Een jubeljaar voor Israël
1998-05-15
Dit jaar, op 14 mei, viert het volk van Israël het jubileum van zijn 50-jarige onafhankelijkheid. Wat aanvankelijk voor veel christenen nog niet zo duidelijk was, is toch zo langzamerhand tot algemene overtuiging geworden: dit is van de Here geschied en het is wonderlijk in onze ogen.- Jaargang 42
- nummer 10
Het woord uit Jer. 30:10 werd vervuld: Hij die Israël verstrooide, zal het verzamelen (in kibboetzim) en het behouden als een herder zijn kudde. De kleine David versloeg de Goliat van de verenigde Arabische legers. Vooral toen op 6 juni 1967 hoofdlegerrabbijn Gorem de sjofar blies op het Tempelplein in Oost-Jeruzalem, werden velen er toe geleid te denken aan het woord van onze Heiland: "Jeruzalem zal door de heidenen vertreden worden totdat de tijden der heidenen zijn vervuld." (Luc. 21 :24). Het werd duidelijk dat God zijn hand niet van dit volk had afgetrokken. Integendeel de Here begon een nieuwe weg met zijn oude volk. Met spanning begon men te letten op het verdere verloop der geschiedenis van het volk van Israël. Het mocht zich verheugen in de sympathie van het merendeel der christenheid. De andere kant van de medaille, de positie van de Palestijnen, waaronder vele christenen, raakte onderbelicht. De Joodse staat, aanvankelijk seculier-zionistisch kwam steeds meer onder de invloed van het orthodoxe judaïsme. Uit deze laatste kringen kwamen ook de plannen voort tot heroprichting van de tempel op zijn historische plaats. Vele christenen juichen dit toe. Het komt overeen met de profetieën en de voorstellingen, die men daarbij maakt over het verloop van de eschatologische gebeurtenissen, die nog zullen plaatsvinden, voor de wederkomst van Jezus. Wat zijn de bijbelse argumenten hiervoor?
Bijbelse argumenten
In de eerste plaats wordt gewezen op de uitspraak van de apostel Paulus in 2 Thess. 2:4, dat de mens der wetteloosheid zich zal openbaren, die zich in de tempel Gods zet, om zich daar als god te laten vereren. Toen Paulus dit schreef omstreeks het jaar 50 bestond de tempel van Herodes nog te Jeruzalem. Aldaar verwachtte Paulus de verschijning van de anti-christ, maar wel in een nog ver verwijderde toekomst. Wie of wat die weerhoudende macht was, maakt hij niet duidelijk. Wel moet het voor de Thessalonicensers een voor de hand liggend iets zijn geweest. Daarom veronderstel ik dat deze openbaring met een recente gebeurtenis in het leven van Paulus in verband stond. Wel, één jaar eerder had het apostelconvent in Jeruzalem plaats gevonden, dat Paulus als afgevaardigde van de gemeente van Antiochië had bijgewoond.
De slotconclusie van dit concilie was: de gelovigen uit de volkeren hebben zich te onthouden van wat door de afgoden bezoedeld is, van hoererij, van het verstikte en van bloed met de motivatie dat Mozes van oudsher in iedere stad een synagoge heeft die hem predikt en waar op sabbat uit de Torah wordt voorgelezen.
Kortom in de steden der volkeren is kennis van Mozes aanwezig die waarschuwt tegen alles wat met afgodendienst te· maken heeft. 2 Thess. 2:7 luidt (verbeterd en in overeenstemming met de St. Vert.): "Want in het geheim is de wetteloosheid reeds werkzaam; alleen hij die hem hindert, verhinderde tot nu toe dat hij in ons midden ontstond." Dat verhinderen doet de Schrift, de Torah, met de eerste twee geboden die verbieden andere goden te dienen en daarvoor beelden te maken. De persoon die hindert is Mozes. Zolang de mensen zich aan Mozes houden kan de antichrist niet optreden. Ook in Jeruzalem is een joods-messiaanse . gemeente ontstaan onder leiding van Jacobus, die zich strikt houdt aan de mozaïsche wet. De situatie doet denken aan de tijd van koning Josia. Als de wet van Mozes weer ontdekt wordt in de tempel, verootmoedigen zich de koning en de priesters van Israël. Dat heeft een geweldige invloed op het volk, dat nu terugkeert tot de dienst des Heren. Zolang Josia leeft, is hij een 'weerhouder' die de verwoesting van de tempel door de Babyloniërs voor enkele jaren weet uit te stellen.' Als deze 'weerhouder' sneuvelt in de slag bij Megiddo in 608 v.C., komt het einde van de tempeldienst spoedig daarna.
Zo ook met het Jeruzalem in Paulus dagen. In 62 A.D. wordt de rechtvaardige Jacobus gedood. Spoedig daarna gaat het Woord van Jezus in vervuIling. AI het rechtvaardig bloed van Abel tot Zacharias, aangevuld met Stefanus, Jacobus, zoon van Zebedeüs en Jacobus, de broeder des Heren, komt over de inwoners van Jeruzalem, als de Romeinen de stad verwoesten. Ook Flavius Josefus brengt de ondergang van Jeruzalem in verband met de moord op Jacobus.
Dan zet de wetteloze zijn tekens, de Romeinse adelaars en afgodsbeelden op de heilige plaats en moeten alle volken de Romeinse keizer vereren als god.
Vervulde profetie
Is daarmee de profetie van Jezus in Matt. 24 vervuld? Gedeeltelijk wel. We moeten niet vergeten dat onze Here Jezus net als de profeten van het oude verbond sprak in een profetisch perspectief. Deze spraken over de dag des Heren in de toekomst zonder te onderscheiden tussen Jezus' eerste en tweede komst. Zo sprak Jezus ook over de verwoesting van de tempel in hetzelfde perspectief als zijn wederkomst. Ook vóór deze heerlijke .gebeurtenis kan de christelijke gemeente een 'gruwel die verwoesting brengt' verwachten. Waar? Jezus zegt op de heilige plaats, dat is het tempelplein.
Over de tempel spreekt hij dan niet meer. Paulus spreekt wel over de tempel. Moet dan zoals sommigen denken de joodse tempel eerst weer herbouwd worden? Het is merkwaardig, dat Paulus voor het woord tempel een Grieks woord, 'naos' gebruikt dat in het algemeen 'heiligdom' betekent. Het wordt ook in overdrachtelijke zin gebruikt, zoals in Joh. 2:19 en in 1 Cor. 3:16. Maar voor de bekende tempel van Herodes in Jezus dagen wordt steeds het woord 'to hiëron' gebruikt. De antichrist zal zich inderdaad op de heilige plaats als god laten vereren, maar dat hoeft niet in een herbouwde tempel te zijn. Op het tempelplein te Jeruzalem staat sinds de achtste eeuw de beroemde Rotskoepel van Omar. Kunnen we verwachten dat het de Joden ooit mogelijk zal worden deze Koepel af te breken en in de plaats daarvan een Joodse tempel op te richten? Dat zou een zinloze oorlog met de hele moslimwereld beteken met een afschuwlijk bloedbad. Bovendien is zo'n joodse tempel een regelrechte ontkenning van het eens en voor altijd volbrachte offer van Jezus op Golgotha. Ook de joden zullen in de toekomst dit offer van Jezus aanvaarden. Is dit te rijmen met de herbouw van de tempel te Jeruzalem?
Toch zijn in onze tijd nog velen ervan overtuigd, dat dit nog zal plaatsvinden.
Nu worden de bijbelse profetieën pas goed duidelijk in hun heilsbetekenis, als ze vervuld worden. Het is altijd een waagstuk om op de gebeurtenissen vooruit te lopen en van te voren een scenario te bedenken, waarin alle profetieën geordend naar tijd hun plaats vinden. Zo was de joodse messiasverwachting ten tijde van Jezus zozeer gericht op de verlossing van de Romeinse overheersing, dat ze Jezus toen Hij niet paste in hun scenario, hebben verworpen. Deze dingen willen we voor ogen houden, als we een ander scenario voor de toekomende gebeurtenissen, willen aanbieden. Daarover dus in een volgend artikel.
(De schrijver van dit artikel is gepensioneerd arts te Amsterdam)