Hoe moet je de Bijbel uitleggen?

1998-02-20
  • Jaargang 42
  • nummer 4
6. Gemeenschappelijk
Ten zesde moet je de Bijbel in gemeenschap met anderen uitleggen. Het meest eigenlijke gebruik van de Schrift vindt plaats in de eredienst, niet zozeer in de collegezaal of achter het bureau. De kerk heeft de Bijbel van haar Koning ontvangen als een richtsnoer ten leven, bestemd om met elkaar te lezen, te bepreken, te bespreken en door te geven. We moeten beducht zijn voor een individualistische bijbeluitleg, die eigen voorkeuren en inzichten op de Bijbel gaat projecteren. Houd altijd in het oog wat reeds de kerkvader Augustinus in de vierde eeuw na Chr. bedoelde, toen hij zei dat alle schriftuitleg behoort uit te lopen op de liefde tot God en tot de naaste. Deze horizon bepaalt de instelling en de blikrichting van de schriftuitlegger.
Ik zou daarbij ook willen wijzen op de functie van onze belijdenis. De belijdenisgeschriften als een hulplijn, als een houvast. Ik de confessie heeft de kerk in situaties van aanvechting en nood gepoogd de kern van de Bijbel weer te geven en uit te leggen. Schrift en confessie liggen niet op één lijn, maar je zou wel bezig gaan met het wiel opnieuw uit te vinden als je met je bijbeluitleg de belijdenis van de kerk zou passeren of zelfs negeren. We hebben een prachtige belijdenis, die je niet dan tot je eigen schade kunt laten liggen.
Dat brengt me bij de opmerking, dat de schriftuitlegger geen groter gevaar bedreigt dan dat van de eigenwijsheid.
Wees je ervan bewust, dat er sinds de afsluiting van de bijbelse canon vele eeuwen verlopen zijn, waarin miljoenen zich met de uitleg van de Schriften hebben beziggehouden, overigens met soms nogal verschillend resultaat. Dat moet je niet onzeker maken, waardoor je relativerend gaat menen dat iedereen op zijn manier wel gelijk zal hebben - want dat is niet waar, er is goede maar ook slechte schriftuitleg. Maar dat moet je wel bescheiden maken, in het besef dat niet jij de volle waarheid in pacht hebt. En dat je samen met alle heiligen de dingen van Gods Woord pas goed in het oog gaat krijgen (Ef. 3 : 18).

7. Biddend
Ten zevende moet je de Bijbel biddend uitleggen. Bijbellezen, bijbeluitleg en gebed horen onlosmakelijk bij elkaar.
Dat heeft allereerst hiermee te maken, dat de Bijbel heel wat meer is dan een menselijk boek vol religieuze ervaringen.
De Bijbel zelf bespeurt (zie bijv. 2 Tim. 3 : 16v. en 2 Petr. 1 : 20v.) achter al die menselijke auteurs het éne auteurschap van de Heilige Geest. Hij is het dan ook, die als geen ander de Schrift kan uitleggen. Zie vooral 1 Kor.
2 : 14! Door de indruk die Hij met het Woord in het menselijk hart achterlaat, overtuigt Hij ons van de waarheid en het gezag van de Bijbel. Hij is het die ons leert een antenne te ontwikkelen voor de boodschap van het Woord van God. Daarom eindig ik niet toevallig juist met dit zevende punt. In het besef dat hoe wij ons ook inspannen, met al onze uitlegkundige regels, onze al dan niet wetenschappelijke inzichten, onze bibliotheken vol bijbelcommentaren, wij allen ten diepste volstrekt afhankelijk zijn van de leiding van de Heilige Geest, die ons oog en ons hart ontdekt aan de wonderen van het Woord van God.

In drie artikelen heeft Prof. Dr. H.G.L. Peels uit Apeldoorn zich met bovenstaande vraag in 'De Wekker' beziggehouden.
Wij hebben hierbij het laatste deel van het derde artikel overgenomen. In het voorgaande heeft Peels betoogd, dat de Bijbeluitleg congeniaal moet zijn, d.w.z.: invoelend, meedenkend, aanvoelend en welwillend. Voorts dient men het Woord van God contextueel te exegetiseren, d. w.z. men moet letten op de context en het bredere Schriftverband. Ook is het geboden aan het heilshistorisch aspect aandacht te besteden. Wij hebben in het grote Boek niet te doen met de mededeling van een reeks waarheden omtrent God, in een tijdloos systeem gevangen. Nee, de HERE gaat met zijn spreken en handelen in de geschiedenis in. Let dus op de voortgang van de Openbaring! Via het vierde punt draagt Prof. Peels materiaal aan betreffende de eis de Bijbel onderscheidend uit te leggen.
De eenheid van Gods Woord kent een grote verscheidenheid. En het vijfde punt bevat vingerwijzingen aangaande de luisterhouding, die de Bijbellezer heeft aan te nemen. Laten wij een concreet voorbeeld geven. Bij de lezing van Psalm 18 viel het mij enige tijd geleden plotseling op, dat er staat: 'De HERE leeft". (vs. 47a). Die zin lijkt een zwerfsteen, maar is het niet. Men moet dan biddend vragen: Wat is de betekenis van deze woorden van David in zijn tijd en in het verband van het hele Psalmdicht? Hoe duid je die geladen uitspraak christologisch met het oog op het voortschrijden van het unieke heil naar de grote toekomst, die ons wacht?
Hoe verklaar je zo'n tekst in het licht van de heilsfeiten? Wat is het een voorrecht met het getuigenis van de Geest bezig te mogen zijn ten diepste van jezelf en van vele anderen!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief