ja, er is een weg uit wantrouwen naar openheid. Het is meestal een proces waarbij we moeten weten hoe te beginnen. Als God zegt 'Geef mij je hart', dan heeft Hij geen kwade bedoelingen. Hij wil ons niets ontnemen, maar ons juist dat geven waarnaar we zo zeer verlangen. Ik moet denken aan één van de zeven brieven van de opgestane Heer, de brief aan de gemeente van Laodicea. Die brief is ook aan ons gericht. Jezus zegt tot de gemeente: "Zie ik sta aan de deur en ik klop.
Indien iemand naar mijn stem hoort en de deur opent, ik zal bij hem binnen komen en maaltijd met hem houden en hij met mij". (Openbaring 3:20) Dezelfde die zegt 'Geef mij je hart', staat aan de deur en klopt aan. Hij komt niet zomaar mijn leven binnen. Hij is een gentleman: Hij wacht tot opengedaan wordt! Het is aan mij om open te doen. Wie Jezus serieus neemt en open doet, begeeft zich op een weg van bevrijding; bevrijding van zijn angstige, verkrampte op zichzelf gericht zijn. De waarheid en liefde van God in Jezus zijn reëel. Het is geen psychologische truc, die zich binnen onszelf afspeelt. Hij is er en Hij leeft en spreekt tot ons in liefde. Alle zeven brieven eindigen met 'Wie overwint'.
Bevrijder
Ik moet mijzelf overwinnen en Hem binnenlaten, alleen dan weet ik of het waar is, wat Hij beloofd heeft. Hij heeft gemeenschap met Hem beloofd. Hij wil 'maaltijd' met ons houden. Dit 'maaltijd houden' met Hem geeft ons de moed om echt ook met elkaar 'maaltijd' te houden. Als ik eindelijk durf te geloven dat ik geliefd ben, ontvang ik de mogelijkheid om liefde door te geven. God komt in Jezus als onze bevrijder. Hij wacht tot ik mijzelf overwin en Hem de kans geef mij een gastvrij hart te geven.