Een vreemde pijp op het grote orgel
2000-10-13
Ik ben geen profeet (-), maar ik ben een veehouder en kweker van moerbeivijgen.- Jaargang 44
- nummer 21
Doch de HERE nam mij achter de schapen vandaan, en de HERE zeide tot mij: Ga heen, profeteer tegen mijn volk Israël.
Am.7:14,15 Amos was boer. Hij had een zgn. gemengd bedrijf. De gebruikte Hebreeuwse woorden doen vermoeden dat Amos schapen en koeien bezat.
Deze beesten fokte en verhandelde hij. Zodoende is hij als boer ook thuis geweest in de stad. Want de veemarkten waren in de stad. Zijn vee voedde hij met zogenaamde moerbeivijgen.
Die moerbeivijgen, een snel groeiend gewas, waren, zou je kunnen zeggen, wat maïs nu voor de boer is. Amos had zijn bedrijf in Tekoa. Een Judees vestingstadje dat een kleine twintig kilometer ten zuiden van Jeruzalem lag. Het markeerde de overgang van de woestijn van Juda en het cultuurland.
Helaas heeft in onze samenleving het woord ‘boer’ een wat negatieve bijklank. De voetballers van ‘De Graafschap’ staan b.v. bekend als ‘boeren’. Ze komen uit Doetinchem, de Achterhoek. Ze zijn een beetje achterlijk en dom, zo wordt vaak gedacht. Het tegendeel is echter waar.
Domme boeren bestaan praktisch niet (meer). Een beetje boer heeft een agrarische opleiding van middelbaar of een nog hoger niveau genoten.
Ook Amos was beslist niet dom en onderontwikkeld. Hij is bv. op de hoogte van de geschiedenis van buurvolken als de Filistijnen en de Arameeërs, noemt in zijn boekje maar liefst meer dan 50 verschillende aardrijkskundige namen en blijkt zelfs op de hoogte te zijn van de Assyrische sterrengoden.
Deze nakomeling van Abraham blijkt voorts goed thuis te zijn in zowel de geschiedenis als de tradities van zijn volk. Hij weet bbijvoorbeeld van de verwoesting van Sodom en Gomorra , de uittocht uit Egypte, de belofte aan David gedaan en de rechtsregels zoals die in de Thora staan opgetekend in Ex.21-23 en Lev.17-26. Als Judeeër kent Amos, zo blijkt, ook de tempel op de berg Sion in Jeruzalem. (1:2) Amos verloochent echter zijn boerenafkomst niet. Want heel vaak mag hij de boodschap van de HERE duidelijk maken met behulp van. beelden die hij aan het leven op het platteland kan ontlenen. Zoek bv. 2:13 3:4; 5:19; en 6:12 maar eens op. En erg diplomatiek is zijn taalgebruik ook niet te noemen. De volslanke high society dames van Samaria, spreekt hij bijvoorbeeld weinig vleiend aan met: ‘Gij koeien van Basan’!
Deze boer uit Tekoa werd door de HERE van achter de schapen (vgl. David!) geroepen om te gaan profeteren in Israël. Dat zegt heel veel van onze God! Want om zijn boodschap van liefde en genade bekend te maken gebruikt Hij heel veel verschillende mensen. ‘Elke pijp op het grote orgel, dat speelt op de wind van de Heilige Geest, heeft weer een andere, een eigen klank. En samen spelen ze in wondere harmonie die ene muziek van Gods openbaring en van Gods heil’ (ds. J. Westerink) Zo maakt God ook gebruik van Amos' gaven en talenten van zijn kennis en levenservaring. Hij heiligt ze voor Zijn dienst. Ook de uwe wil Hij heiligen!