Vriendin

1998-05-15
  • Jaargang 42
  • nummer 10
Ze is een bijzonder goede vriendin. We hebben dan ook veel gemeen, en niet het minst belangrijke daaroan is dat we allebei schrijven. Het grootste verschil?
Dat is dat ik. van huis uit protestant, mijn best doe te geloven, terwijl zij, van huis uit rooms-katholiek, hard haar best doet niet te geloven. En ook daarin zijn toch heel veel raakvlakken te vinden. In ieder geval kunnen we er samen prima over praten.
Nu kwam ze even binnenvallen om te klagen over deadlines enfaxen, en na een haastig kopje thee laat ik haar nog even mijn nieuwe jas zien.
Dat wil zeggen, nieuw voor mij, want zoals bijna al mijn kleding komt ook dit exemplaar bij de plaatselijke kringloopwinkel vandaan. Ze bewondert de kleur en de kwaliteit. ik ben vooral blij met de dikte en de capuchon.
Wat een geluk, net voor de winter begint!
Terwijl ze opstaat lacht ze: 'Ja dat jij die jas nu net tegenkomt, God zorgt toch maar weer goed voor jou. '
Heel even weet ik niet wat ik moet zeggen, maar terwijl ik de bekers naar de keuken breng, zeg ik over mijn schouder: 'Dat wil Hij ook voor jou doen, hoor'.
Ze staat inmiddels in de gang. Ook haar antwoord komt iets minder direct dan anders: 'Dat zal best, maar de prijs is mij te hoog.' Ik vergeet de mokken neer te zetten: 'Te hoog?'
'Ja', zegt ze, nog steeds lachend: 'Onvoorwaardelijk geloven.' 'Joh. ben je gek?' Ik ben eerder verbaasd dan tactisch: 'Tw!ifelen mag hoor, zelfs Petrus deed dat, en Johannes de Doper.' Net zo plotseling als het gesprek begon is het over. Er komt nog even een koetje en een kalfje voorbij, en weg is ze.
Terwijl ik de bekers omspoel. welt er een kort gebed in mij op. Dat het zaad, dat ik zo krakkemikkig in de aarde stop, mag ontkiemen. Voor die lieve vriendin, die ik nu niet wil missen. Maar straks ook niet.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief