In Memoriam Jan Herm Kamerbeek

1998-05-01
  • Jaargang 42
  • nummer 9
Wat zou z’n leven een stuk gemakkelijk zijn geweest als ie bij z’n oude studie in Delft was gebleven. Meer bij de dingen en de ideeën – minder dicht bij de mensen. Hoe kwam je er dan toe? Wat was je ervaring? Wat je beleving? Hoe en wanneer toch je roeping? Vragen, die ze vandaag op hem af zouden vuren; ‘Ach, laat je dikke woorden maar…’ z’n antwoord.

Wat zou hij ook veel minder vreugde, voldoening en dankbaarheid hebben gekend. Mensen waren hem nu eenmaal op het lijf geschreven - daar hoorde Jan Kamerbeek bij. En bij Die Ander: Jezus, zijn Heiland en HEER - gebeiteld in z'n hart. De Enige Die houvast kon geven in zo veel levens die hij zag wankelen. Toekomst voor zo veel mensen, die hij zonder toekomst naar het eind zag schuiven. Zinloos; nutteloos. Hoe ze zich zelf ook op konden blazen. Belachelijke Michelin-mannetjes en niet meer.
Die samenbrengen en zo mensen weer vastzetten in wat de HEER voor hen wil zijn en ze belooft. Dat was pas leven! Pas werk! AI liep het niet allemaal vanzelf of als een trein. Vechten was het vaak. Boksen tegen harde koppen, harde harten en ... z'n eigen hart. Mensen vissen is geen fliere-fluitersbaantje. Dat heeft ie geweten, ervaren! Typisch een dominee om in een grote "volkswijk" te werken.

Hebben we hem te veel op de schouders gelegd? Te veel laten dragen? Niet door gehad in onze domme botheid hoe diep het hem raakte? Hij wilde toch zelf ook niet anders. Kon niet anders. Gedreven door wat hem bezielde.
Grote bestuurlijke gaven; helder inzicht; kracht een vergadering zo te leiden dat er iets zinnigs tot stand kwam - wat veel vergaderingen niet is beschoren - het was hem gegeven en waar nodig kon je een beroep op hem doen. Hij had er ook plezier in. In het bestuur van de Beukenhof in Velp heeft ie zich niet vaak verveeld. In de Comm. voor Contact met de Hoge Overheid voelde Jan zich als een vis in het water.
Maar het werk .. het echte ....lag in de wijk. ZIJN wijk!
Daar kon ie rondlopen 's avonds laat als ie toch nog niet slapen kon en 's morgens vroeg als er toch al geen slaap meer was. Zo maar je leven binnenstappend op momenten dat je 't zo hard nodig had. Momenten dat een klap was gevallen waar je geen raad en geen weg mee wist: "Is het moeilijk joh, heb je het moeilijk meid ... zullen we samen eens praten - samen eens bidden!?" En altijd was er Wil op de achtergrond. Zolang we elkaar kenden. Als vriendin; verloofde - als VROUW.
In de studietijd als we het allemaal zo nutteloos vonden soms; zo gladjes, zo weinig uit het leven gegrepen vaak; zo ver bij de mensen vandaan ... was ze er om een duw te geven. Doorgaan straks kun je er zelf wel inhoud aan geven ... en we konden weer voort. Zo kon dominee Kamerbeek zijn werk doen in het grote Rijk van z'n HEER. Kon hij zich volkomen geven. Zelf naar de achtergrond gaan.

Die tweede Paasdag waarop we vroeg in de morgen het bericht kregen dat de HEER hem had thuisgehaald, lazen we aan tafel juist het verhaal van de vriend van de bruidegom uit Johannes 3. Een meer dan tien jaar oud dagboekje tekent er het volgende bij aan: "HIJ moet wassen, ik moet minder worden". Een motto dat een mens zich moeilijk eigen leert maken. Zelfs in "geestelijk" werk, of misschien juist daarin, ligt het gevaar levensgroot, dat mensen van hun roeping een carrière maken. Publiciteit zoeken, breed aan de weg timmeren, allemaal onder het motto dat het om Christus gaat en Zijn rijk, maar ondertussen zelf groeiend in belangrijkheid, genietend van de bekendheid die hun naam heeft ...."
"HIJ moet wassen, ik minder worden"
... Door genade mocht Jan Kamerbeek door dit motto zijn leven laten dragen.

Zo droeg de HERE hem door vreugde en verdriet. Door moeilijke jaren in zijn leven - wat had ie het moeilijk, toen ie zo maar met de massa mee als "ontrouwe herder" werd weggegooid ("buiten verband raakte" heet dat eufemistisch vandaag). En altijd was er die Hand waar Psalm 139 van zingt. Die Hand die hem niet losliet en die hij niet los wilde laten. Ook al stond de zee soms hol en hoog en joeg de storm hem voort. Zo kon Jan Herm Kamerbeek man zijn, vader, grootvader vriend en DOMINEE..
In die hand geven wij biddend zijn vrouw, kinderen, kleinkinderen en ....ons zelf. Je hart vol vragen - je ogen vol tranen. Tot eens de bazuinen klinken ... Dan rest er niets meer dan te zingen ...
Heer, dan is uw pleit beslecht.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief