Kerkhistorische teksten
2000-10-13
Dr. C.A. Tukker, hervormd (geref.) predikant, die een bekwaam theoloog is, heeft ons bepaalde kerkhistorische teksten in een keurig uitgegeven boekwerkje aangeboden. Wij komen in zijn werk allerlei figuren uit de Vroege Kerk en uit de Middeleeuwen tegen.- Jaargang 44
- nummer 21
Ik licht er enkele uit: Irenaeus (±140-±190) is als bisschop geen onbekende.
‘Als oosters theoloog legt hij meer nadruk op de verlossing dan op de verzoening,....’.( p.13). Van hem is de uitspraak:’ Dwaling wordt nooit voorgesteld in haar naakte wanstaltigheid, daar immers, als zij zo werd voorgesteld, zij direct zou worden betrapt’. (p.14). Een zin om goed te onthouden!
Athanasius (295-373) is door een tijdgenoot van hem de zuil van de kerk genoemd. Het ging hem om de grondgedachte van de ene waarheid van de ware God en Verlosser Christus. Door zijn arbeid is de kerk bewaard voor het arianisme. Wij hebben aan deze figuur een confessioneel geschrift te danken.
Voor Augustinus (354-430) wordt ook onder de reformatorische chris-tenen een ruime plaats gereserveerd. ‘Zonder Augustinus is de ontwikkeling van Westeuropa ondenkbaar. Hij heeft zijn stempel gezet op de genadeleer van de ene verdienste van Christus’ (p.20).
Gregorius de Grote (540-604) was van 590-604 paus. ‘Hij brak met Augustinus'gedachte, dat er slechts één genoegdoening (satisfactie) was, die aan God behaagde, nl. die van Christus'.(p.30).
De gedachte van het vagevuur als louteringsplaats is door hem ontwikkeld.
Tevens is aan hem toe te schrijven de opvatting van de mis als onbloedige herhaling van het offer van Christus aan het kruis. Verder besteedt de auteur o.a. aandacht aan Anselmus van Canterbury (1033/4-1109), die accentueerde, dat de onschuldige Christus een zo overvloedige genoegdoening aan de Vader heeft gegeven, dat Deze die naar recht moet belonen, en wel aan de zondaars voor wie Christus sterft. (p.38). Verder noem ik nog Franciscus van Assisi (1182-1226), die de armoe als zijn zuster en bruid koos en Thomas van Aquino (1224-1274), die het christelijk realisme tot ontwikkeling heeft gebracht. Voorts vermeld ik Geert Groote (1340-1384), de man van de Moderne Devotie en Thomas à Kempis (1379-1471), de auteur van het bekende boekje: ‘Over de navolging van Christus'. Het zal misschien buiten het bestek van deze studie vallen, maar ik mis elk commentaar van de schrijver.
Maar dat neemt niets weg van mijn diepe waardering voor dit oriënterende boekje!
N.a.v. ‘Water putten’, Deel I, kerkhistorische teksten verzameld, vertaald en ingeleid door Dr. C.A.Tukker, Kok Voorhoeve, Kampen, 66 pag , f 18,90.