Ik zal haar lokken, en haar leiden in de woestijn, en spreken tot haar hart
1999-01-08
Wie liefheeft, is kwetsbaar.- Jaargang 43
- nummer 1
”Freedom is just another word for nothing left to lose”, zong een inmiddels oud liedje; ”Vrijheid is een ander woord voor niets te verliezen hebben”.
Inderdaad. Zolang je van iemand houdt, ben je nooit echt vrij, nooit echt onkwetsbaar.
Betekent dat ook dat je geluk dus afhangt van je man, je kinderen, je ouders, je vrienden?
Hoe doet God dat? Hij heeft lief zoals geen mens dat kan. Hij heeft zich kwetsbaar gemaakt, tot in de naakte schande van het kruis en de blasfemie van de omstanders.
Kan Hij eraan kapot gaan, aan de ontrouw van zijn geliefde, aan de onwil van zijn kinderen?
De kwetsbare God van het O.T.
Het treft me hoe ontroerend kwetsbaar God vaak getekend wordt in het Oude Testament. Er zijn mensen die het Oude Testament nauwelijks kunnen lezen omdat er zo’n wrede kant van God in te zien is, maar die andere kant is er ook: zo kwetsbaar. God gaat in het Oude Testament tekeer als een bedrogen minnaar, als een leeggezogen vader; de ene keer: ”Nu is het afgelopen, de zweep erover, Ik hoef jullie niet meer.” Vlak daarna: ”Hoe zal Ik jullie verdelgen? Ik zal toch, met wat er van jullie overblijft, verder gaan”.
Amos 9 is daar een mooi voorbeeld van. De tempel wordt stukgeslagen op de hoofden van Gods volk. God dreigt dat Hij gevaarlijker zal zijn voor zijn volk dan de ergste vijand. In vers 9 komt een omslag: ”...en Ik zal het verdelgen van de aardbodem. Evenwel zal Ik het huis van Jakob niet geheel en al verdelgen....”. Het hoofdstuk eindigt met de woorden: ”Dan zal Ik hen planten in hun grond, en zij zullen niet meer worden uitgerukt uit de grond die Ik hun gegeven heb, zegt de Here, uw God”.
God is kwetsbaar in zijn liefde, we zien Hem verdrietig en woedend (een naijverig God), maar Hij blijft God. Hij blijft heilig. Hij verlaagt zijn normen niet, Hij knijpt geen oogjes dicht, Hij laat zich niet manipuleren door gebeden, gesmeek en offers. Kunnen wij dat ook leren van ”de Vader naar wie alle geslacht (oftewel: vaderschap) in de hemelen en op de aarde genoemd wordt” (Ef. 3:15)?
In Ezechiël 16 lezen we hoe God zich over een god-verlaten kindje ontfermt.
Hoe Hij het liefheeft en verzorgt. Hoe het gezond wordt en mooi, en Hem dan verlaat. In Hosea 2 zien we hoe het gaat met Gods geliefde, die andere minnaars achterna gaat. God laat ze de gevolgen proeven van hun eigen gedrag en dat is niet misselijk.
God doet er nog een schepje bovenop. Behalve de noodzakelijke gevolgen doet Hij zelf mee aan de ontluistering van wie Hij eerst zo liefhad.
Maar de drijfveer blijft liefde: ”Ik zal haar lokken, en haar leiden in de woestijn, en spreken tot haar hart” (Hosea 2:13).
Het past in de sfeer van het Oude Testament: heftige gevoelens, ”Spaart de roede niet.” Primitief, zouden we misschien zeggen.
De liefde van Christus
In het Nieuwe Testament gaat het ineens anders. Johannes de Doper raakt erdoor aan het twijfelen. ”Bent U het wel?”, laat hij Jezus vragen.
Johannes had gepreekt over de bijl aan de wortel van de boom, over de dies irae: de verschrikkelijke dag van de toorn Gods, en Jezus kwam zo zachtmoedig binnen. Machthebbers kregen de ruimte voor hun machtsmisbruik.
Het zou Johannes de kop kosten.
Het zou Jezus de kop kosten.
Was Hij het wel? ”Zeg hem maar wat je Mij ziet doen”, liet Jezus overbrengen en Hij citeerde Jesaja. Ook dát staat in het Oude Testament.
In het verhaal van de verloren zoon wordt het helemaal duidelijk. De vader laat zijn zoon gaan, reist hem niet achterna, betaalt zijn schulden niet, maar hij staat er wel als zijn zoon er zelf voor kiest om terug te komen. De zoon is ”tot zichzelf gekomen”, zoals er zo mooi staat. Geen dwang, geen straf, geen manipulatie. De vader blijft erop hopen dat zijn kind tot zichzelf zal komen en zich zal herinneren wiens zoon hij is.
Het had ook anders af kunnen lopen.
De zoon had de poot stijf kunnen houden.
Hij had onderweg kunnen bezwijken.
Kan God niet meer doen? Als ik de macht had, zou ik dan mijn kinderen niet dwingen het leven te kiezen i.p.v. de dood? Heb ik het lef om ze echt te laten gaan, ook als ze keuzes maken waar ik van schrik? Of loop ik ze voor de voeten zodat ze, juist door mijn angst en dwang niet tot zichzelf kunnen komen?
Liefde die risico’s durft te lopen
De psychiater John White schrijft hoe zijn huwelijk lange tijd kinderloos bleef.
Op een dag knielde hij voor de zoveelste keer neer en smeekte God om een kind. Toen bedacht hij zich. ”Als ik een kind zou krijgen dat U vaarwel zegt, dan niet. Dan hoeft het niet.” Hij hoorde het zichzelf zeggen. Hij durfde niet het risico te nemen dat God nam.
Elk kind dat Hij liefheeft, kan zich tegen Hem keren. White vroeg om vergeving. Er werden kinderen geboren, ze groeiden op. Eén van hen raakte aan de drank en dreigde het hele gezin White te verwoesten. John schreef een boek ”Parents in Pain”.
Om vanuit zijn vakgebied en vanuit zijn ervaring ouders bij te staan die verscheurd worden door verkeerde keuzes van hun kinderen en de eindeloze vragen die dat oproept: ”Wat hebben we fout gedaan? Hadden we strenger moeten zijn, of juist toegeeflijker?” ”Word jezelf”, zegt White. God blijft God, heilig en liefdevol. Hij houdt zich aan zijn eigen normen en aan zijn beloften. Wij zijn God niet, maar we zijn wel zijn beelddragers. We hebben een God die weet waarover we het hebben als we lijden aan hen die ons lief zijn. Aan onze kinderen of aan onze ouders, of aan onze geliefde die ons heeft verlaten. Niemand zal het zo begrijpen als Hij en niemand kan ons steunen zoals Hij. Wie durft: de pijn die er is niet ontkennen of weg poetsen, maar samen met iemand die zich radeloos voelt voor God gaan staan en uitspreken wat er aan de hand is, in het vertouwen dat Hij hoort. En dan uitkijken naar zijn troost, in het vertrouwen dat Hij dat ook geven zal.