Tweeduizend

1999-01-08
  • Jaargang 43
  • nummer 1
door ds. T.J. Oldenhuis
Het gaat er om spannen. Nog zoveel maanden, weken, dagen, uren, minuten en seconden en dan is het jaar 2000 daar. De t.v. houdt mij dagelijks op de hoogte hoe ver en hoe lang het nog te gaan is naar dat magische jaartal 2000. Aanstaande echtelieden, waarvan de meesten in de staat der vooroefening zijn, hebben hun huwelijkssluiting gepland op het moment van de eeuwwisseling. Zeg nou zelf, dat is toch ronduit fantastisch, niet?
Op 1 januari 2000 trouwen om 0.00 uur, het kan eigenlijk niet beter. De gemeenteambtenaren wrijven zich nu al vast in de handen, want dit wordt een aardige bijverdienste zo tussen oud en nieuw. Want ja, je blijft toch op tot in de late uurtjes en daar is nu vast grof geld mee te verdienen. Als je de kerstgratificatie er nog bij rekent, wordt het in februari zeker 3 weken wintersport.


Nou zitten we wel met een groot probleem.
Mensen kunnen de overgang naar 2000 zonder moeite nemen, maar voor de huidige computers wordt het misschien een heel groot probleem.
Er is namelijk gerede kans dat de computers niet millenniumbestendig zijn. Dat wil zeggen; zodra het jaartal 2000 komt, staken ze elke verrichting.
Er wordt koortsachtig gewerkt, zo heb ik me laten vertellen, om die eeuwwisselingshobbel glad te strijken. Nu is het misschien de ambtenaren van de burgerlijke stand wel aan te raden om alle akten met de pen klaar te maken, want stel je voor dat de computers op tilt slaan. Want in plaats van het jaartal 2000, is er gerede kans dat er het jaartal 0000 komt te staan. En dan zit je natuurlijk met de gebakken peren. Dan sluit je inderdaad een huwelijk van het jaar nul en dan kunnen te zijner tijd de echtscheidingscijfers nog wel eens helemaal de pan uitrijzen.
Of de ambtenaren nog wel kunnen schrijven, is de vraag en vraag twee is of ze nog wel fatsoenlijk Nederlands kunnen schrijven. Nu is het nauwelijks een probleem; wat voor taalfouten je ook maakt, de computer haalt ze er allemaal uit. Maar dan, ja dan wordt een mens teruggeworpen op zichzelf en om in het computertijdperk alles zelf nog weer te moeten bedenken, is een hele toer. Ik zie het wel. Om heel eerlijk te zijn, kan ik me er nog niet zo druk om maken en bovendien zal het korps der slimmeriken tegen die tijd vast wel een oplossing gevonden hebben.
Het jaar 2000 is een gat in de markt, wat ik je brom. Daar worden kapitalen aan verdiend en de zichzelf slim vindende simpele ziel wil wel schuiven. Wij zullen de wereld eens wat laten zien.

Honderd jaar geleden was dat geheel en al anders. Ik denk dat er toen niet zoveel toestanden rond de eeuwwisseling zijn gemaakt. Honderd jaar geleden had men het verstand nog gewoon tussen de oren zitten, denk ik.
Mijn grootvader was van 1884, hij was dus 16 toen het magische jaartal 1900 verscheen, maar ik heb nooit, maar dan ook nooit iets daarover gehoord.
Maar nu gaat het anders op vele fronten.
In Engeland hebben vrouwenartsen uitgerekend, dat wanneer een echtpaar een baby wil op 1 januari 2000, de verwekking plaats moet vinden op de zeventiende maart 1999.
Men doet er goed aan om alvast deze datum geheel vrij te houden voor de dag van de verwekking. De verloskundigen houden er nu al rekening mee dat er een geboortehausse zal komen op 1 januari 2000. Dat zal me wat worden op de 17de. Het vruchtbare volksdeel zal massaal vrijaf gaan nemen.
Want dit gaat een echte vrijdag worden.
Eindelijk een dag dat er minder files te melden zijn. Op de straten zie je alleen maar opa’s en oma’s en ander grijs en kaal volk. De rest is in liefde verbonden om de grote wens vervuld te krijgen. Jopie of Trixie zal geboren moeten worden op 1 januari 2000. En dient hij of zij zich niet aan op gewenste datum, wel dan is de keizersnee de ideale oplossing. Maar op 1 januari 2000 zal het gebeuren en een operatie meer of minder maakt ook niet uit. En tegen die tijd natuurlijk geen wiegen of andere babyartikelen meer te krijgen. Alles uitverkocht. Nu of nooit!
Je houdt het toch niet voor mogelijk dat er mensen zijn die dergelijke idioterie verzinnen. Dan moet je toch werkelijk van de ratten gebeten zijn. Maar als je het zo nagaat, zijn dat er tegenwoordig nogal wat. Daar kunnen we ook in 2000 nog wel eens knap last van krijgen.

Dit artikel knipten wij uit het ’Gezamenlijk kerkblad voor de gereformeerde en S.O.W. kerken in Drenthe, Overijssel en Flevoland’. Hierin worden pittige dingen gezegd, die ons stimuleren tot bezinning en nuchterheid.
Veel mensen beschouwen de komende millenniumwisseling als een magisch gebeuren. Het geheel lijkt uit te groeien tot een complete gekte. Het laatste gedeelte van het overgenomen stuk openbaart een geestesgesteldheid, die bijzonder aanstootgevend is voor getrouwden, die lijden aan de kinderloosheid en voor zoveel alleenstaanden.
Dr. Roel Kuiper heeft in een column in het ’Nederlands Dagblad’, d.d. 14 november 1998 een en ander over ditzelfde onderwep te berde gebracht, dat onze bijzondere aandacht trok. Wij geven hierbij een gedeelte van de verwoording van zijn visie door:


Wat doet een millenniumwisseling met mensen? Volgens Prediker heeft de mens de eeuw in het hart (Pred. 3 : 11). Deze tekst houdt in dat de mens het vermogen heeft over de grenzen van zijn eigen leven heen te kijken.
Iets breder geformuleerd kunnen we ook zeggen, dat de mens beschikt over historisch besef. Hij heeft een ’natuurlijke neiging’ de eeuwen en tijden te onderzoeken. Staande op de grens van een nieuw millennium wordt dat historische besef krachtig aangesproken.
Een duizendtal jaren confronteert ons indringend met onze eindigheid en beperktheid. Blijkbaar proberen mensen met het gewicht van zoveel tijd nu klaar te komen.
De tekst uit Prediker moeten we echter wel lezen tegen de achtergrond van het feit dat het beschikken over de tijd in de Bijbel uitdrukkelijk aan God wordt toegeschreven. God houdt de tijden in Zijn hand (Daniël 2 : 21) en leidt de geschiedenis. Paulus vond het niet nodig over de ’tijden en gelegenheden’ te schrijven, want de Heer komt terug ’als een dief in de nacht’ (1 Thess. 5 : 1). Niet op aftellen en tijdrekenen komt het in het geloofsleven dus aan, maar op verwachten en gereed staan. De tijd voor de mens in de Bijbel is gelegenheid tot bekering, het moment van beslissing: kairos.

Het komt metterdaad op de vraag aan of ons leven doorademd is van de christelijke toekomstverwachting.
Tonen wij als kinderen van God en medeërfgenamen van Christus, dat wij niet Iets, maar Iemand verwachten en dat die Iemand niemand minder is dan onze dierbare Heiland? Hopelijk geeft wat hier naar voren gebracht werd voldoende stof tot diep nadenken.


Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief