Kerk...aan het werk! (1)

1998-05-15
  • Jaargang 42
  • nummer 10
Op de Ontmoetingsdag te Barneveld mocht ds. A.W. Vos uit Kampen de hoofdlezing houden. Hieronder publiceren we het eerste deel van de tekst zoals die ons beschikbaar is gesteld.


1. Maar de realiteit ...
Haggaï 1:2-5; 9-10
Alarmribbels Van die ribbelstroken die rijkswaterstaat schuin over de rijbaan legt als laatste waarschuwing ... God kan ze ook in ons leven neerleggen. Zo wijst de profeet Haggaï het volk op de malaise in het land na de terugkeer uit de ballingschap. Het wil maar niet lukken met de wederopbouw. De inzet en de inspanningen zijn omgekeerd evenredig aan de resultaten. Wanhopig. We zetten ons al maximaal in. We jakkeren en we beulen. Wat moeten we nog meer doen.
Maar dan komt de profeet met een boodschap die alles op zijn kop zetmensen, denk na over de weg waarop u zich bevindt - die malaise: het zijn alarmribbels. Van Godswege. En dan moet je niet nog meer gas geven, maar afremmen en op een ander spoor overgaan. Jullie spoor, jullie prioriteiten deugen niet. Jullie zeggen: de bouw van die tempel lukt niet want we zijn zo wanhopig druk. Maar ik zeg jullie namens God: jullie zijn zo wanhopig druk omdat je niet aan die tempel bouwt.

Alarmribbels
Jakkeren wij er met zijn allen ook niet overheen? Als samenleving. Druk, agenda problemen, stress, 24-uurs-economie, het milieu ondraaglijk belast, de geestelijke gezondheid is alarmerend, velen knappen af, huisvaders die moordenaars worden tijdens een avondje stappen, kinderen die kinderen vermoorden ...
Politieke leiders die met de handen in het haar oplossingen zoeken in: nog meer dit en nog beter dat....
Alarmribbels - een samenleving die het heil zoekt massaal aan kruis en evangelie voorbij, die rent zich dood in de vloek ... Wij weten het uit de Bijbel. We zien het gebeuren ... Maar jakkeren wij niet even hard mee? Waar staat in onze agenda het bewust bouwen aan Gods Huis in deze tijd. En ik weet van onze drukte en al die verplichtingen ...
En wat kan ik anders doen dan alle begrip tonen als iemand zegt: sorry, ik zou wel willen, maar ....
Of moeten we de euvele moed van Haggaï hebben en elkaar tot de orde roepen: het zijn alarmribbels! Om met een variatie op Bil! Hybels boekje (Te druk om niet te bidden) te spreken: we zijn vandaag te druk om niet voor God aan het werk te gaan. Een gewetensvraag: die ik u en mezelf stel: Waar maak ik me nu echt druk om? Dat we als kerk vandaag ernstig op de tocht staan, op meer dan één wijze. Is ons hart daardoor verslagen? Of maken we ons toch drukker om die nieuwe badkamer of die wintersportvakantie. Bergen argumenten om onszelf te billijken. Ik weet het. Maar als nu de malaise in onze samenleving en ook in onze kerken alarmribbels zijn, als het Gods hand is die op ons drukt, dan hebben we toch geen andere keuze dan af remmen en switchen. Maar hoe?? We zijn zo aan handen en voeten gebonden. We zijn zo moe.
Tegelijk: als het Gods hand is die drukt, dan mogen we juist hoop hebben, want God drukt ons dan terneer, om ons te kunnen oprichten.

O God van Jozef leid ons verder (Psalm 80:1)

2. De kleine stap ...
Haggaï 1:7-8;13-14
Wat een geweldig antwoord mag de profeet van God geven aan zijn afge· peigerde broeders en zusters. "Wat moeten we doen!" De herbouw van de tempel is een volstrekt onmogelijke opdracht. Wij zijn berooide ballingen, vreemdelingen en bijwoners in eigen land. Wij zijn Salomo niet! Jawel, roept dan Haggaï: beklim het gebergte, haal hout en herbouw dit huis. Niet het onbereikbare en onbetaalbare cederhout van de Libanon. Ga aan de slag met wat binnen je bereik ligt. Hout van Juda's bergland. Roei met de riemen die je hebt, maar ga beginnen. De beslissende stap naar dat andere spoor, mag zo barmhartig klein, op onze maat geschoeid, beginnen. Bekering is een Godswerk, kolossaal, sterven en opstaan en tegelijk is bekering een klein menselijk stapje - doe het! Johannes de Doper "met zijn kolossale boodschap: God komt eraan, bekeer je!
Johannes wat moeten we doen! Een tollenaar mag tollenaar blijven, maar niemand oplichten; een soldaat mag soldaat blijven maar niet meer plunderen; en geef weg wat je missen kan. De kolossale opdracht van de Heer aan zijn discipelen: Geeft gij hen te eten al die duizenden - Jezus hoe moet dat! Kom maar met wat je hebthoe onnozel en armzalig ook, vijf broodjes en twee visjes, maar kom en geeft het in de handen van Jezus en je zult wat meemaken. Wat is het belangrijk dat wij vandaag zien wat de gemeente is: Huis Gods. Huis van God. Wat een gat in de markt vandaag. Een 'Schuilplaats in de modeme wildernis, Huis waarin Gods vrede is'. Daaraan bouwen: geen morrelen in de marge, maar hoogste prioriteit.
Voor onszelf en voor de wereld. Huis van God. En u bent Gods Huisgenoten!
Hij schakelt u in. Gods werk is ook mensenwerk. Dat is de dwaasheid van God dat Hij zijn heil in mensenhanden en -verbanden legt. "Geeft gij hen te eten". Zo werkt God. U mag beginnen met wat uzelf te bieden hebt. Als mens. Een kleine stap, maar met onvoorstelbaar grote gevolgen. Want zo werkt God.
Door die kleine stap komt u op het spoor ten leven. Door die kleine stap wordt u medewerker Gods. Mag je gaan ontdekken dat je betrokken raakt in iets dat zoveel groter is dan jezelf, het werk van de grote en heilige God.
De gemeente is huis van God - daar woont Hijzelf, daar wordt zijn heil verkregen.
Deze boodschap van Haggaï doorbrak de vicieuze cirkel. Diep onder de indruk gingen de mensen aan de slag, en ze ontdekten dat God met hen was. Nieuwe visie, nieuw elan. Want God had hun geesten weer opgewekt, de ogen gingen weer stralen en ze gingen iets proeven van de zegen en het geluk waar deze wereld tevergeefs naar jaagt.
Zo werkt God vandaag. Daar kan van verteld worden ....

3. Vroeger en nu
Haggaï 2: 3-6
Prachtig zo'n nieuwe start. Prachtig nieuwe initiatieven waar mensen enthousiast aan mee doen. Indrukwekkend en bemoedigend als je bijvoorbeeld de berichten over de Alpha-cursus hoort. En zo zult u in diverse workshop straks dingen kunnen zien en meemaken die nieuw zijn, anders dan vroeger, dan we in onze traditie gewend zijn. Boeiend, stimulerend ongetwijfeld. Maar 't kan ook vragen oproepen. Waarom moet het anders? Moet het echt zo? Mag het wel zo? Inderdaad: Geen methode of vorm is het einde van alle tegenspraak. Hèt bijbelse model bestaat niet. Alles heeft z'n keerzijden. Zowel de nieuwe als de oude vormen. Maar we moeten nu eenmaal roeien met de riemen die we vandaag hebben en kunnen hanteren. Dat betekent dat wij onze vormen, onze manieren van kerk-zijn telkens moeten evalueren en zo nodig bijstellen. Gereformeerd kerkzijn is geen status quo, maar een proces van voortdurend gereformeerd worden.
Met alle vragen vandien. Haggaï had hiermee te maken ... Enerzijds: Fantastisch, er werd weer met inzet en animo aan de herbouw van de tempel gewerkt. Want de mensen mochten roeien met hun eigen riemen. Maar al binnen een maand kwam de domper toen bleek dat die riemen hun beperkingen hadden. AI doende kom je daarachter. En dan kan de herinnering aan die 'goede oude tijd' verlammend werken.
Als je denkt aan Salomo ... En wij nu...? Is dit het nou? De frustratie sluipt binnen.
Critici staan klaar om hun nare gelijk te incasseren. Ach, al dat nieuwe gedoe van tegenwoordig, ze komen er wel achter .... Haggaï onderkent het probleem en wat hij doet is gedurfd. Hij negeert het gevoel van onbehagen niet. Integendeel - hij roept het tevoorschijn: "Wie onder u is overgebleven die dit huis in zijn vroegere heerlijkheid heeft gezien. En wat ziet u nu? Is het niet - daarbij vergeleken - als niets in uw ogen?"
Maak van je hart geen moordkuil, zeg het maar. Wat is het belangrijk dat wij vandaag het gesprek tussen de generaties en metde traditie openhouden. Maar dan wel in het licht van de Exodus, van Pasen. Haggaï grijpt nog verder terug dan 'de goede oude tijden'.
Hij grijpt terug op het geheim achter de heerlijkheid van de eerste tempel: de Exodus, de God van de Exodus .
Het geheim achter alle wonderen en monumenten, achter alle grote mannen en vrouwen Gods in de kerkgeschiedenis is Pasen, is de opgestane Heer.
Maar let wel: de Exodus is allereerst de nachtmerrie, de ineenstorting van alle verwachting. Voor je de zee, naast je de hoge bergen, achter je de aanstormende farao. Pasen is allereerst de nacht van de diepste verschrikking, van de ineenstorting van alle hoop en geloof. "Wij leefden in de hoop dat Hij Israël verlossen zou, maar zie Hij is nu al drie dagen dood" .... zeiden de Emmaüsgangers. Maar ze zeiden het tegen hun opgestane Heer Jezus!
Pasen, dat is de weg verder, waar alles ophoudt. Pasen, dat is wedergeboren worden tot een levende hoop, een hoop die het al gewonnen hééft van de ergste nachtmerrie. Mogen wij - net als Haggaï deed - de crisis in onze dagen gaan zien als een Exodus- en Paas-crisis? Dat is adembenemend en levendmakend tegelijk.
De boodschap: 'wees sterk' en 'vrees niet'. Gods Geest staat in ons midden; Hij leidt ons. Dat mag ook het gesprek tussen de generaties ontspannen: dat de levende Heer niet alleen via de traditie en onze geloofsoverdracht, maar ook rechtstreeks en door Zijn Geest de jongeren van vandaag en morgen zal aanspreken en leiden. En dat je dat ziet gebeuren en dat je mag vertrouwen dat Hij hen zal bijstaan om hun eigen schriftuurlijke vormen te scheppen in hun situatie. Soms anders dan we gewend zijn.
Soms zullen we zelfs eeuwenoude bakens moeten verzetten. Ik denk aan het voorbeeld van de doop van Cornelius. De Heilige Geest was Zijn gemeente en apostelen vooruit. De uitstorting van de Heilige Geest op Cornelius en zijn gezin was zo evident dat Petrus en de hele Joods-christelijke kerk niet anders meer kon, dan de bakens te verzetten van eeuwenoude en heilige, door God gegeven instellingen - spijswetten, sabbat, besnijdenis. Als we erop vertrouwen dat de Heilige Geest ook ons leidt, mogen we dan ook niet verwachten dat ook wij soms eeuwenoude interpretaties van de Bijbel moeten bijstellen of relativeren? .
Vanuit de evidente aanwezigheid en zegen van de Heilige Geest.
Dan denk ik aan veranderingen in de eredienst, muziek, liederen, vormen, die de Geest evident gebruikt om mensen van nu te bereiken. Dan denk ik aan een flexibele benadering van de bediening van de sacramenten.
Bijvoorbeeld ten aanzien van de doop: enerzijds ben ik ervan overtuigd dat de doop van de kleine kinderen der gelovigen volstrekt Bijbels is, ja diep geworteld in het Evangelie zelf.
Anderzijds constateer ik vele bloeiende en groeiende christelijk gezonde gemeenten met een andere doopleer.
Dat de Heilige Geest ook daaraan klaarblijkelijk Zijn zegen kan verbinden, dat maakt het mij toch onmogelijk om een al te rigide opvatting over de doopbediening te hanteren. Ik kom dan de Heilige Geest tegen. (Dit mes snijdt uiteraard ook de andere kant op richting hen die een andere doop Ieer 'drijven').

Ik denk in dit verband ook aan de evidente zegen door de ambtsbediening van zusters in onze gemeenten. Mag die zegen een argument zijn? Verder kun je denken aan het hernieuwde accent op bevinding en beleving naast kennis en actie. Een accent waar de gereformeerde traditie niet vreemd tegenover staat.
Nauw hierbij aansluitend denk ik tenslotte toch vooral ook aan een nieuwe openheid voor de persoon en het werk en al de gaven van de Heilige Geest. Trouw aan de Schrift, zeker! - maar een schriftgeleerde die een discipel in Koninkrijk der hemelen is, gelijkt een huisvader die uit zijn voorraad nieuwe en oude dingen tevoorschijn brengt.
De geesten moeten nauwkeurig beproefd worden of zij uit God zijn, zeker!, maar laat ook hier 'het vrees niet' in mogen klinken, want als we God in Jezus' Naam smeken om zijn Heilige Geest, dan zal Hij ons toch niet een slang voor een vis of een schorpioen voor een ei geven?
Zijn Geest weerstáát de valse schijn en schrijft in harten het geheim van '5 Vaders grote daden ...!

(wordt vervolgd)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief