De tijden zijn veranderd
1998-05-01
Jongeren gaan niet meer ‘vanzelf’ mee naar de kerk. Ook uit orthodoxe gezinnen haakt 50% van de jongeren af. Als we die cijfers tot ons door laten dringen, moeten we ons realiseren dat de plaats van het kind in de eredienst tegenwoordig anders zal moeten zijn dan vroeger.- Jaargang 42
- nummer 9
Aldus mevrouw M. Vrijmoeth-de Jong tijdens het GVI-congres over 'Kind en Eredienst'. Maar: waarom moet het dan anders? Vroeger gingen we toch ook gewoon mee met onze ouders? We begrepen toch ook lang niet alles? Waarom dan nu opeens al die veranderingen?
Veranderingen in de samenleving
Mevrouw Vrijmoeth noemde een aantal veranderingen die de Gereformeerde wereld raken:
a) Er is geen sprake meer van een Gereformeerde zuil. Zelfs binnen de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt) dringt de invloed van de samenleving (bijv. via de televisie en de muziek) massief de gezinnen binnen.
b) De gezinnen zijn veel meer dan vroeger geïsoleerd geraakt (zie: 'Friezen in Brabant', in het vorige nummer van 'Opbouw'). Daardoor kun je elkaar als gezin ook veel minder ondersteunen en beïnvloeden.
c) Jongeren krijgen het gevoel - als ze niet meedoen aan 'de' jeugdcultuur - dat ze er niet meer bij horen.
En bijna alle jongeren willen er juist graag wèl bij horen.
d) De invloed van de tijdgeest, zoals heersende opvattingen over ethiek, evolutie, andere godsdiensten.
Beïnvloeding van het leefklimaat
Er zijn nog andere factoren die van invloed zijn op het leefklimaat van de jongeren. Een aantal voorbeelden: - de leefwereld: dit is de wereld van de onbegrensde mogelijkheden. Alles kan en alles mag.
- het individualisme: je moet het alleen zien uit te zoeken. Daardoor voelen veel jongeren zich eenzaam.
- het gevoel niet afhankelijk te zijn: je wordt verzorgd van de wieg tot het graf.
- het idee dat je leeft om plezier te maken. "Waarom zijn wij op aarde?" "Voor de lol!"
- de postmoderne wereld: niets is meer zeker. Je kunt niet meer zeggen dat iets waar is, je kunt alleen maar vragen stellen.
- de fragmentarisering: op zondag in de kerk ben je een ander persoon dan op maandag op school en op zaterdagavond in de disco ben je weer iemand anders.
- de hang naar het occulte. God is niet meer dood, maar de mens zoekt wel verkeerde goden.
- we leven in het hier-en-nu. Wat er later komt, is van later zorg (ook het leven na de dood).
- het ontvluchten van verantwoordelijkheden. Er zijn zoveel problemen, die vallen toch niet op te lossen.
Bovendien valt er niemand te vertrouwen; kijk maar naar de politiek!
Het antwoord van de kerk
Wie deze veranderingen in de samenleving ziet, ontkomt er niet aan om grondig na te denken over de plaats van het kind in de eredienst. De kerkdienst neemt een belangrijke plaats in bij de geloofsopvoeding. Als we constateren dat er in onze kerken veel 'afhakers' zijn, dan is het ook nodig om onszelf de vraag te stellen: zijn wij als gemeenten tekort geschoten in de opvang van onze kinderen en jongeren? Het uitgangspunt is dat de christelijke gemeente méé verantwoordelijk is voor de geloofsopvoeding van de jongeren. Niet alleen de ouders stonden bij de doopvont, ook de gemeente was erbij toen de ouders 'ja' zeiden op de doopvragen; de gemeente was getuige. Als we constateren dat jongeren zich vaak eenzaam voelen: hebben we daar als christelijke gemeente een antwoord op? Kunnen jongeren zich bij ons geborgen voelen? Hoort in ons denken over de gemeente en over de vorm van de eredienst het kind er écht bij?
Niet luisteren
Om een antwoord te kunnen geven op de vraag of kinderen de preek kunnen begrijpen is het van belang om iets te weten over de kinderlijke ontwikkeling. Mevrouw Vrijmoeth poneerde de stelling dat kinderen niet zitten te luisteren tijdens de kerkdienst. En zeker naar een preek van 25 minuten wordt door kinderen en jongeren niet geluisterd.
(Je kunt je trouwens afvragen of ouderen wèl zo lang kunnen luisteren). Kinderen kunnen zo'n preek niet eens begrijpen. Pas als een jongere 15 of 16 jaar oud is kan hij iets van de preek oppikken, maar dan alleen als het een actueel thema is, gericht op zijn eigen leefwereld. Maar ook dan nog is datgene wat de jongere onthoudt heel beperkt, want als je luistert kun je maar 10% onthouden. Kijken we naar de jongere kinderen (tot 10 jaar) dan weten we dat hun denken heel concreet is. Een abstract begrip als genade zegt hen nauwelijks iets.
Jonge kinderen kunnen zich maar heel kort concentreren op het gesproken woord. Als we dan zeggen dat we de kerkdienst zo belangrijk vinden, wat komt er dan van die 'geloofsoverdracht' terecht? Moeten we ons dan niet nodig bezinnen op de vorm? Als we weten dat er van het gesproken woord zo weinig terecht komt, moeten we dan niet (tevens) gebruik maken van de beeldcultuur? (Denk alleen maar aan een eenvoudig middel als de overheadprojector.) Als we ons realiseren dat jongeren snakken naar een stukje beleving (in plaats van een rationele preek), moeten we daar dan niet op inspelen? Het gaat immers om het heil, om het eeuwig leven? Er staat immers heel veel op het spel?
Inleveren?
Tot zover het betoog van mevrouw M. Vrijmoeth-de Jong. Nu terug naar de praktijk van de plaatselijke gemeente. In de Gereformeerde kerk (vrijgemaakt) van Groningen-Oost besloot de kerkenraad om tijdens de kerkdienst te werken aan een betere aansluiting van de eredienst bij de leefwereld van kinderen (zie het vorige nummer van 'Opbouw'). Maar: lever je dan niet in? Wordt de dienst dan niet te kinderachtig voor de volwassenen?
De beide predikanten van deze stadsgemeente (Ds. J.w. Roosenbrand en ds. C. van der Leest) schreven in het kerkblad: "We vragen ons af of het informatieve karakter van de preek er nu echt zo onder lijdt. Misschien is het ook de aanspraak, de vorm waarin het gebracht wordt, die de indruk wekt dat de inhoud ook kinderlijk is. Wat niet wegneemt dat een aantal volwassenen naar eigen beleving een stapje terug moeten doen. Tegelijk ervaren we zelf en krijgen we ook van verschillende kanten te horen, dat juist dit soort diensten ook iets extra's geven, bijvoorbeeld in de sfeer van de beleving en de uitbundigheid. En dat zijn toch ook geen bijkomstigheden in het christelijk geloof?"
Levende voorbeelden
De beide Groninger predikanten schrijven genuanceerd over de veranderingen in de kerkdiensten. De kerkenraad van deze gemeente legt daarbij de eerste verantwoordelijkheid bij de ouders. "Alles staat of valt met uw eigen voorbeeld en uw eigen enthousiasme voor de Here en voor het Evangelie." Daar zit de boodschap achter dat we niet alles van de vorm moeten verwachten. Kinderen hebben levende voorbeelden nodig en die levende voorbeelden zijn in de eerste plaats de ouders.
Werkgroep
Een voordeel van de werkwijze in de Gereformeerde kerk (vrijgemaakt) van Groningen-Oost is dat een werkgroep de ruimte heeft gekregen om een jaar bezig te zijn met het zoeken naar mogelijkheden om kinderen meer te betrekken bij de erediensten. Die werkgroep hoeft dus niet ieder voorstel voor te leggen aan de kerkenraad.
Naar mijn mening is dat een verstandige keuze. Op het moment dat iedere verandering voorgelegd zou moeten worden kan dat een verlammend effect hebben op het werk binnen de kerkenraad. De ambtsdragers hebben al genoeg andere zaken op de agenda staan. Bovendien kunnen leden van de kerkenraad - uit pastoraal oogpunt - in een moeilijk dilemma terecht komen .. Wat te doen met allerlei kritieken tijdens huisbezoeken? Welke plek krijgen brieven met bezwaren tegen veranderingen op de agenda? Dan maar iedere verandering blokkeren totdat er weer met die gemeenteleden gesproken is? Soms moet je gewoon de durf hebben om iets te 'proberen' in de dienst, om te bekijken of het passend is binnen het functioneren van de gemeente. Dat zoeken naar mogelijkheden past beter in de handen van een werkgroep. Bovendien zijn ambtsdragers vaak minder 'gespecialiseerd' in vraagstukken rond het thema 'kind en eredienst'. Tenslotte zou het steeds moeten terugkoppelen naar de kerkenraad ook zeer vertragend (en vermoedelijk demotiverend) zijn voor de activiteiten van de werkgroep.
Een jaar op proef
Het 'jaar op proef' in de kerk van Groningen-Oost lijkt mij een verantwoorde keuze. Men heeft een jaar de tijd om te bekijken welke gevolgen bepaalde veranderingen hebben voor het functioneren van de gemeente. Veel wijzigingen in de eredienst hebben de tijd nodig; mensen moeten er aan wennen.
Soms moet je ook gewoon iets eens kunnen 'proberen'; in de praktijk blijkt dat de bezwaren soms later als sneeuw voor de zon zijn verdwenen. Dankzij het gebruik van evaluatieformulieren krijgt de werkgroep ook een goed inzicht in de mening van de leden van de gemeente.
Samen?
De tijden zijn veranderd. Dat betekent ook dat de kerken zich moeten bezinnen op de plaats van het kind ende jongere in de eredienst. Tijdens het GVI-congres kwamen allerlei aspecten van het zoeken naar mogelijkheden in de kring van de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt) aan de orde. In onze kerken spelen dezelfde vragen. Dat bleek wel bij een aantal workshops tijdens de Ontmoetingsdag in Barneveld. Er is werk aan de kerk! Gezien het belang van het thema voor de beide kerkgenootschappen kwam tijdens deze dagen bij mij de vraag naar boven: waarom werken we hier als kerken niet samen? Waarom zouden we elkaar niet tot een hand en een voet kunnen zijn? We hoeven toch niet ieder afzonderlijk het wiel uit te vinden? Een gezamenlijke dag met als thema: de plaats van kinderen en jongeren in de Gereformeerde eredienst.....
wordt vervolgd
Doopdienst Weet u, ik was er op tegen. Moest dat nou? De kinderen naar voren halen als er een kindje gedoopt wordt? Straks leren ze helemaal niet meer stil te zitten. En dan die vragen van de dominee aan de kinderen. En aan het eind dat feliciteren van de doopouders. Dat is toch allemaal niet nodig? Ik ging als kind naar een grote Gereformeerde kerk, het was bijna iedere zondag dopen. Dan zuchtte ik wel eens: alweer dat lange formulier .... Dan duurde de dienst weer een kwartier langer .... Maar ik moet u zeggen: het is tóch goed. Ik was er op tegen, maar ik ben veranderd. Want als kind heb ik die doopdiensten alleen maar als langdradig en saai ervaren. Nu zie ik aan mijn kleinkinderen dat ze het leuk vinden. Straks mogen ze naar voren komen en het kindje van dichtbij zien. Hoi, het is dopen! Eigenlijk wilde ik dat vroeger ook, maar je moest blijven zitten en je zag dus niets van de doop. Dat vind ik winst: de kinderen zijn er meer bij betrokken en zo moet het ook." Was getekend: een grootmoeder van 78 jaar |