De datering van het boek Daniël

1998-06-12
  • Jaargang 42
  • nummer 12
In het artikel ’Sinear, wereld zonder God’, naar aanleiding van Daniël 1, in Opbouw van 1 mei 1998, schrijft ds. J. Kranenburg dat het boek Daniël geschreven werd tijdens de Syrische koning Antiochus IV. Deze koning regeerde van 175 tot 164 v. C., dus in de tweede eeuw v. C.. De opvatting dat het boek Daniël niet in de zesde eeuw v. C. door Daniël werd geschreven, maar pas in de tweede eeuw v. C., is sinds lange tijd gangbaar in bijbelkritische kringen. Het werd onmogelijk geacht dat een iemand in de zesde eeuw v. C.
gebeurtenissen die lang daarna plaatsvonden voorspeld zou hebben. Daarom werd aangenomen dat een schrijver in de tweede eeuw v. C., nadat de gebeurtenissen plaatsgevonden hadden, deze beschreef in de vorm van profetieën en die toeschreef aan een zekere Daniël.

Weerlegde theorie
Er zijn door archeologen en taalkundigen overtuigende argumenten naar voren gebracht tegen het dateren van het boek Daniël in de tweede eeuw v. C.. Archeologisch onderzoek heeft duidelijk gemaakt dat het boek Daniël geschreven moet zijn door iemand die de situatie aan het Nieuw-Babylonische hof goed kende en dus geleefd moet hebben in de zesde eeuw v. C.. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de kennis van de gebruiken aan het hof en het voorkomen van bepaalde woorden in het boek Daniël. De laatste koning van het Nieuw-Babylonische rijk was volgens Daniël 5 Belsazar. De naam Belsazar komt in lijsten van koningen van het Nieuw-
Babylonische rijk echter niet voor. Nabonidus wordt als de laatste koning van dat rijk genoemd. Na de ondergang van het Nieuw-Babylonische rijk was niet meer bekend dat Belsazar regeerde toen de Perzen het rijk veroverden.
De Griekse geschiedschrijvers Herodotus (ca. 485-425 v. C.) en Xenophon (430-354 v. C.), die geruime tijd later over het Nieuw-Babylonische rijk schreven, vermeldden de naam Belsazar niet. Deze naam Belsazar is eeuwen lang onbekend gebleven. Een schrijver uit de tweede eeuw v. C. zou de naam Belsazar niet gekend hebben.
Pas in de vorige eeuw ontdekte men bij opgravingen in Mesopotamië teksten waarin Belsazar genoemd wordt. Duidelijk werd dat koning Nabonidus lange tijd de regering in Babylon aan zijn zoon Belsazar heeft overgelaten en dat Belsazar in feite regeerde. In 1956 werd in het noorden van Saoedi-Arabië een gedenksteen ontdekt met een inscriptie van Nabonidus erop. Hij deelt daarin mede dat hij tien jaar heen en weer trok tussen plaatsen in het noorden van Arabië en niet in Babylon kwam. Van 549 tot 539 v. C.
verbleef Nabonidus in de omgeving van Tema, in het noorden van Arabië.1

Taalkundige argumenten
Ook vanwege taalkundige redenen is het dateren van het boek Daniël in de tweede eeuw v. C. onhoudbaar.
Daniël 2:4b tot en met hoofdstuk 7 is geschreven in het Aramees. In Babylon werd in de zesde eeuw v. C. door de zeer gemengde bevolking overwegend Aramees gesproken. Lang werd aangenomen dat het Aramees van het boek Daniël een westelijk dialect was en niet in Babylon geschreven kan zijn. Sinds 1906 zijn Aramese teksten, geschreven op papyri en scherven, die ontdekt waren bij opgravingen op het eiland Elephantine, in de Nijl bij Assoean, gepubliceerd. Deze teksten, waarvan de meeste dateren uit de vijfde eeuw v. C., zijn afkomstig van de Joodse militaire kolonie die van ca. 600-400 v. C. op het eiland bestond. Het Aramees van deze teksten lijkt sterk op het Aramees in de boeken Daniël en Ezra.2 Het in Babylonië gangbare Aramees werd in de zesde eeuw v. C., door de Perzische koning Cyprus tot ambtelijke taal in zijn rijk verheven. Dit Rijksaramees functioneerde tot ca. 330 v. C.. De Aramese gedeelten van Daniël zijn in dit Rijksaramees geschreven.3

In grotten in de omgeving van Qumran zijn sinds 1947 behalve Hebreeuwse ook Aramese teksten gevonden, zoals fragmenten van het geschrift ’Genesis Apocryphon’ een apocriefe aanvulling op het boek Genesis, die uit de eerste eeuw v. C. dateert. Als het boek Daniël geschreven zou zijn in ca. 165 v. C., zou er sprake geweest moeten zijn van opvallende overeenkomsten wat betreft de grammatica, de stijl en de woordenschat . Er bleken echter aanzienlijke verschillen te bestaan tussen het Aramees van Genesis Apocryphon en het Aramees van Daniël. Het Aramees van Genesis Apocryphon dateert van eeuwen later dan dat van Daniël en Ezra.4 Op grond van studie van Aramese teksten uit verschillende eeuwen is thans een goed inzicht mogelijk in de ontwikkeling van het Aramees. Dat heeft tot de conclusie geleid dat het dateren van het Aramees van het boek Daniël in de tweede eeuw v. C. niet te handhaven is.5In Qumran zijn Hebreeuwse geschriften gevonden die dateren uit de tweede eeuw v. C., zoals ’De oorlog van de Zonen van het Licht tegen de Zonen van de Duisternis’ en ’de Dank-Psalmen’. Deze geschriften hebben taalkundige kenmerken die niet voorkomen in de Hebreeuwse hoofdstukken
van het boek Daniël.6

Conclusie
Het dateren van het boek Daniël in de tweede eeuw v. C. houdt een miskenning van het profetisch karakter van het boek in. Er zijn overtuigende argumenten aan te voeren tegen de late datering van het boek. In het boek Daniël worden bijzonderheden over de ondergang van het Nieuw-Babylonische rijk vermeld die alleen bekend geweest kunnen zijn aan iemand die de gebeurtenissen van nabij meemaakte.
Het Aramees waarin een deel van het boek geschreven is, dateert niet uit de tweede eeuw v. C., maar van eeuwen eerder. Uiteraard kon in het kader van dit artikel slecht een deel van de argumenten voor het dateren van het boek Daniël in de zesde eeuw v. C. naar voren gebracht worden. In een artikel in het blad Bijbel, Geschiedenis en Archeologie (Postbus 191, 3770 AD Barneveld) wordt hierop uitvoerig ingegaan. Een overdruk van dat artikel kan door belangstellenden aangevraagd worden.

Noten
1 G. Maier, Der Prophet Daniel, Wuppertal 1982, p. 37.
2 K. Koch, Das Buch Daniel, Darmstadt 1980, p. 41.
3 Idem, p. 43.
4 G.L. Archer, A. Survey of Old Testament Introduction, Chicago 1974, p. 401.
5 Idem, p. 400-401.
6 Idem, p. 400

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief