Uw wil geschiede
1999-03-19
”Uw wil geschiede”.- Jaargang 43
- nummer 6
Het zijn beladen woorden, deze drie. Heel veel mensen, gelovigen, hebben zich proberen vast te houden aan deze woorden om zich in het onvermijdelijke te schikken.
Anderen zijn afgehaakt, of kunnen deze woorden niet meer horen.
Ze krijgen daarom ook het ’Onze Vader’ niet meer over de lippen Een God, die lijkt op het noodlot, kan hun God niet zijn.
Of, tot een God, die zo is, is het moeilijk te bidden en dit toe te stemmen.
Is dit de God, tot wie Jezus bad in de tuin van Gethsemane?
Of laat zijn Naam zich niet op deze manier en met deze betekenis uit de woorden van de tekst lezen?
Is de weg die Jezus gaat even noodlottig als de woorden ”uw wil geschiede” lijken te zeggen?
Zodat Hij zich in zijn twee gebeden probeert te conformeren aan het onvermijdelijke in de raad van God?
Jezus gaat zijn weg
Mattheus maakt ons deelgenoot van Jezus’ angst en worsteling.
Maar hoe zul je daar iets van zeggen?
Hoe de logica ervan omschrijven, als we deelgenoot worden gemaakt van deze weg van Jezus?
Hij gaat meer en meer in alle eenzaamheid de weg ook van de ’angsten der hel’, als horen zij bij de weg, die Hij alleen moet gaan.
Het gedeelte wordt ook omlijst door die twee mededelingen van het gaan.
Jezus ging naar een plaats, genaamd Gethsemane– En: ”Staat op laten wij gaan. Zie, die Mij overlevert is nabij”.
Hierna lijkt het initiatief aan anderen.
Jezus is bang. Bang tot stervens toe.
Hij is doodsbang, zo, dat de angst Hem als in een wurggreep heeft.
’Hij is zozeer van angst vervuld, dat hij liever dood zou willen zijn’, schrijft iemand.
Er niet meer willen zijn omdat wat je als levende overkomt te veel is om te dragen.
Voor sommigen een herkenbare angst.
En dan gaat Jezus naar een eenzame plaats om te bidden.
Drie discipelen neemt hij nog een stukje mee op de weg die Hij gaat: ”Mijn ziel is zeer bedroefd tot stervens toe; blijft hier en waakt met Mij”.
Want ’de wortel van alle angst is het alleen - zijn’.
Dan giet Hij zich uit voor de Vader, Hij werpt zich ter aarde en bidt.
”Mijn Vader, indien het mogelijk is, laat deze beker aan mij voorbij gaan; doch niet gelijk Ik wil, maar gelijk Gij wilt”.
Jezus vraagt aan de Vader, met woorden van de psalm en de profeet, of er misschien toch een andere weg is die Hij kan gaan. De weg die ’moet’ is de hel.
Is dat de weg?
In Johannes 10 lezen we in het beeld van de ’goede herder’, dat Jezus zegt dat Hij dit gebod van de Vader heeft ontvangen, dat Hij zijn leven aflegt voor zijn schapen.
Het is een gebod, dat Hij ontvangen heeft.
Een gebod dat zijn hele leven op aarde heeft gestempeld, maar dat nu in alle hevigheid op Hem afkomt.
Een gebod en niet het noodlot.
Met het noodlot kun je je eventueel verzoenen, met het gebod niet.
Het gebod is een weg om te gaan.
Deze gebeden in Gethsemane zijn een worsteling voor het aangezicht van de Vader, om zijn wil te doen.
Niet te begrijpen
Dat de Drieënige God deze weg koos voor de verlossing van de mensen en de wereld, dat kunnen we niet vatten.
Zo iets gaat boven je verstand.
Dat moet je dan ook niet willen begrijpen.
Ook al kun je er nog zulke wijze en diepzinnige dingen van zeggen.
Die zijn er ook wel van te zeggen.
Maar altijd als duiding van een goddelijk mysterie.
Jezus, de mens in alle zwakheid en broosheid, een worm en geen man, zoekt de weg van het mogelijke naar de noodzaak van dit gebod.
Jezus, geen held en geen slachtoffer, maar de mens die de weg van het offer gaat.
Om de weg te gaan tot in alle diepte, die Hij eigenlijk al begon te gaan toen hij op aarde kwam.
Als Jezus dan voor de tweede keer bidt, komt hij tot de woorden: Uw wil geschiede.
Hij geeft zich over aan de inhoud van het gebod van de Vader.
Dit is nu ook wat Hij wil, als een wil die sterker is dan de angst en de zwakheid van Hem als mens.
Opdracht
Niet de raad van God staat centraal in het gebed van Jezus, maar de wil van God.
Zo heeft hij het Zelf ons ook leren bidden, in het bekende gebed: het ’Onze Vader’.
De catechismus legt de woorden ’uw wil geschiede’ in dezelfde lijn uit: ”Geef dat wij en alle mensen onze eigen wil verloochenen en uw wil die alleen goed is, zonder enig tegenspreken gehoorzaam zijn, zodat een ieder zijn taak waartoe hij geroepen is, even gewillig en trouw vervult als de engelen in de hemel doen” (Vr 124).
Het gaat om het vervullen van een taak waartoe ieder geroepen is.
Een taak die staat in het teken van het heiligen van Gods Naam en de komst van het Rijk.
Langs die eenzame weg bracht Hij ons in Gods nabijheid. Ook daar en op die momenten, dat Hij ver weg lijkt en onze angst en eenzaamheid het enige lijken te zijn, even onvermijdelijk als het noodlot.
Uw wil geschiede, het betekent zoiets als opzien naar God en doen wat Hij wil dat gedaan wordt. Nog korter samengevat: doen van gerechtigheid.