In memoriam: Frederik Jan Kerkhof

1999-03-19
  • Jaargang 43
  • nummer 6
Broeder F.J. Kerkhof is niet meer onder ons. Voordat de ’kwade dagen’, waar Prediker 12 van gewaagt, voor hem aanbraken, heeft hij een grote plaats ingenomen, zowel binnen de Nederlands Gereformeerde Kerken als in diverse organisaties, waarin Christenen uit verschillende geloofsgemeenschappen eendrachtig samenwerkten. Al was Kerkhof een kerkelijk man, kerkistisch was hij bepaald niet.
Wie was Frederik Jan Kerkhof? Toen de plannen tot oprichting van de Evangelische Hogeschool vaste vorm kregen, werd in zijn ruime huis te Nieuw-
Beijerland een bespreking gehouden, een soort brainstorming. Daar hield Kerkhof van, geboren organisator die hij was. Om te beginnen mochten de aanwezigen, vaak tot dat moment onbekenden voor elkaar, zich voorstellen en iets vertellen over hun opleiding en werkzaamheden. Kerkhof, onze gastheer, was kort en bondig. Hij merkte alleen maar op dat hij opgeleid was op een MULO-school en gaf als zijn beroep aan: koopman. Dat was alles. We zouden zeggen: a selfmade man. Bij wat dieper doordenken is het béter te formuleren. Een mens maakt zichzelf immers niet. De heer Kerkhof had van zijn Schepper een goed verstand, een uitstekend organisatietalent en een bijna ongeëvenaarde werkkracht gekregen. En hij besteedde deze gaven op een manier, die mij vaak deed denken aan de woorden uit Prediker 9 : 10. Al wat zijn hand vond om naar zijn vermogen te doen deed hij. Hij pakte aan wat op zijn weg kwam. Van zijn carrière in het zakenleven weet ik niet zo veel. Wel dat Kerkhof tweemaal president-directeur was van een bedrijf, eerst van een chemisch concern, daarna van een internationaal bekende zaak in optische artikelen.
Zijn werk bracht hem in vele landen; dat was voor hem geen straf: reizen was zijn lust en zijn leven.
Uit ontmoetingen tijdens zakenreizen is het bekende Spanjewerk van de kerk te Rijswijk geboren. Het kwam op zijn weg. In Spanje en later in Latijns-Amerika zocht hij op de zondagen de vaak kleine Protestantse kerken op. Hij zag het geloof van de broederschap, maar ook haar gemis. Daaruit ontstond hulp aan aankomende en jonge dominees, een Spaanse psalmberijming en de vertaling van reformatorische lectuur in de Spaanse taal. Kerkhof deed al wat zijn hand vond om naar vermogen te doen. Het werk kwam ongezocht op zijn weg.
Zo was het ook toen de gemeenten, die nu de naam Nederlands Gereformeerd dragen, buiten verband geraakt, stonden voor de vraag: waar halen we in de toekomst onze predikanten vandaan?
Kerkhof las het apostolische woord uit II Tim. 2 : 2 – wat gij van mij gehoord hebt onder vele getuigen, vertrouw dat toe aan vertrouwde mensen, die bekwaam zullen zijn om ook anderen te onderrichten – en zag hierin een roeping. Samen met mr. J. van den Berg, ds. J.C. Janse en drs. A. Keizer schreef hij een brief aan alle kerkenraden over de noodzaak tot reformatie van de predikantenopleiding. Daarop volgde in 1973 de oprichting van de Stichting Nederlands Gereformeerd Seminarie. Het was – en is – de overtuiging van de initiatiefnemers, dat je niet op de lange termijn de toerusting van toekomstige predikanten behoort uit te besteden aan anderen, maar dat kerken op dit gewichtige punt een eigen verantwoordelijkheid en een eigen roeping bezitten. Jaren lang was Kerkhof bestuurslid van het Seminarie, eerst als secretaris, daarna als assessor.
In brede kring is Kerkhof het meest bekend geworden als een geharnast bestrijder van het evolutionisme en als één van de motoren in de Evangelische Hogeschool. Weer iets, dat hij niet zocht, maar dat op zijn weg kwam. Verontrust over het onderwijs, dat zijn kinderen op middelbare scholen ontvingen, verdiepte hij zich in de vragen rondom schepping en evolutie. Hij hield lezingen over dit onderwerp. Hij vertaalde het boek van de Amerikaanse theoloog en geoloog Prof. Rehwinkel over de Zondvloed. Hij introduceerde in ons land het werk van Immanuel Velikovsky.
Hij werd mede-prichter van de Stichting Uitgave Reformatorische Boeken.
Daarna kwam in 1974 de Stichting tot Bevordering van Bijbelgetrouwe Wetenschap tot stand en het liep uit op de stichting van de Evangelische Hogeschool te Amersfoort. Vooral hier heeft Kerkhof zeer veel tijd en energie in gestoken. Hij was toen in zijn volle kracht, in de jaren 70 en 80.
In die tijd bloeide ook de Ned. Geref. Studiekring te Rijswijk. Ik herinner me dat Kerkhof altijd boeiende sprekers en spreeksters wist te vinden. De lezingen zijn gelukkig bewaard gebleven. Het was een soort ’denktank’ voor ons in die tijd.
Daarbij werden niet de geijkte paden bewandeld. Ik herinner me dat we in één seizoen acht maal vergaderden met onderwerpen die het heden en de toekomst van Israël raakten. Israël had de liefde van Kerkhofs hart. Zolang zijn gezondheid en krachten het toelieten, zat hij in het dagelijks bestuur van de Stichting ’Huis op de Berg’.
Ik weet, dat ik niet volledig geweest ben.
Een markante figuur is van ons heengegaan.
Een bijzonder mens. Op het eerste gezicht wat afstandelijk, misschien ook wat autoritair, maar achter die façade klopte een gevoelig hart. Als je zijn vertrouwen had, kon je hem tegenspreken en dat waardeerde hij ook. Als zijn integriteit werd betwijfeld, was hij bezeerd.
Frits Kerkhof heeft de goede strijd gestreden.
Hij had zijn fouten en gebreken. Dat wist hij ook. Maar hij bouwde op Gods Woord. Daar had hij heilig ontzag voor.
Eens, aan het einde van een radio-interview, werd hem gevraagd: Wat betekent de Here Jezus Christus voor u? Kerkhof, die gewoonlijk veel woorden tot zijn beschikking had, antwoordde toen na enig nadenken: ALLES..... ALLES.
Vrijdag 12 maart is onze broeder begraven.
Nu wacht hij in Barendrecht naast zijn geliefde vrouw die hem vorig jaar ontviel, op de grote dag van de Opstanding.
In de dienst van Woord en gebed is gesproken over een Bijbelwoord dat zijn jongste dochter aanreikte: Maar ik zal uitzien naar de HERE, ik zal wachten op de God mijns heils; mijn God zal mij horen (Micha 7 : 7)

L.W.G. Blokhuis

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief