Gereformeerd - Evangelisch
1998-05-01
Het januarinummer van het blad Kontekstueel (een zes maal per jaar verschijnend theologisch blad, dat z'n bakermat heeft in de vrolijke vleugel van de Gereformeerde Bond) is gewijd aan de ontmoeting van Gereformeerden en Evangelischen. Ik wil daar iets uit doorgeven, en wel van drs. W. Dekker.- Jaargang 42
- nummer 9
't Is niet zo'n heel gemakkelijk verhaal (Kontekstueel is ook een blad voor theologen), maar de zaak waarom het gaat is de inspanning wel waard.
Eerst maar eens even de omschrijving die Dekker geeft van de kern van het denken in Evangelische kring: Niet een simpele theologie, maar de levende Heer, die elke leer oneindig te boven gaat, dat is de grote en belangrijke zaak waarom de evangelische beweging voor mij een uitdaging is en ik er veel van verwacht.
En dat sluit aan bij wat Dekker zelf in de loop van de tijd steeds meer was gaan zien, namelijk dat het vaste punt in het leven van een mens niet een stelling is, een laatste stelling misschien, wanneer heel veel je ontvallen is, maar het vaste punt is een Persoon die jou draagt met al je onzekerheden en zo wordt Hij in de ervaring van dit gedragen worden een alles overstijgende zekerheid.
Na op deze manier zijn openheid naar de evangelische beweging. onder woorden gebracht te hebben, noemt hij twee gevaren die deze beweging zijns inziens bedreigen. Het eerste is:
In de evangelische geloofsbeleving treft men soms een wonderlijke combinatie aan van het adagium "Niet de leer, maar de Heer", waar men zich . afzet tegen bijvoorbeeld de gereformeerde orthodoxie of de theologie in het algemeen, met tegelijk een omhelzing van het fundamentalisme. Het fundamentalisme ontwikkelde zich in reactie op de vrijzinnigheid van de vorige eeuwen kenmerkt zich nu juist door een hyperintellectueel waarheidsbegrip, wel het volstrekte tegendeel van: de Waarheid is een Persoon. Dit fundamentalisme treft men aan in een rationele Schriftbeschouwing, waar de bijbelse waarheid historisch bewijsbaar wordt geacht en intellectueel definieerbaar. Men treft het ook aan in overzichtelijke toekomstscenario's, die elke verrassing aan de komende Christus ontzeggen. Men treft het eveneens aan in de wettisch aandoende vaste regels in de ethiek, die elke verrassende ontdekking van wat Christus vandaag van ons vraagt, uitsluiten. Wil de evangelische beweging echt toekomst hebben en een brede stroom in onze cultuur blijvend aanspreken, dan zal ze radicaal afstand moeten nemen van dit fundamentalisme. () Men kan niet enerzijds roepen: Niet de leer, maar de Heer, en dan weer anderzijds zich vastklampen aan het fundamentalisme. Bezinning is nodig op de vraag welke leer het geheim van de levende Heer het beste bewaart voor de gemeente en welke niet, wat we als ballast uit de traditie kunnen missen omdat het onnodig misverstanden voedt, en wat onopgeefbaar is.
Antwoorden op deze vragen vindt men niet wanneer men in de traditie gaat snoeien vanuit de gedachte dat alleen overeind moet blijven wat voor de moderne mens aanvaardbaar is. Antwoord op deze vragen kan alleen gegeven worden door een levende geloofsgemeenschap, die de hele bijbelleest als het boek dat ons wil bewaren bij de levende Christus.
Dat is dus het eerste gevaar wat Dekker signaleert; de moeite waard om met elkaar - en daarmee bedoel ik: Gereformeerden én evangelischen; we hebben elkaar veel te hard nodig - stevig over door te denken ..
Datielfde geldt ook van het tweede wat hij noemt; dat is het gevaar van een óndergaan van de evangelische geloofsbeleving in de brede stroom van hedendaagse nieuwe religiositeit.
Ja, zegt Dekker, het is waar: de evangelische beweging met haar nadruk op de beleving van het geloof is beter in staat om de mens van vandaag aan te spreken dan de traditionele kerken, waarin maar al te vaak de ervaring als verdacht aan de kant werd gezet. Maar toch bergt juist dat aansluiten bij de mens van vandaag ook gevaren in zich:
Onze tijd wordt gestempeld door wat men noemt het postmodernisme. De tijd van de grote verhalen is voorbij. De uitdaging zou dan kunnen zijn het grote verhaal van het koninkrijk Gods en de geschiedenis van de wereld en .de volkeren, waar het in de bijbel over gaat, om te zetten in het kleine verhaal van de aanwezigheid van God in mijn persoonlijk leven en het daar verder bij te laten.
En hij concludeeert dan:
Juist in een tijd, die niet meer gelooft in de grote verhalen, zullen we het grote verhaal van de bijbel opnieuw moeten vertellen. Niet alleen: Mijn Jezus, ik houd van U, maar vooral ook: Jezus, Heer der wereld, hoop voor de ganse zuchtende schepping, houdt wonder boven wonder ook van mij, maar dat is niet het allerbelangrijkste.
Tot slot zegt Dekker: Het moge duidelijk zijn, dat ik mijn kritische vragen aan de evangelische beweging gesteld heb, juist omdat het een van de weinige bewegingen is, waar ik thans enige vernieuwing in de kerk. zie. Het ken heel iets moois worden, wanneer de traditionele kerken aan deze beweging de ruimte geven. () Ook kwesties als kinderdoop of volwassendoop mogen hierin volstrekt geen belemmerende rol spelen. Dit soort kwesties zijn kinderspel vergeleken met de reusachtige vraag waar wij thans voor staan: Zal er in de 21e eeuw nog een levende Christus belijdende kerk zijn temidden van en tot :zegen voor ons volk?