Opdat zij één zijn

1999-03-19
  • Jaargang 43
  • nummer 6
Wat God heeft samengevoegd moet de mens niet scheiden.
Mens word je pas in relatie met God. Kerk ben je enkel verbonden met de Heer van de kerk.
In een huwelijk komt de één pas tot zijn recht als de ander dat ook komt. Maar overal sluipt het kwaad naar binnen.
De autonome mens loopt weg van God. De kerk wordt een instituut op zich. Tussen man en vrouw ontstaat een strijd om een eigen plekje, of er groeit een verkeerde afhankelijkheid waarbij eigen verantwoordelijkheid als beeld van God, afneemt.

Als het gaat over de plaats van de vrouw in de kerk moet het gaan om die eenheid. Verborgen met Christus in God (Col.3:3), zijn wij ook, op allerlei wijze, leden van het lichaam dat aan Christus verbonden is. Met de opdracht als gezanten van Christus de wereld toe te roepen: ”Laat u met God verzoenen” (2 Cor. 5:20). Want de wereld ligt in stukjes uiteen, van God verlaten. Om dat te kunnen zeggen moeten we het in de kerk voortduren oefenen: ons verzoenen en één worden met elkaar en met God, in ons gezin en ons huwelijk ook.

De muren vallen
Mij is een geheim geopenbaard, schrijft Paulus in Efeziërs 3: De muren zijn om! ”Gij allen, die in Christus gedoopt zijt, hebt u met Christus bekleed. Hierbij is geen sprake van Jood of Griek, van slaaf of vrije, van mannelijk en vrouwelijk: gij allen zijt immers één in Christus.” (Gal. 3:28) Tijdens het leven van Jezus is het begonnen. Bij heidenen vindt Hij geloof. Vrouwen krijgen onderwijs van Jezus en trekken met Hem mee. Mannen en vrouwen ontvangen de Heilige Geest, zoals Joël voorspelde. Prisca en haar man Aquila leggen het evangelie uit, o.a. aan Apollos (Hand.18).
Prisca voorop. Euodia en Syntyche strijden met Paulus in de prediking van het evangelie (Fil.4:3). Junia en Andromachus zijn medegevangenen van Paulus (Rom.16). Junia is een bekende vrouwennaam uit die tijd. De vertalers hebben er Junias van gemaakt, een mannennaam die nergens anders voorkomt. Zo staat het er niet in het grieks, maar van hen wordt gezegd dat ze: ”mensen in aanzien onder de apostelen” zijn. ”Mensen” wordt in de vertaling: ”mannen”. Toch gaat het hier waarschijnlijk over een echtpaar als Aquila en Priscilla.

In goede orde
Waar muren vallen, worden vaak ook grenzen overschreden. De nieuwe vrijheid leidt makkelijk tot chaos. Er zijn mensen die ophouden met werken (2 Thess. 3:10). Er zijn mensen die het huwelijk verbieden of allerlei wetten gaan houden of juist alle wetten overboord gooien. Men vergeet te delen bij het avondmaal. Er zijn slaven die weglopen van hun meester, er zijn vrouwen die optreden alsof ze niet getrouwd zijn.
Vrouwen bidden en profeteren tijdens de samenkomsten. Dat is blijkbaar prima, maar: ”bedek je hoofd” zegt Paulus.
Maak jezelf en je man niet te schande. ”Oordeelt zelf, is het voegzaam
dat een vrouw met ongedekten hoofde tot God bidt?” vraagt Paulus (1 Cor.11). Zoals het kind-van-God zijn van de man afstraalt, zo straalt het vrouw-van-haar-man zijn ook van de vrouw af. Er is op haar gezicht geen bedekking meer, ook zij weerspiegelt de heerlijkheid van de Heer (2 Cor.3:16-18). Toch kan niet alles open en bloot. Hou je aan dat wat fatsoenlijk wordt gevonden voor een getrouwde vrouw. Misschien vreest Paulus voor extatische toestanden met wapperende haren die voorkwamen in culten in die tijd. Ik moet denken aan bepaalde dingen die ik in Afrika niet kon doen als getrouwde vrouw. Een broek dragen b.v.. Hand in hand lopen met mijn man baarde ook opzien, maar dat was ook als getuigenis bedoeld.
”Het staat lelijk voor een vrouw te spreken in de gemeente” (1 Cor. 14).
Bepaalde manier van haardracht is niet netjes, zo is voor je beurt spreken ook lelijk. Waar gaat het over? Mogelijk over het beoordelingsgesprek n.a.v. profetieën, waarin de hele gemeente zich mocht mengen. Stel je voor: vrouwen die in de synagoge nooit mee deden, gaan nu hun eigen man beoordelen voor het oog van het volk. Doe dat thuis.
”Vrouwen wees uw man onderdanig gelijk het betaamd in de Here” (Col.3:18). ”Vrouwen moeten rustig blijven (2x), ingetogen (2x), onderdanig, zich laten onderrichten zo betaamt het” (1 Tim.2:9-15). Oude vrouwen moeten priesterlijk zijn in haar optreden en jonge vrouwen aanmoedigen hun kinderen lief te hebben en hun man lief te hebben en onderdanig te zijn ”opdat het woord Gods niet gelasterd worde” (Titus 2: 3-5).
Waar de Geest waait wordt onze menselijke orde doorbroken. Maar dat kan meer of minder ordelijk gebeuren. We hebben er wel enige controle over (1 Cor. 14:32). Niet alles wat zou kunnen moet je doen. Bedenk ook hoe het eruit ziet voor buitenstaanders, zegt Paulus (1 Cor. 14: 23-25). Het staat toch niet: extatische toestanden, en het hoort toch niet: vrouwen die een heel eigen weg gaan, zonder overleg met hun man. Gods woord lijdt er schade door. Er kwamen vrouwen tot geloof ondanks hun mannen. Voorzichtig, zegt Paulus, niet provoceren, juist in je respect voor je man, je onderdanigheid en de vrede in je leven kan je getuigenis zitten (1 Petr.3:1-5).

Samenwerken en niet tegenwerken
Wat betekent dat onderdanig, ondergeschikt?
Doet het geen afbreuk aan de vrijheid en de eigen plek die ieder heeft?
In Ef. 4: 21 schrijft Paulus dat we elkáar onderdanig moeten zijn in de gemeente. ”Vrouwen weest aan uw man onderdanig”, vervolgt hij. In onze vertaling is vers 22 van 21 gescheiden, in het grieks is het zelfs één zin.
Als we elkaar onderdanig moeten zijn, kan dat niet op een gezagsrelatie duiden.
Ook aan vrouwen van ongelovige mannen wordt met nadruk gezegd dat ze hun man onderdanig moeten zijn.
Dat kan toch niet betekenen dat ze zijn wereldbeschouwing over moeten nemen, of hem moeten gehoorzamen waar het tegen Gods geboden ingaat.
In 1 Cor. 16:16 komt het woord ook voor. Paulus beveelt Stefanus aan en zegt: ”Stelt u dan onder zulke mensen en onder ieder, die medewerkt en arbeidt”. Dat ”onderstellen” (hypotage) kan betekenen: zich ergens onder opstellen, maar ook: zich beschikbaar stellen voor, zijn schouders ergens onder zetten. (Volgens dhr. Vrijmoeth, docent Grieks in Zwolle, die nu de Heer van aangezicht tot aangezicht ziet). Breek de eenheid niet, hoor ik Paulus zeggen. Vrouwen ga niet je eigen weg. Werk met elkaar mee. Verlies het grote geheel niet uit het oog.
Bedenk dat je ook vrouw van je man en moeder van je kinderen bent.

Hoofd- en bijzaken
De eenheid tussen man en vrouw wordt heel sterk uitgedrukt in Ef. 5:22-24 en 1 Cor. 11:3 en 4. De man is het hoofd van de vrouw, evenals Christus hoofd is van zijn gemeente en van iedere man. De vergelijking kan niet helemaal opgaan. Ook de vrouw wordt door Christus verlost en vernieuwd, haar man is niet haar redder. Waar het om gaat, is volgens nogmaals Vrijmoeth, dat, zoals een hoofd en lichaam bij elkaar horen en niet los functioneren, zo zijn ook man en vrouw verbonden. Uiteraard gaat het hier over het huwelijk en niet over de verhouding tussen een willekeurige man en vrouw. Als hoofd in de zin van ”hoofd van de afdeling” bedoeld was, zou je het griekse woord archon verwachten, hier staat het woord kephalè, dat staat voor een lichaamsdeel, of oorsprong, bron.
Loop niet te hard, bewaar de eenheid, wederzijds respect, dienstbaarheid, zegt Paulus tegen de vrouwen. ”Ik sta niet toe dat een vrouw gezag over de (haar) man heeft” (1 Tim. 2:11). Het woord, dat met gezag is vertaald, is een sterk woord dat overheersen betekent.
Het komt alleen hier voor.
Zie je vrouw zoals je jezelf ziet, je eigen vlees en bloed, zegt hij tegen de mannen. Kijk naar Christus om te zien wat dienen werkelijk betekent.

Zwijgen over de vrouw in het ambt?
”We hebben te veel gesproken over de zwijgteksten en teveel gezwegen over de spreekteksten”, zei Maarten Verkerk in een spreekbeurt. Als het gaat over de vrouw in het ambt is de vraag meestal ”mag het wel of mag het niet?” Welk ”onderricht geven” verbiedt Paulus in 1 Tim. 2? Waarom die motivatie: Eva is eerst verleid? In ”Vrouwen op een zijspoor” wordt in verschillende artikelen ingegaan op de redeneertrant van Paulus als het over de schepping gaat. Dat is niet zonder meer onze oorzaak en gevolg manier van redeneren. De teksten zijn niet zo hard als ze lijken. De eenheid, gaven voor iedereen, muren tussen mensen weg, dát is wel duidelijk.
Ondertussen lijken de Nieuwtestamentische samenkomsten met hun geordende chaos, waar elk gemeentelid zijn en haar gaven in mocht brengen, niet meer op onze kerkdiensten, die worden geleid door ambtsdragers.
Ambtsdragers komen in het Nieuwe Testament niet voor. Wel mensen die voor een bepaalde taak onderhandoplegging gezegend werden. Mensen, uitgezocht op hun volheid van de Geest en hun wijsheid (Hand. 6), mensen, door God zelf aangewezen tijdens een tijd van vasten en gebed (Hand.13). Kiezen wij onze ambtsdragers op grond van hun Geest-vervuld zijn, en ons horen van Gods stem of is het meer een democratisch gebeuren geworden?
In het Nederlands Dagblad van 28-1 j.l. zegt Prof. J van Bruggen n.a.v. het boek ”Gedachten over het ambt” van Dr C Graafland: ”Enerzijds wordt het ambt opgeschroefd en anderzijds wordt de ambtsdrager steeds meer afgerekend op zijn concrete prestaties.
Het functionele denken van onze tijd staat tegenover het theologische denken over de hoogheid van het ambt”.
De ondertitel van het boek van Graafland is ”Och, of al het volk des Heeren profeten waren...!” Is ons theologisch denken over het ambt wel goed? Het is niet direct afgeleid uit de Bijbel. Misschien was het goed voor een bepaalde tijd. Helpt het vandaag, in onze situatie, de gemeente om de gelovigen toe te rusten tot dienstbetoon?
Is de kerkenraad de plek waar het geestelijk hart van de gemeente klopt, waar Gods wil biddend wordt gezocht, ook Gods wil die groter is dan de gemeente? Antiochië moest per slot haar beste mensen afstaan.
Wordt gezocht naar de gave van de profetie? Moedigen wij mensen aan Gods stem te zoeken en ook te zeggen wat ze menen te horen, zodat het gewogen kan worden en zo tot opbouw dienen? Bestaat dat niet meer? Waar in de Bijbel staat dat dat alleen voor de eerste eeuw was?
Mogen wij zomaar aanmoedigingen van Paulus en van Jezus zelf om te genezen, te zegenen en te profeteren naast ons neerleggen, of mensen verbieden het te doen? Dat kan toch niet zonder goede argumenten?

Kan er meer gezegend worden?
Onze gemeenten gaan veranderen. Ik denk niet dat dit profetie is. Ik kijk gewoon om me heen. Waarom zijn we de wonderen vergeten? Is het misschien omdat we ook geen buitenstaanders op ons af komen, die overtuigd moeten worden van Gods Liefde die daar zo dichtbij en concreet is?
Waarom zijn er geen profetieën? Hebben we het misschien gewoon afgeleerd en kunnen we het ook weer aanleren?
Waarom zijn de ambtsdragers zo moe? Dragen ze misschien te veel alleen? ”Vooruit, zeven mannen erbij”, zei Petrus, ”we kunnen niet alles zelf doen”. Je krijgt niet de indruk dat deze mannen ook in de kerkenraad zaten.
Na gebed werd hen wel de handen opgelegd (Hand 6). Als dat nu eens meer gebeurde: Mensen met gaven de handen opleggen, als ze nodig zijn.
Alleen mannen? Vrouwen hebben niet minder een zegen nodig toch, of is hun inzet niet nodig? Het valt me op dat orthodoxe christenen, die vooral gericht zijn op evangelisatie en werk in de wereld, vrouwelijke voorgangers kennen. Denk aan de Methodisten en het Leger des Heils. In vredestijd kun je kieskeurig doen over je hulptroepen, als het menens wordt moet iedereen meehelpen en gaandeweg leer je je eigen gaven en die van anderen ontdekken.
Hierbij stop ik mijn bijdrage over de vrouw in de kerk. Ik ben blij dat het klaar is. Zelfonderzoek is vervelend.
Nu moet het maar weer gaan over de Heer van de kerk en de Geest in de kerk, en over wat de Geest tot onze gemeenten zegt, elk persoonlijk. Per slot zijn we schitterende sterren in de hand van de verhoogde Heer, in een wereld die schreeuwt om Hem. De meeste mensen weten dat niet en hoe zullen ze het weten als wij onze mond houden of ons vermoeien met interne kwesties? Ons zelf en elkaar opbouwen, zegenen en inzetten. Daar gaat het toch om.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief