Kerk naar de mensen toe

1999-01-08
  • Jaargang 43
  • nummer 1
Tijdens de zitting van de Landelijke Vergadering van 27 juni van dit jaar heb ik als voorzitter van de Commissie voor de Geestelijke Verzorging van militairen enige toelichting gegeven op het ingediende commissierapport over 1993 - 1997. Wat ik daar gezegd heb heeft in de pers nogal wat belangstelling gekregen. Met name in het Nederlands Dagblad is er een paar maal aandacht aan gegeven.
Omdat wij als Commissie en als krijgsmachtpredikanten hier een heel wezenlijke taak voor de Kerk zien willen we graag ook via dit blad wat meer aandacht ervoor vragen.

De NGKerken en het Krijgsmachtpastoraat
Door de jaren heen zijn onze kerken steeds met een behoorlijk aantal predikanten in de Protestantse Geestelijke Verzorging vertegenwoordigd geweest.
Momenteel zijn er nog maar drie in actieve dienst: Ds W.H. Louwerse uit Heerenveen werkt op de vliegbasis Leeuwarden; Ds J. Plantinga uit St.Jansklooster in Garderen en tevens in het noordelijk district van de Koninklijke Marechaussee; Ds C. Smit uit Culemborg in de De Ruyter van Steveninckkazerne in Oirschot.
Met deze drie predikanten zijn we, gelet op het totale aantal formatieplaatsen, nog enigszins redelijk vertegenwoordigd.
Wel menen wij, dat we met minder niet toe kunnen, willen we niet ondervertegenwoordigd raken.
Overigens heeft tot nu toe nog nooit een predikant uit onze kerken bij de Koninklijke Marine gediend.

Geestelijke Verzorging in de huidige krijgsmacht
Er is in de krijgsmacht de afgelopen jaren heel veel veranderd.
Ik noem enkel de twee belangrijkste verschuivingen.
De opkomstplicht is afgeschaft, de dienstplichtigen zijn verdwenen.
Alle militairen zijn nu vrijwillig dienend, hetzij als ”beroeps voor onbepaalde tijd” (de ”BOT-ers), hetzij als ”beroeps voor bepaalde tijd” (BBT-ers).
Onze krijgsmacht heeft ook een heel andere functie gekregen en wordt tegenwoordig op allerlei plaatsen in de wereld ingezet voor vredesmissies: in Cambodja, Angola, de Sinaï, Haïti, Cyprus, en natuurlijk vooral in Bosnië.
Uiteraard hebben deze ontwikkelingen ook voor de Geestelijke Verzorging grote gevolgen gehad.
Doordat de krijgsmacht aanzienlijk is ingekrompen, moest ook het aantal predikanten en aalmoezeniers sterk gereduceerd worden. In het jaar 2000 zullen er nog zo’n 60 van elk zijn. Dat is vergeleken bij vroeger een vermindering met ongeveer 50%.
Tegelijk legt de nieuwe taak van de krijgsmacht meer dan ooit een zwaar beslag op de geestelijke verzorgers.
In principe komen ze allen voor uitzending naar het buitenland in aanmerking.
In de laatste zes jaar is er al 62 keer een geestelijk verzorger uitgezonden, soms ook voor de tweede maal.
Omdat er voortdurend enkelen van hen ergens in het buitenland zijn en dus aan het werk in eigen land zijn onttrokken, moeten de collega’s hier veel opvangen.

Is het nog altijd belangrijk?
Soms vragen mensen, of dat werk als predikant in het leger nu nog wel zo nodig is. Er zijn immers geen dienstplichtigen meer. En die beroepsmilitairen kunnen, als ze dat wensen, toch lid zijn van een kerk daar waar ze wonen?
Achter deze redenatie ligt een misverstand.
Het is bepaald niet zo, dat vroeger alleen dienstplichtigen de Geestelijke Verzorging nodig hadden. Meer en meer vroegen juist de beroepsmensen de aandacht.
Door alle veranderingen, zowel in de samenleving als binnen de krijgsmacht, zijn ze vaak in de problemen gekomen. Ze hebben daarom behoefte aan een luisterend oor, een goede raad, begrip en bemoediging van pastores, die hun situatie kennen en delen. En juist vóór, bij en na uitzendingen naar het buitenland vervullen de geestelijke verzorgers een onmisbare rol.
Uiteraard allereerst en allermeest voor wie uitgezonden worden.
Maar ook voor de gezinnen, die achterblijven, het ”thuisfront”. Hun inzet en toewijding wordt dan ook zowel door de leiding van Defensie als door heel veel militairen algemeen gewaardeerd.
Daarom is het te hopen, dat onze kerken ook in de toekomst predikanten voor dit werk beschikbaar zullen stellen.
Het corps krijgsmachtpredikanten is vanwege de personeelsstop van de laatste jaren nogal verouderd. Verreweg de meesten zijn boven de 40, velen zelfs boven de 50.
Omdat ze net als alle andere militairen met leeftijdsontslag moeten wanneer ze 55 jaar zijn, zullen er in de komende vijf jaar heel velen verdwijnen en zullen tientallen nieuwe predikanten aangesteld moeten worden.
Een enorme opdracht, ook voor de Nederlands Gereformeerde kerken!

Krijgsmachtpastoraat: een specialisme
De vraag is natuurlijk, of er genoeg predikanten zullen zijn, die voor deze vorm van pastoraat willen kiezen.
Maar belangrijker is nog, op wat voor gronden zij eventueel hiervoor kiezen.
Voor onze Commissie, en dat geldt ook voor de deputaatschappen van de andere kerken, die in het C.I.O.M. (Contact in Overheidszaken Militair) samenwerken, zal vooropstaan, dat we uitkijken naar predikanten, die goed gekwalificeerd en goed gemotiveerd zijn.
Nog altijd leeft bij veel mensen de gedachte: als een dominee in een gemeente niet goed functioneert, kan hij altijd nog legerpredikant of ziekenhuispredikant worden. In het verleden is dat helaas ook wel gebeurd.
Maar de vooronderstelling, die daar achter ligt, is wel een heel verkeerde.
Alsof zulk werk minder hoge eisen stelt en ”meer kan lijden”.
Niets is echter minder waar. Het is eerder het tegenovergestelde.
Om minstens twee redenen.
Als een predikant buiten de kerk gaat werken, steekt het nog veel nauwer of hij een goede pastor is.
De waarde van geloof en kerk wordt door niet-kerkelijke mensen vaak afgemeten aan wie jij bent: hoe je je gedraagt, wat je voorstelt en uitdraagt.
Juist in dit pastoraat is een predikant meer dan waar dan ook het ”visitekaartje” van de kerk.
Ik zou het nog sterker willen zeggen, precies zoals ik het zelf heb ervaren: jij bent met dat duidelijk zichtbare kruisteken op je uniform voor de mensen in de kazerne ”een rond-wandelende Jezus”.
Zo heb ik het ook op de Landelijke Vergadering uitgedrukt.
De tweede reden is deze: het krijgsmachtpastoraat vraagt van iemand niet minder, maar eerder meer dan het pas toraat in de gemeente. Het is een pastoraat in een zo specifieke situatie, dat er ook speciale eisen aan gesteld worden.
Noem het maar rustig een specialisme, dat van predikanten in principe meer dan gewone kennis en kunde vraagt.

Categoriaal pastoraat: een opdracht van de kerk
Wat ik hierboven opmerkte, geldt zeker niet alleen van het pastoraat in de krijgsmacht, maar ook van andere vormen van ”categoriaal pastoraat”.
Die term wordt gebruikt voor dát pastoraat, dat gegeven wordt aan bepaalde categorieën zoals bijvoorbeeld studenten, zeevarenden, gevangenen, verslaafden, mensen die verpleegd worden in een ziekenhuis, een verpleeghuis, een revalidatiecentrum, een inrichting voor gehandicapten.
Je zou het ”een verbijzondering van het gemeentepastoraat” kunnen noemen.
Het speelt zich gewoonlijk nogal ver van het (binnen-)kerkelijk leven af, maar het is wel degelijk de taak van de kerk.
Waarom? Waar is het voor nodig?
Het gaat om pastoraat aan mensen, die verkeren in bijzondere omstandigheden, waaraan ook bijzondere problematieken verbonden zijn.
Doorgaans zijn ze voor het gemeentepastoraat moeilijk bereikbaar.
Letterlijk: denk bijvoorbeeld aan oefenende of uitgezonden militairen, aan gevangenen, aan varenden.
Soms zijn ze (ook) in overdrachtelijke zin moeilijk bereikbaar, omdat ze leven en werken in een min of meer gesloten wereld met heel speciale kenmerken en spanningsvelden.
Noem het ”een subcultuur”.
En die moet je als pastor kennen. Van binnen uit.
Wanneer je je in zo’n wereld voelt als een kat in een vreemd pakhuis en niet begrijpt wat er leeft, kun je voor mensen moeilijk een goede pastor zijn.
Wat weet de doorsnee-burger af van wat er bijvoorbeeld bij militairen omgaat?
Ze maken – zeker tegenwoordig, nu ze veel directer met geweld en de gevolgen daarvan in aanraking komen – zóveel mee, dat hun leven soms heftig door elkaar geschud wordt.
Veel vragen komen op hen af: Waarom al die haat? Wat bezielt mensen? Hoe moet ik hiermee omgaan? Wat gebeurt er met mij?
Het blijken dan vaak in wezen religieuze vragen te zijn: Waar komt het kwaad vandaan? Waar is God in dit alles? Wat is de zin van het bestaan? Is het verantwoord wat ik doe?
Die vragen kunnen krijgsmachtpastores zeker niet ontlopen. Ze zijn er zo ongeveer dagelijks mee bezig. Voor zichzèlf.
En samen met anderen.

Een enorme uitdaging voor de kerk
Het moge duidelijk zijn, dat er binnen het categoriaal pastoraat geweldige mogelijkheden liggen.
Nergens krijgt een predikant zoveel kansen om op een niet-geforceerde maar heel vanzelfsprekende manier niet enkel met kerkelijke, maar ook met randkerkelijke en onkerkelijke mensen in aanraking te komen.
Juist in onze post-christelijke samenleving is dat voor de Christelijke kerk een enorme uitdaging.
Om het heel simpel maar duidelijk te stellen: Wanneer de mensen niet meer naar de kerk komen, moet de kerk naar de mensen toegaan!
De kerk heeft daar veel meer mogelijkheden voor dan doorgaans beseft wordt.
Dit is er in ieder geval één van.
’t Is niet een hobby van een of andere dominee, die het in de kerk ”niet meer ziet zitten”.
Het is voluit een kerkelijke verantwoordelijkheid en opdracht.
Helaas is het in het kerkelijk leven meestal een bijzaak, die men bij voorkeur aan anderen overlaat.
En het afstaan van predikanten, die zich geroepen voelen om in de krijgsmacht te gaan werken, gaat kerkmensen vaak maar moeilijk af.
Toen ik indertijd besloot om een lang verband als legerpredikant aan te gaan, zei iemand uit een gemeente waar ik beroepen was: ”Wat vinden wij dat toch jammer, want nu is hij voor de kerken verloren ...” In het artikel ”Evangelie moet ook in de cel” in het Nederlands Dagblad van 4 juli sluit Roel Sikkema aan bij de opmerkingen, die ik op de Landelijke Vergadering gemaakt heb. Hij schrijft vervolgens: ”In veel kerkelijke gemeenschappen lijkt het erop alsof de predikant er uitsluitend voor de eigen geestelijke behoeften is. Daar ligt natuurlijk ook een belangrijke taak. Zeker in een tijd met een groot predikantentekort is het voor een kerk moeilijk om mensen beschikbaar te stellen voor functies buiten de kerk. Maar de kerk heeft een Woord voor de wéreld ... Daarom zou het juist in een tijd als de onze, in een rijk land als Nederland, een uitdaging moeten zijn om aan die roeping gehoor te geven”.

Bijzonder pastoraat: kerk-zijn in de samenleving
Een laatste opmerking.
Onze tijd wordt gekenmerkt door secularisatie, ontzuiling en ontkerkelijking.
De kerk heeft veel van haar macht en invloed, prestige en zeggenschap verloren.
Ze is een minderheid geworden.
Maar zou het niet kunnen zijn, dat een bescheiden en dienstbare positie beter bij het eigene van de Christelijke kerk past dan een autoritaire en triomfalistische instelling?
Het instituut ”kerk” doet het bij de meeste mensen niet best. Ze hechten vaak ook weinig of geen belang aan de kerk als organisatie.
Maar de kerk is geloofsmatig gezien veel meer en veel breder.
Gods Geest waait waarheen Hij wil.
Zijn werk is heel wat ruimer dan de grenzen van kerkelijke instituten.
Prof. Gerben Heitink schreef in zijn slotbeschouwing in een themanummer van ”Praktische Theologie” over het categoriale pastoraat: ”Waar kerkcentrisch gedacht wordt, is het bijzondere pastoraat een randverschijnsel dat zich van de kerk lijkt te vervreemden. Waar men echter denkt vanuit het perspectief van de samenleving, hebben we in de verschillende vormen van bijzonder pastoraat te maken met de voorposten van christelijke presentie, raakvlakken van geloofs- en levensvragen, waar de christelijke traditie een hoge mate van actualiteit en relevantie bereikt”.

Voorposten van christelijke presentie!
Of om het te zeggen met de woorden, waarmee het commissierapport voor de Landelijke Vergadering besluit: ”Zo vormen onze krijgsmachtpredikanten in zekere zin de voorhoede en pioniersgroep van de Christelijke kerk in een zich snel evoluerende samenleving en volkerenwereld, waarin meer en meer grenzen doorbroken worden.
Om daarin met woord en daad goede getuigen van de Heer van de kerk te zijn hebben zij de steun, het begrip, de waardering, het meeleven en de voorbede van het kerkelijk thuisfront hard nodig.
De commissie wil de kerken graag opwekken om hun die metterdaad te bieden”.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief