De kracht van Christus’ opstanding kennen

1999-04-02
  • Jaargang 43
  • nummer 7
’Met Pásen ópgestaan? Bleef Jezus anders dan in bed liggen?!’ Je niet-christelijke collega reageert stomverbaasd als je het paasverhaal vertelt. Ineens besef je geheimtaal te spreken. En nog iets: Hoe moeilijk moet ’t zijn de relevantie (betekenis) van Jezus’ weer-levend-worden duidelijk te maken. De betekenis ervan voor de wereld, voor jouw collega dus ook.

’Als doden’
Paulus (zendeling uit de 1e eeuw na Christus) schrijft aan de christelijke gemeente in Efeze (in het huidige Turkije): Het beste bewijs van Gods kracht ooit geleverd in de geschiedenis is de weer-levend-making van Jezus Christus en diens teruggaan naar de hemel (’hemelvaart’).
Om bij het eerste te blijven: Op vrijdag een lijk, dood als een pier. Op zondag een lichaam vol leven. Wat een geweldige energie moet daar achter zitten!
Vooral Mattheüs (één van Jezus’ leerlingen) benadrukt in zijn Evangelie (28 vs 2 t/m 4) Gods kracht en majesteit.
De stadhouder Pilatus had de joden een peloton soldaten geleend om Jezus’ graf te bewaken. Bovendien werd de enorme steen voor de grafopening verzegeld. Maar op paaszondagmorgen: een enorme aardbeving; een engel als een bliksemflits en met sneeuwwitte kleren aan! Zo heftig en imponerend dat de soldaten doodsbang worden en ’als doden’ waren.

Ogen in je hart?
Voor joden heeft niet alleen een hoofd ogen. Een hart kijkt ook. Als die ogen tenminste ’verlicht’ zijn. Door God. Daar vraagt Paulus God om. Of Hij de christenen in Efeze ’verlichte ogen van hun hart’ wil geven.
Nu is het hart volgens Gods Boek de zetel van kennis, wil en gevoel. Paulus wil zo graag dat de Efeziërs de kracht van Jezus’ opstanding ook werkelijk gaan kennen. Gaan begrijpen met hun verstand, gaan accepteren met hun wil en gaan ervaren met hun gevoel dat die kracht ook ’aan hen’ werkt.
De mensen in Efeze werden, omdat ze christen geworden waren, door hun omgeving namelijk meewarig aangekeken.
’Rare jongens, die christenen!...’.
Misschien vroegen sommigen zich wel eens af waar ze aan begonnen waren.
Daarom bidt Paulus om door Gods Geest verlichte ogen. Zodat mensen een verbindingslijntje weten te leggen tussen Pasen en hun leven. Gaan inzien dat Gods kracht nog steeds dezelfde is. Omdat God niet verandert.

Voor ons. Met ons. En ín ons!
God heeft zo geweldig veel vóór mensen gedaan. De Efeziërs waren door God geroepen. Uit de dood van de afgoderij tot het leven met Christus.
Bevrijd van schuld en straf en angst dankzij Jezus’ lijden en sterven. ’Heeft’: in het verleden. Hij zal zo geweldig veel mét mensen doen. Zoals Jezus weer levend werd, zullen doden weer levend worden op de laatste dag van de wereldgeschiedenis. Dat is zelfs even zeker als dat Jezus opstond. De Efeziërs mogen hoop hebben voor de toekomst: ’zal’.
God dóet ook zo geweldig veel ín mensen.
Met dezelfde kracht waarmee God Jezus weer levend maakte, wil Hij harten binnendringen. Via de heilige Geest wil Hij mensen van binnenuit veranderen.
Tussen rechtvaardig-making (’heeft’) en heerlijk-making (’zal’) wil God in de tegenwoordige tijd heiligmaken.
Dat hoort allemaal bij de rijke en grootse erfenis die God verdelen wil onder wie hem toebehoren. En wie ’verlichte ogen’ heeft, ziet dat ook. Kent die kracht.

Zonde maakt slaven
’De wereld, de duivel en ons eigen vlees houden niet op ons aan te vallen’, leerden we op catechisatie. En zo ís het ook. Bij mij tenminste wel.
Denk bij ’wereld’ bijvoorbeeld maar aan de algemeen geldende manier van denken en doen. Op veel scholen is het normaal dat jongens en meisjes geslachtsgemeenschap hebben in steeds wisselende relaties. Je moet haast wel meedoen... Dat geldt ook voor de heersende (!) mode in kleren, meubels, vakanties en noem maar op.
Kinderen kunnen ouders gevangen houden met hun eisen (en zijn op hun beurt weer slaafjes van de reclame).
De ’duivel’ zorgt voor tegenwerking via heel concrete dingen: misverstanden tussen man en vrouw; een alle-tijd-enenergie-
opeisende baan; tegenwerking in familie of woonwijk (’Rare jongens, die christenen!’).
Ons eigen ’vlees’. Hoeveel mensen zijn niet verslaafd aan seks? Of worden beheerst door karakterfouten, jaloezie of agressiviteit? Alcohol, nicotine en verdovende middelen houden zelfs kinderen in hun greep en vernielen levens.
Welke kracht is daartegen opgewassen?
Daar in Efeze? Daar in... (eigen woonplaats invullen a.u.b.)? De kracht van Christus’ opstanding!

Ken ík die kracht?
Steeds meer mensen hebben nooit het paasverhaal gehoord en schieten bij het horen ervan in de lach. Veel anderen zijn in de loop van hun leven eraan gaan twijfelen. Wat moét je nu met zo’n onwaarschijnlijk verhaal?! Om onze collega vandaag het Paasfeest uit te leggen is, denk ik, vooral nodig: God vragen of wijzelf Christus’ opstandingskracht mogen kennen (zie ook Filippenzen 3 vs 10). Paulus schrijft (in Romeinen 6) dat wie in Jezus Christus gelooft ’met Hem is gestorven en begraven én is opgestaan tót een nieuw leven’. En plaatst een is-gelijkteken tussen de kracht waarmee God Jezus weer levend maakte én de kracht waarmee wij een nieuw leven zullen leiden. De kracht waarmee 2000 jaar geleden Jezus weer levend werd en soldaten als doden tegen de grond sloegen, diezelfde kracht is door mensen te kennen. Dat is: te be-léven! Jij hoeft geen slaafje te zijn van wat je vrienden of vriendinnen zeggen en doen. In een welvaartsstaat is ’t mogelijk eerst Gods koninkrijk en zijn gerechtigheid te zoeken (Mattheüs 6 vs 33; en wie weet geeft God mij dan ook nog wel die Nikes, en anders gaan we toch op gympies van de Schoenenreus naar zijn Koninkrijk?!). Mensen hoeven geen slaven van satan meer te zijn.
Noch van seksualiteit, van genotmiddelen, zelfs niet van hun eigen karakter.
’Elke gedachte gevangennemen en onderwerpen aan Christus’, schrijft Paulus (in 2 Corinthe 10 vs 5). Gevangen, onderworpen aan Jezus die rechts van God zit. Misschien mag óns kennen van Christus’ opstandingskracht wel Gods belangrijkrijkste instrument zijn om blinde harten ogen te geven.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief