Droogte in de kerk en het geruis van een stortregen
1998-02-20
Onlangs bespraken wij een ‘gasten’dienst en de gezamenlijke voorbereiding hiervan. Een jonge zuster vroeg: maar als ik nu iemand meeneem – en het valt tegen?! Die vrees is kenmerkend onder ons. Onze kerkdiensten zijn niet toegankelijk voor mensen van buiten. Het is haast vanzelfsprekend dat je die niet uitnodigt. Zelfs hoorde ik onlangs in een preek zeggen dat onze kerkdiensten ook helemaal niet bedoeld zijn voor buitenstaanders. Dat kon nog wel waar zijn ook, maar dat noem ik wel (de verdoezeling van) droogte in de kerk.- Jaargang 42
- nummer 4
Uitdagend verwachten
Net als Israël onder koning Achab bedreigt ons de halfheid en de lauwheid. De eerste liefde verloren. Hoe anders bij Elia: Hij vertrouwde op de Heer zonder achterdeurtjes - wat heeft hij zijn nek uitgestoken. Als er nou eens geen vuur uit de hemel was gekomen? Dan was Elia aan mootjes gehakt en het hele geloof erbij. Maar Elia durfde de wereld uit te dagen omdat de werkelijkheid van de levende God voor Hem zwaarder woog dan wat ook. Van dat geloof geeft Elia nog een staaltje als hij na de Karmel-openbaring tegen Achab zegt: ga, eet en drink, want daar is het geruis van een overvloedige regen. Terwijl de hemel nog van koper is en alles kurkdroog.
Verbondszegen
Een land overvloeiende van melk en honing, dat mag je verwachten op het verbondserf van Gods volk in het OT. Want dat heeft de Here niet alleen beloofd, maar ook rijkelijk laten zien. Als die zegen uitblijft, dan is dat niet normaal. Wie de Schriften serieus neemt, weet tot zijn schrik en verootmoediging dat God in toorn de zegen kan inhouden. De onthutsende boodschap van de vorige keer was dat binnen Gods volk deze kennis en dit besef ingekapseld kan zijn in de baälreligie. Het goede - de Heilige Geest Mogen we de lijn doortrekken naar het NT en dan stellen dat de zegen die wij door de Middelaar van het Nieuwe Verbond mogen ontvangen, vooral de gave van de Heilige Geest is? In de Thora (bv.
Deut. 30:9,15) is dikwijls 'het goede' een samenvatting van de verbondszegen. Het zal niet toevallig zijn dat Mattheus juist deze uitdrukking gebruikt in Mat.7, waar Lucas in Luc.11 de Heilige Geest noemt. Een gemeente van Christus, waar mensen de verkwikkende werkelijkheid van de Heilige Geest ervaren, waar gelovigen stromen van levend water uit hun binnenste laten vloeiendàt mag je normaal gesproken verwachten.
Kerkdiensten waar buitenstaanders natuurlijk ook aanwezig zijn (1 Kor. 14) en waar ze zelfs van harte uitgenodigd worden met de ongelofelijk uitdagende en pretentieuze roep: kom, als je dorst hebt en je zult tot je eigen grote verwondering levend water drinken! (Openb. 22:17) Als dat eerlijk gezegd niet gebeurt, als dat eigenlijk niet eens meer verwacht wordt, als je natuurlijk geen buitenstaanders meeneemt naar een kerkdienst, dan is dàt toch volstrekt abnormaal!
En als ons dat eigenlijk niet heel erg ontzet, in welke inkapseling zijn wij dan vandaag terechtgekomen? Nemen wij de dreigende woorden van de Schrift niet meer serieus waar gesproken wordt over het uitdoven en bedroeven van de Heilige Geest? Of zelfs het wegnemen van de kandelaar door de Here Jezus? Hebben we zelfs leren leven met droogte? Er een gereformeerde deugd van gemaakt?
Maar daar is het geruis van een stortregen
Wat machtig te horen dat het initiatief om weer regen te geven, van de Here is uit gegaan (1 Kon. 18:1). Hij brengt bekering om te kunnen zegenen. Wat ontmoeten wij hier de Vader van onze Here Jezus. Na de diepingrijpende Karmei-
ervaring waar het besef van de levende God, ja de God van het verbond, weer wakker geroepen was, mag Elia stellig - van Godswege! - spreken van nieuwe zegen. Wat het vuur op de Karmei bewerkte, dat mogen en moeten wij vandaag verwachten van de Boodschap van de gekruisigde Christus. Zoals de verslagenheid na de Pinksterpreek van Petrus laat zien. Maar dan mogen we ook die stellige belofte van Elia overnemen zoals ook Petrus deed: voor u is de gave van de Heilige Geest!
De belofte dat de liefde van God door ons heen zal stromen, zodat we het niet alleen horen in het Evangelie, maar het ook voelen in ons hart (Rom. 5:5; HC vr/a.58). Daar zal de confrontatie met de wereld gezocht worden en het verlangen om mensen in ontmoeting met de Heer te brengen. Daar zullen jonge mensen ontdekken: hé, hier gebeurt wat! Daar zal geknokt worden om heilig te leven. Daar zal de scheidslijn duidelijk worden tussen hen die de Here liefhebben en hen die Hem verachten. En zoveel meer. .. bevrijding van hen die gebonden zijn aan zonden en verslavingen. Innerlijke genezing. Juist waar we met onze menselijke wijsheid en kennis vastlopen: psychologisch, medisch! mogen we zoveel verwachten van de Here. Hij zal ons het goede geven.
Te mooi om waar te zijn?
Maar de kerkgeschiedenis getuigt ervan. Tijden van droogte en oordeel en tijden van verademing en vervulling. En het gebeurt vandaag. Let op de goede berichten van ver en nabij - hoe het Evangelie nog niets aan kracht heeft ingeboet, hoe gemeentes tot bloei en groei komen. Hoe gaven van de Geest herontdekt worden. Het geruis van de stortregen is meer dan een horen in het geloof, het gebeurt vandaag overal ter wereld. Het zal hier NIET gebeuren als wij niet meer verwachten!
Het zal NIET gebeuren als wij er niet om gaan bidden! Niet HOEWEL Elia de belofte had, maar OMDAT hij die had, moest hij bidden. God heeft ons stellige beloften gegeven met het doel dat wij daarom zijn aangezicht zouden zoeken met bidden en smeken. (HC vr/a 116) En dan blij zijn met elk klein begin. Zelfs met een wolkje als eens mans hand.
Pas maar op - het kon wel eens een stortbui worden.