Orgaan- en weefseldonatie

1998-05-15
  • Jaargang 42
  • nummer 10
De invoering van de wet op de orgaandonatie heeft tot gevolg dat iedereen, die in de gemeentelijke basisadministratie is opgenomen, een formulier thuis krijgt heeft gekregen, een zogenaamde donorverklaring. Met behulp van deze verklaring wordt nu centraal een register aangelegd dat door artsen kan worden geraadpleegd of nu, na overlijden, organen en weefsels ter beschikking stelt voor transplantatie.


De komst van de wet heeft te maken met het tekort aan donororganen en de tot nu toe vrijblijvende werving van donoren. Tevens wordt met de wet het zelfbeschikkingsrecht van de potentiële donor ondersteund en is het begrip hersendood wettelijk omschreven. Het gebruik van een protocol orgaan- en weefseldonatie is verplicht gesteld voor ziekenhuizen en verpleeginrichtingen.

Is er een christelijk standpunt?
De ontwikkeling van de moderne geneeskunde, is mede een uitvloeisel van het na de reformatie op gang gekomen wetenschappelijk denken. Voordien was er veelal een bij kloosters aanwezige ziekenzorg als uiting van christelijke naastenliefde. Reeds enkele decennia accepteren wij, de 'mainstream van het Christendom', zonder probleem de vorderingen van de geneeskunde maar zien soms, vreemd genoeg, wel eens ethische problemen bij de orgaandonatie. Als probleem ziet men het openen van het lichaam en bij het verwijderen van organen een mogelijke aantasting van het opstandingslichaam.
Ook is er weerstand tegen het ontvangen van organen van hen die reeds zijn over1eden. Geen enkel ethisch probleem zien wij indien een ontstoken blinde darm of galblaas kan worden verwijderd en bij het ziekenhuisafval wordt gelegd; evenzo accepteren wij bloedproducten bij ernstig bloedverlies tijdens een operatie of na een ernstig ongeval. Bij bovengenoemde voorbeelden is er geen probleem met het openen van het lichaam, verwijderen van organen of het accepteren van rode bloedcellen van andere personen. Het raadplegen van de Bijbel kan ons niet helpen hoe wij over de transplantatie-geneeskunde zouden kunnen denken. Dus een pasklaar antwoord is er niet, een verschil van mening zal er zeker zijn en naar verwachting ook een ontwikkeling in het denken over transplantatiegeneeskunde.
Wel kennen wij een aantal algemene geaccepteerde christelijke uitgangspunten die het denken richting geven.

- De Bijbel vraagt eerbied voor het menselijk leven, het ziet God als Schepper en onderhouder daarvan.
- Het begrip rentmeesterschap waarbij verwacht wordt dat wij zorgvuldig omgaan met ons lichaam.
- Dit lichaam wordt gezien als tempel van de Heilige Geest..
- Wij worden opgeroepen tot het tonen van naastenliefde. Het afstaan van organen voor transplantatiedoelen kan gezien worden als een concrete invulling van het gebod je naaste lief te hebben.

Is deze laatste gedachtegang juist, dan kan het afstaan van organen bij het sterven een laatste uiting zijn van de gehoorzaamheid aan dit liefdegebod. Zorgvuldigheid die wij kennen bij het omgaan met het lichaam van een overledene is niet strijdig met het openen van het lichaam om er organen uit te nemen. Bij het balsemen van het lichaam in het oude Egypte werden organen verwijderd. Jozef gaf opdracht aan de geneesheren om zijn vader Jakob te balsemen, een proces van veertig dagen (Gen. 50:2-3).

Hersendoodcrlterla van belang bij orgaandonatie·
De 'Commissie Hersendoodcriteria' van de Gezondheidsraad heeft in 1996 het in artikel 15 van de wet op de orgaandonatie genoemde Hersendoodprotocol geformuleerd. Dit hersendoodprotocol is vastgesteld bij Koninklijk Besluit van 30 juni 1997. In dit protocol wordt naar huidig medisch inzicht technische richtlijnen gegeven voor de vaststelling van hersendood, zodat dit zorgvuldig kan gebeuren en ondubbelzinnig wordt vastgelegd.
De wijze waarop de hersendood is vastgesteld dient te worden gedocumenteerd in een verklaring waarbij ook het tijdstip van overlijden wordt vastgelegd, het moment van hersendood. De verklaring moet worden ondertekend door de (kinder)neuroloog of neurochirurg. Het vaststellen van hersendood is belangrijk omdat sommige organen, bijvoorbeeld de nier, bij een nog goed functionerende bloedsomloop moet worden uitgenomen. Betreft het een ongevalspatiënt met een ernstig schedelletsel als enige schade, dan zal de betrokkene bij binnenkomst inhet ziekenhuis vaak comateus zijn. Naar huidig inzicht wordt de patiënt direct geïntubeerd, en veelal kunstmatig beademd. Het komt daarbij voor dat, ondanks maximale behandeling, blijkt dat de hersenen na uren tot dagen compleet 'kapot' zijn, maar dat het lichaam met technische ingrepen een normale vochtbalans heeft en dat er een goede bloedcirculatie kan worden gerealiseerd. Medisch gezien is de patiënt overleden, maar sommige organen zijn dan nog steeds in goede conditie. Deze reeds overledenen worden als de ideale orgaandonor gezien. Het zal duidelijk zijn dat het hier van groot belang is de hersendood nauwkeurig vast te stellen .
Bij sommigen kunnen dan meerdere organen worden verwijderd, namelijk hart, longen, lever,alvleesklier en nieren. Tot op hoge leeftijd, voor de nieren tot 75 jaar, kunnen de organen worden gebruikt. Is de doodsoorzaak een koortsende ziekte of is er sprake van een kwaadaardige aandoening dan zijn de organen niet geschikt voor transplantatie.

Weefseldonatie
Met weefseldonatie wordt het verwijderen en later implanteren van weefsels bedoeld. Het kan zijn hoomvliezen van de ogen, de huid, hartkleppen, pezen of bot. Hierbij is de persoon gewoon thuis of in een instelling overleden. Soms is wel direct koeling van het lichaam noodzakelijk. Bij donatie van de hoomvliezen worden de oogbollen compleet verwijderd en vervangen door een kunstoog. Donatie van de hoornvliezen kan tot 80 jaar en de huid tot 90 jaar. Nauwkeurige inspectie van het lichaam · door de nabestaanden zal altijd tekenen van een donatieprocedure tonen.

De donorverklaring
Het donorregister kent drie mogelijkheden. Keuze 1 betekent toestemming, keuze 2 betekent geen toestemming en · bij keuze 3 en 4 laat men de beslissing aan de nabestaanden over.
Indien men de keuze aan de nabestaanden overlaat, dus daartoe impliciet toestemming geeft, moet men het niet zien alsof de nabestaanden daarmee opgezadeld worden. Dit kan wel zo aanvoelen als men nooit zijn eigen mening daarover kenbaar gemaakt heeft. Het overlaten aan de nabestaanden geeft ook de mogelijkheid aan de familie om te beslissen, na veelal enkele spannende dagen van plotse ziekte, of zij deze procedure, die soms onrust geeft, nog aankunnen. Een algemeen advies kan hier niet over gegeven worden. De keuze is afhankelijk van ieders persoonlijke omstandigheden.

(Dr. HL van der Wiel is als neuroloog verbonden aan het ziekenhuis ‘Nij Smellinghe' te Drachten, en heeft bovenstaande voordracht onlangs gehouden op een gemeenteavond van de Ned. Geret. Kerk te Heerenveen) Literatuur:

Gezondheidsraad: Commissie hersendoodcriteria.
Hersendoodcriteria. Rijswijk: Gezondheidsraad. 1966; publikatie nr 1996/19.
Christelijke oriëntatie in medisch-ethische onderwerpen. Hoofdstuk 7. Uitgave Nederlandse Patiënten Vereniging en Buijien. en Schipperheijn.
Protocol Orgaan- Weefseldonatie. J. de Boer en medewerkers. Uitgave van December 1997 van de Nederlandse Transplantatie Vereniging en Centraal Begeleidingsorgaan voor de Intercollegiale Toetsing.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief