Een jubeljaar voor Israël (slot)

1998-06-12
  • Jaargang 42
  • nummer 12
„Daar al deze dingen aldus vergaan, hoedanig behoort gij dan te zijn in heilige wandel en godsvrucht, om in gespannen verwachting de dag Gods te bespoedigen”, lezen we in 2 Petr. 3:11,12. Het Griekse werkwoord voor bespoedigen heeft een duidelijk actieve betekenis.
Daarom kies ik voor deze vertaling, die overeenkomt met de Willibrordvertaling en het Groot-nieuws. De Statenvertaling en de NBG hebben dit woord ten onrechte reflexief vertaald, terwijl de King James heel juist het actieve ’to hasten’ gebruikt. De Schrift leert ons dus, dat de gelovigen de mogelijkheid en opdracht hebben de dag des Heren te verhaasten. Hoe kunnen we dit doen?

De eerste voorwaarde tot Zijn Komst is: het evangelie van het Koninkrijk zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken, en dan zal het einde gekomen zijn (Matth. 24:14). Nu de voortgang van de evangelieprediking aan alle volkeren gaat in onze tijd in versneld tempo door. Vooral met behulp van de moderne massamedia worden vele gesloten landen bereikt. Zelfs in een totaal islamitisch land als Saoedië-
Arabië zijn ondergrondse gemeenten ontstaan.

De tweede voorwaarde is het opnieuw opbloeien van de vijgenboom, Israël. Aanvankelijk door de Here tot vruchteloosheid veroordeeld – geen vrucht meer tot aan de (komende) eeuw, (Matth.21:19) – wordt nu zijn hout reeds week – Joden krijgen belangstelling voor Jezus – en doet hij zijn bladeren uitspruiten – de aliah van de Joden naar Israël gaat nog steeds door. Het wachten is nu op de vrucht.
Wel de vruchtzetting is reeds begonnen. Sinds 1976 komen steeds meer Joden tot geloof in Jezus. Er bevinden zich momenteel zo’n 50 Messiaanse gemeenten in Israël. Aanvankelijk zich slechts richtende op hun volksgenoten, gaan deze gemeenten zich nu ook bezighouden met de evangelisatie onder de moslims.
Daartoe zoeken ze naar vrede en verzoening met de Palestijnse christenen. Een voorbeeld daarvan is de Musalaha-beweging die kampen in de woestijn organiseert voor Israëlische en Palestijnse jongeren. Ook komen Israëlische en Palestijnse vrouwen bij elkaar.

Palestijnse christenen
In de NRC van 4 april jl. troffen we een artikel aan: De verschoppelingen, Palestijnen beschouwen bekeerlingen als verraders. Hierin beschrijft Caroline de Gruyter, hoe Palestijnen, die vanuit een moslimachtergrond tot geloof in Jezus komen, gediscrimineerd en vervolgd worden. Hun getuigenis is steeds dat door het geloof in Jezus, hun haat voor de Joden uit hun hart is verdwenen. Omdat ze daarmee ongevoelig geworden zijn voor de anti-
Israël campagnes van de Palestijnse Autoriteit, worden ze uitgespuugd en als verraders beschouwd. Sommigen zijn al vermoord. Het is de hoogste tijd dat de kerken in Nederland opkomen voor hun verdrukte geloofsgenoten onder de Palestijnse Autoriteit. Wel dienen we er op te letten dat we hiermee niet in het propagandastraatje van de Israëlische Likudregering terechtkomen.

Vrede voor Jeruzalem
We zijn hiermee bij de derde opdracht gekomen, die we van onze Heer hebben ontvangen. „Bidt Jeruzalem vrede toe ... Jeruzalem, stad van de vrede, mogen wie u liefhebben rust genieten; vrede zij binnen uw muur, rust in uw burchten.”(Ps. 122:6) De noodzaak van dit gebed wordt duidelijk, als we bedenken dat geen stad ter wereld in haar geschiedenis zoveel oorlogsgeweld heeft gezien als Jeruzalem.
Satan is er steeds op uit geweest deze heilsbestemming van Jeruzalem te verhinderen. Babyloniërs en Romeinen hebben deze stad verwoest en veel bloed vergoten. Maar ze hebben ook nog gevangenen meegevoerd. Het ergste bloedbad in de geschiedenis vond plaats op 15 Juli 1099, toen de Kruisvaarders onder Godfried van Bouillon de stad innamen en alle joodse en islamitische bewoners, mannen, vrouwen en kinderen zonder pardon hebben uitgeroeid. Dit alles onder het teken van het kruis van Jezus. Het kruis, waaraan onze Here Jezus de vijandschap had gedood (Ef.2:16) werd voor joden en moslims een symbool van bloeddorst, haat en geweld. Sindsdien zijn beide gemeenschappen ongevoelig geworden voor de boodschap van de verzoening van Jezus door Zijn kruisdood.

Berouw en ootmoed
Gelukkig is de Heilige Geest in onze dagen bezig christenen in de Westerse wereld te overtuigen van hun grote schuld in dezen. 900 jaren lang is de Christenheid aan deze vreselijke schuld voorbij gegaan. De holocaust moest eerst plaatsvinden, alvorens we ons bewust werden van onze schuld tegenover de joden. De confrontatie met de Islam wereldwijd, doet ons nu onze schuld tegenover de moslims zien. Sinds zomer 1996, is de internationale gebedsbeweging begonnen aan een verzoeningsmars vanaf Keulen langs dezelfde weg die de kruisvaarders zijn gegaan om aan joden en moslims spijt te betuigen over deze vreselijke moordpartijen. Deze zomer hoopt men gebedsmarsen te houden door Turkije en naar Antiochië in Syrië. Het volgend jaar is het plan om naar Jeruzalem op weg te gaan, alwaar men juli 1999 hoopt aan te komen.

Alleen in deze houding van berouw en ootmoed, mogen we verwachten dat de Here zelf de harten van de moslims opent voor de heilsboodschap van onze Heer Jezus. Mogelijk dat de Here dan de Palestijnse christenen wil gebruiken om een eind te maken aan de vijandschap tussen Joden en Arabieren.
In dit verzoeningsstreven past niet de puur nationalistische propaganda voor een Joodse tempel in onze tijd. Beter is het de opmerking van Anne van der Bijl ter harte te nemen, die eens zei: „De beste dienst die we de staat
Israël kunnen bewijzen, is hun vijanden met het evangelie bekend te maken.”

’Breng de joden thuis’
De landbelofte van God aan Abraham was onvoorwaardelijk. Deze belofte vervult de Here God nu dan ook, wanneer de joden massaal uit de ballingschap terugkeren naar Israël. Met acties als ’Exodus’ vanuit Amerika en ’Breng de joden thuis’ vanuit Nederland mogen christenen meewerken aan dit plan van God. Maar een belofte van een Joodse staat heeft de Here nooit gegeven. Ze is hoogstens, zoals het joodse gebedenboek zegt: het begin van onze verlossing. Historisch is deze staat noodzakelijk, omdat alleen de staat Israël een Wet op de terugkeer voor alle joden ter wereld kon afkondigen en de aliah naar Israël mogelijk maken.
Als Jezus terugkomt en alle Joden weer in Israël verzameld zijn, zal ook deze joodse staat verdwijnen. In het rijk van de Messias zal ook plaats zijn voor de niet-jood, de goy. Dan „zal het land tot een erfdeel gelijkelijk verloot worden onder de joden en de onder hen vertoevende vreemdelingen.
Dezen zult gij als onder de Israëlieten geborenen beschouwen; zij zullen met u een erfdeel bij loting toegewezen krijgen onder de stammen Israëls.” (Ezech. 47:22) Zo zal de Here ook recht doen aan de Palestijnen.
„Op uw muren, o Jeruzalem, heb ik wachters aangesteld, die de ganse dag en de ganse nacht nimmer zullen zwijgen. Gij, die de Here indachtig maakt, gunt u geen rust. En laat Hem geen rust, totdat Hij Jeruzalem grondvest en het stelt tot een lof op aarde.” (Jes. 62:6,7) Deze opdracht van onze God , is thans hoogst actueel. Zullen we als christenen uit de volken hierin onze taak voor Israël verstaan? Dan bidt de Kerk met Daniël: „Neig, mijn God, uw oor en hoor; open uw ogen en zie onze verwoestingen (door de eeuwen heen) en de stad waarover uw naam is uitgeroepen; want niet op grond van onze gerechtigheden storten wij onze smeekbeden voor U uit, maar op grond van uw grote barmhartigheden.
O Here, hoor! o Here vergeef! O Here, merk op! Treed handelend op; toef niet om uwszelfswil, mijn God, want uw naam is uitgeroepen over uw stad en over uw volk.” (Dan. 9:18,19) Door dit oprechte gebed en de daarmee verbonden daden uit geloof bespoedigen we de komst van de negende Koning. Kom, Heer Jezus.
Ja, kom spoedig! Maranatha.

NASCHRIFT: De laatste uitdrukking, de negende koning, verwijst naar de belangwekkende studie van Willem Ouweneel, getiteld: De negende koning. Hierin geeft de auteur een interessant historisch exposé over de zeven hoornen van het beest uit Openbaringen 17, die zeven koningen, ’hemelvorsten’ voorstellen. Hij noemt achter elkaar Egypte, Assur, Babylon, Perzië, Hellas, Rome als de eerste zes, waarvan alleen Rome ten tijde van Johannes nog bestond. De zevende koning zou het Germaanse rijk voorstellen, dat in het nazirijk van Hitler het toppunt van macht beleefde. Daar de negende koning, Jezus de Messias vanuit Sion d.i. Jeruzalem zal regeren, lijkt het me beter bij deze zevende koning, die aan het beest, de antichrist vooraf gaat, te denken aan de Islam. Deze hemelvorst heet Allah en hij denkt dat Jeruzalem behoort tot zijn gebied, de ’dar-al-islam’. De kruistochten kunnen we dan beschouwen als een vertwijfelde poging van de Romeinse ’vorst’ om zijn verloren macht over die stad te herstellen. Zo is de strijd om Jeruzalem een wanhopige poging van Satan om de residentie van Koning Jezus in bezit te houden. „Te dien dage zal ik Jeruzalem maken tot een steen die alle natiën moeten heffen; allen die hem heffen, zullen zich deerlijk verwonden”, profeteerde Zacharia reeds (Zach. 12:3).
Het gebed om de vrede van Jeruzalem is een dringende noodzaak voor de gemeente van Christus.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief