Rudolf Steiner, kind van zijn tijd?
1998-02-20
“Twaalf uitspraken Steiner nu strafbaar”, was de kop van een artikel op de voorpagina van het NRC, op woensdag 4 februari. Het artikel vervolgt: “Het verzameld werk van de grondlegger van de antroposofie, Rudolf Steiner (1861-1925), bevat twaalf uitspraken die volgens de huidige anti-discriminatiewetgeving strafbaar zouden zijn. Dat concludeert een commissie van de Antroposofische Vereniging in Nederland (AViN), die uitspraken over rassen van Steiner hebben onderzocht.” Steiners bewering dat blanke, zwangere vrouwen door het lezen van een ‘negerroman’ mulattenkinderen zouden kunnen krijgen is zo’n gewraakte uitspraak. “De indruk wordt gewekt dat het krijgen van mulattenkinderen iets ergs is”. Het bespottelijke karakter van de uitspraak als zodanig wordt in het NRC-artikel niet vermeld. Hoe krijgt een zwangere vrouw nu een kind van gemengd bloed door lezing van een boek over negers?- Jaargang 42
- nummer 4
Een groter aantal dan de twaalf "strafbare" uitspraken, zo'n 50 citaten zouden "licht discriminerend" zijn. Interessant is dan deze uitspraak: "De citaten moeten volgens de commissie worden gezien in de context van de tijd waarin Steiner leefde. Stereotypering van rassen was aan het begin van de eeuw vrij gangbaar." Dat is stellig juist; vele citaten zouden die gedachte kunnen onderbouwen. Dus is de kous daarmee af: Steiner was een kind van zijn tijd. Hoe kon hij anders?
Ik werk die gedachte nog uit: Luther heeft in zijn laatste levensfase antisemitische uitspraken gedaan. Wie daarvan meer wil weten verwijs ik naar het boek van Prof.Heiko Oberman, een Luther-kenner. In zijn boek Wortels van het Antisemitisme.
Christenangst en Jodenramp in het tijdperk van humanisme en reformatie
(Kok. Kampen. 1983) wordt klare taal aangetroffen over zaken die we bij de grote Reformator betreuren, maar ondanks ons verlangen daartoe niet goed kunnen ontkennen. Calvinisten hebben nogal eens gezucht over de verbranding van Michel Servet in Genève, op instigatie van Calvijn of op zijn minst door hem toegelaten, (waarbij moet worden opgemerkt dat historisch onderzoek toont dat de Hervormer wel voorzichtiger is opgetreden dan men vaak heeft vermoed; zo heeft hij aan het bestuur van genabuurde steden om advies gevraagd.) "Calvijn was een kind van zijn tijd", hebben zijn geestelijke nazaten, wellicht mismoedig, zo nu en dan opgemerkt. En nu is het de beurt aan Steiner. Ook hij moet worden gezien tegen de achtergrond van zijn tijd. Maak daar maar eens bezwaar tegen!
Een "integer" man
Als je de (verrassend talrijke) biografen van Steiner geloven moet was hij een gedrevene, een integer mens.
Voorzover ik kan nagaan is hij inderdaad niet het centrum van stormen aangaande zijn persoon geweest.
Natuurlijk heeft bij tijd en wijle een controverse gewoed over zijn gelijk, maar zijn persoonlijke integriteit was daarbij niet inzet van discussie. Dat is bij andere oprichters van Nieuwe Religieuze Bewegingen (vroeger veelal "secten" geheten) soms wel anders! Over het optreden van Mevrouw Helena Petrovna Blavatsky (die in 1875 de Theosofische Vereniging stichtte) en Joseph Smith (de "Profeet en grondlegger van het Mormonisme") is van tijd tot tijd veel te doen geweest. Deskundigen hebben aannemelijk weten te maken dat beiden zeer bedrieglijk zijn opgetreden.
Ik denk aan het aloude maar nog steeds onweerlegbare boek van de Gereformeerde predikant M.H.A. van der Valk. De Profeet der Mormonen Joseph Smith Jr. (Kok. Kampen. 1921) is nog steeds een "must" voor wie zich met Mormonisme beziq-: houdt.) Ook over Mevrouw Blavatsky valt wat belastends bijeen te sprokkelen! Het valt niet mee positief te denken over het optreden van de tweede leider van de Jehovah's Getuigen. "Rechter" Rutherford was het prototype van een onaangenaam mens, een machtsbelust individu die binnen de organisatie die hij erfde "zuiveringen"
doorvoerde die doen denken aan wat in Stalinistisch Rusland gebeurde (zonder de moordzuchtige gevolgen, natuurlijk; in de kring van de "Getuigen" hebben geen executies plaatsgevonden). Niets van dat alles (dacht ik althans) bij Rudolf Steiner. Wat wel overeind blijft staan is de werkelijk torenhoge pretentie van een man als Steiner. En daarom komt het toegeven dat ook hij een kind van zijn tijd was als een opluchting, maar laat het ook een onvoldane indruk achter.
De mens Rudolf Steiner
Wie was Steiner? Het antwoord op die vraag hangt af van degene die spreekt. Steiner heeft nogal geluk gehad met toegewijde, om niet te zeggen: dweperige biografen, die voor het grootste deel natuurlijk ook uit Antroposofische kring afkomstig waren.
Neem Willem Veltman, schrijver van een alleszins lezenswaardig verhaal over Steiner. "Alle zelfzucht, ijdelheid, geldingsdrang waren bij hem weggebrand in het vuur van de geest. Zijn werk was het eerherstel van de mens als alzijdig geestelijk wezen, de microscopische concentratie van alle scheppende krachten in het heelal.Hij liet zien dat menszijn niet betekent: zwakzijn, eenzijdig-zijn, maar dat het betekent: leven in het evenwicht van elkaar dragende uitersten: het hoogste Idealisme verbonden met de meest nuchtere zin voor het alledaags-praktische; de allerdiepste ernst gecombineerd met een milde, bevrijdende humor; grootheid van visie tegelijk met een minitieuze zorg voor het kleine; rust en zekerheid naast een ongelofelijke snelheid van handelen en een onuitputtelijke energie." 1) Over zijn systeem, dat van de Antrosoposofie, zegt Veltman in opperst enthousiasme: "Men kan de gehele Antroposofie als het vijfde evangelie beschouwen". Dat vijfde evangelie is het dan "het makrokosmische, dus het oudere; het brengt de geestelijke wijsheid uit het westen. Het moest verborgen blijven gedurende tweeduizend jaren, waarin het viervoudige evangelie uit het oosten het gemoed van de christelijke mens kon verheffen en troosten. Thans moet dit evangelie van het kennend inzicht aan de vier evangeliën van de verkondiging worden toegevoegd." 2)
"Dubbel begaafd"
Steiner was zowel een wetenschapsman als een "ingewijde", een ingenieur met grote interesse in een enorm aantal terreinen van wetenschap én een (occulte) ziener. Is zijn literaire productie imponerend, zijn faam berust vooral op zijn inzicht in "geestelijke werelden", waarin hij voor Antroposofen steeds volstrekt on-navolgbaar is geweest!
Hij heeft vele gedachten op het terrein van de medische en de farmaceutische wetenschap, van de landbouwwetenschap, van de kleurenleer en de esthetica, van dans en ritmiek, en nog veel meer, bijeengebracht, maar op geen van die gebieden wordt hij als wetenschappelijk deskundig beschouwd, voorzover ik weet. Er hangt meer een aura van goeroe om Steiner dan van man van de wetenschap. De ingenieur was ook een occultist, spontaan helderziende, een "ingeleide" in diepe en verborgen waarheden. Hij levert geen wetenschappelijk kennen maar gnosis. Indertijd wilde Steiner beide aspecten verbinden tot Geisteswissenschaft - Geesteswetenschap. Voor de buitenwacht was Steiner religieus - een charlatan of een goeroe, maar in elke geval religieus!
Zeer veelzijdig
Rudolf blijkt al vroeg een zeer veelzijdige jongeman. Naast gewoon onderwijs ontvangt hij al op jeugdige leeftijd extra les in muziek, tekenen en schilderen.
AI jong mag hij op een roomskatholiek kerkkoor. De Kerkleer en preken interesseren hem niet erg. Wel blijkt hij gefascineerd door het welluidende Latijn en door gewijde liturgische gebaren. De pastoor geeft hem les in de sterrenkunde.
Op zijn elfde jaar gaat Rudolf naar de "Realschule" (onze HBS) waar hij zich verveelt en door zelfstudie ook aan analytische meetkunde, trigonometrie, differentiaal en integraal-rekenen doet! Hij leert zichzelf Grieks en Latijn en schaft van extra geld het werk van de Duitse filosoof Immanuel Kant aan. Hij heeft zijn geschiedenisboek "doorschoten" met de "Kritik der Reinen Vernunft"; zo worden de lessen Geschiedenis een beetje interessanter! Als hij zijn einddiploma krijgt, staat er op aangetekend: "met lof". Een kanttekening nog: hij besteedt veel aandacht aan de godsdienstles, waar met name Kerkgeschiedenis en Liturgiek zin aandacht hebben. Zijn biograaf vermeldt nog: "Voor hem was de geestelijke wereld geen geloofsovertuiging, maar een ervaringsfeit."
Steiner gaat naar de Technische Hochschule in Wenen, waar hij Wiskunde, Natuurkunde, Scheikunde en Biologie studeert. Ook is er tijd en aandacht voor Filosofie, met name voor de genoemde geleerde en schrijver Goethe. Hij ervaart de verplichting om "langs filosofische weg de waarheid te zoeken". Hij ontmoet de meest uiteenlopende mensen, zoals een dichteres die herleving van het Katholicisme voorstaat, maar ook een voorvechtster van vrouwenemancipatie.
Steiner toont, naar zijn biograaf Veltman meedeelt, een grote openheid om met anderen in discussie of in debat te treden. AI in zijn studententijd ontwikkelt hij een eigen, zeer "gnostieke", ketterse, visie op Christus.
Praktiserend occultist
AI op zijn zevende jaar maakte Steiner onderscheid tussen "de dingen die iedereen ziet" en "de dingen die hij alleen zag". In de woorden van zijn biograaf: "Reeds heel vroeg openbaarde zich bij hem een spontane helderziendheid".
Hij zag een tante op het moment van haar overlijden. "Een concreet geestelijke wereld was hem door directe aanschouwing toegankelijk. Hij 'zag' het werken van wezens in deze wereld." Steiner ging al meer "de geestelijke wereld" schouwen en nam al doende steeds meer afstand van zowel het materialisme als het spiritisme, dat hij smakeloos en oppervlakkig vond. In die vroege periode van zijn ontwikkeling sprak Steiner over Christus op ongewone, en vanuit orthodox Christelijk standpunt stellig ook zeer ketterse manier. "Steiner sprak als zijn overtuiging uit dat Christus als kosmisch-geestelijk wezen in de mens Jezus van Nazareth was neergedaald en dat Hij sinds het Golgotha gebeuren met de mensheid verbonden leeft." Discussie met een aanhanger van Steiners gedachtegoed zal moeten gaan over de definitie van de termen: Wat is dat, "kosmisch geestelijk"?
Wat is "Golgotha gebeuren"? Wat moet ik me voorstellen bij de "verbondenheid"
van deze Christus bij de mensheid? Zoals zo vaak, moeten Christenen met Antroposofen vooral spreken met de uitspraken in 1 Johannes 4:1w. in het achterhoofd.
Steiner pretendeerde menselijke "entiteiten" in hun bestaan na hun sterven te kunnen volgen. Dat is dus helderziendheid, van een bepaalde aard. Veltman zegt het zo: Geestelijke wezens die nu de poort van de dood voorbij waren gegaan fungeerden "als lichtbakens die hem direct uit de geestelijke wereld de betekenis van de natuurwetenschappelijke denkwijze openbaarden." 3)
Filosofisch en wetenschappelijk is hij een hoogbegaafd mens, maar tegelijkertijd heeft hij, oneindig veel meer dan gewone stervelingen, toegang tot "geestelijke regionen". Met 't gezag van een onnavolgbaar ziener kan Steiner verklaren dat mensen na hun overlijden in een soort louteringsfase terechtkomen, van waaruit ze weer aan een nieuwe bestaan beginnen.
Steiner heeft, op zijn weg voortgaande, wel verbazingwekkende dingen gezien en gezegd. De ca. 80 werken van Steiner, soms vrij lijvige boeken, staan zo vol met de meest esoterische - en derhalve vaak voor ons oncontroleerbare - gegevens. Hij is een "begenadigde", die de toppen van menselijke spiritualiteit betreedt, ver aan onze blik onttrokken, en in principe niet na te volgen.
Maar recente uitspraken maken nu duidelijk dat ook Steiner een kind van zijn tijd is geweest. Met alle helderziende vermogens heeft hij onze antidiscriminatie-wetgeving niet zien aankomen! Erger nog, hij heeft ongefundeerde uitspraken gedaan over het wezen van de mens, en menselijke waardigheid. Over Christus had hij dat al gedaan, maar daarover valt geen aardse rechter!
De vraag naar zijn gelijk staat echter nog uit, ook voor het forum van de inhoud der Schriften. Zijn Steiners woorden waar?
1. W.F. Veltman, Rudolf Steiner - Een Biografie. Uitgeverij Vrij Geestesleven, Zeist; 1980; p. 16.
2. Veltman, a.w. 194,195.
3. Veltman, a.w. pp. 70, 71.