De schapen aan de Rechterhand van de Herder

1998-05-01
  • Jaargang 42
  • nummer 9
In ons turbulente drukke leven zijn wij op onze verantwoordelijkheden gericht.We gaan van het ene agendapunt over tot het volgende, om onze taak uit te voeren. We houden er niet van om daarin te worden gestoord. We willen niet in ons tempo vertraagd te worden. Maar Jezus lijkt onze aandacht af te leiden. Hij schijnt ons te vragen om ons belangrijke werk terzijde te zetten en iets van Zijn belangrijke werk ter hand te nemen., op momenten waar we er het minst op verdacht zijn.

Ik reed 's morgens vroeg op de 'Interstate 80', in de hoop om verkeersfiles voor te zijn, en zodoende vroeg op mijn werk te zijn om een project vandaag af te krijgen. De teller gaf een snelheid van 90 aan. M'n tank zat vol. De auto was gloednieuw, rook nog lekker fris en had een geruisloos lopende motor. Plotseling zag ik op afstand, aan de kant van de snelweg, een groepje mensen.
Naarmate ik dichterbij kwam, besefte ik dat ze problemen met de auto hadden. Ik reed hen voorbij, nog steeds gericht op mijn voomemen om het verkeer te snel af te zijn en mijn taak van vandaag af te krijgen, maar toen keek ik in de achteruitspiegel en zag de mensen die naar me zwaaiden kleiner worden.
Ik remde af, stuurde naar de kant van de weg en reed langzaam terug naar de gestrande mensen.
Het bleek een gezin te zijn; een vrouw met een donkere hoofddoek, vier kinderen die op de reling langs de weg zaten en op de maat klappend een lied zongen, en de vader die onder de geopende klep van een vijftien jaar oude auto keek, een auto die overduidelijk niet werkte.
"Do you know car?" ("Kent u auto?"), vroeg de man in gebroken Engels. De vrouw glimlachte. In haar gebit ontbraken vele tanden. Een van de jongens, de oudste, kwam naar voren en zei bedeesd: ,,wij gaan mijn oom bezoeken.
De auto is gestopt. Hij trouwt vanmorgen."
Trouwen? Op een doordeweekse dag? 's Morgens? Ik geloofde het niet erg.
Maar ik wierp een blik op het aftands verhikel. Ik weet absoluut niets van auto's.
"Kunt u maken?", vroeg de vader. "Mijn broer trouwt vanmorgen spoedig."
Ik keek de lege snelweg af, in de hoop een politieauto te zien, of een wagen die de auto slepen kon, of iemand die assistentie kon verlenen. Toen keek ik het gezin aan.
"Waar is de bruiloft?"
"Vijftien kilometer verder, aan de andere kant van de berg", zei de vrouw met weer een glimlach.
Ik kwam die morgen vier uur te laat op mijn werk.
"Wat is er gebeurd?", wilde mijn baas weten.
"Och, ik ben naar een bruiloft geweest." Drie weken later lag er in de brievenbus een ansichtkaart van de Bahama's, van de bruidegom. Erop stond deze passage.
"Dank u voor mijn broer. Zijn auto is weer goed. Mijn vrouw, zij gaat onze eerste zoon 'Christopher' noemen. Tot ziens."
Geen werk is waardevoller dan de hulp aan iemand in nood, want die persoon is altijd Christus, en Hij zal u altijd vergelden voor uw grootmoedigheid.

Ik struikel en ik val. Ik struikel en schreeuw het uit in pijn. Ik struikel en zie uit naar een uitgestoken hand, een stem die me kalmeert. Dank U, Heer, want als ik zwak ben, neemt U me op en nodigt me in Uw hart, het tehuis van alle genezing. Amen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief