De joviale koster
1998-06-12
Kortgeleden kwam ik er weer eentje tegen. Zo’n koster uit roeping, en niet om de baan. Ik merkte het direct. Je haalt ze eruit. De brede glimlach als welkom. De zorg voor de hele kerk. De aandacht voor de mensen... - Jaargang 42
- nummer 12
„Iemand wilde de toren zien. Ik heb alles naar beste kunnen getoond. En ik heb over de Heer gepraat. Zondag was ze zowaar in de kerk!” Dat was het verhaal van deze koster. Een andere vertelt over pastorale gesprekken, gebeden met mensen in nood, het noteren van adressen voor de evangelisatiecomissie, het rondtobben met zieke kerkganger, de opvang van eenzamen en ouderen...
Ik heb een tijd en drieling naar de kerk meegenomen. Het waren eenvoudige jongens. Van de preek begrepen ze niet zoveel. Maar ze sloegen geen kerkdienst over. Want zij mochten in die oude kerk van de koster de klok luiden. Die koster deed meer voor hun geestelijke heil dan ik vermocht. Sommige kosters zijn goud waard. Maar ze worden niet in goud uitbetaald. Althans, niet op aarde. Wie koster uit roeping is, moet zijn dank niet van mensen verwachten. Die vallen flink tegen. Kosters doen een baantje, waarvan velen het idee hebben dat het nooit goed gaat. Geen dankbaar werk! Maar ze zijn vaak meer ’het gezicht van de kerk’ dan alle ouderlingen en dominees bije lkaar. Sommige kerken beseffen nog te weinig de invloed van het ’ambt’ van koster. Ze menen dat het er allemaal niet zo nauw op aankomt. Een paar stoelen klaarzetten, de grond schrobben en koffie op zijn tijd...
Maar een koster heeft soms meer pastorale gesprekken dan de ouderling, en meer evangelisatiecontacten dan de commissie die daarvoor is aangesteld. Allemaal onbetaald...
Kies een koster met een warme glimlach en een hart voor de Heer! Dat is een zegen voor de hele kerk! Kerkgroei begint bij de koster. Hij/zij vormt de eerste indruk voor de nieuwkomer. En het is vaak de eerste indruk die bepaalt of iemand weer terugkomt!
Dit artikel knipten wij uit het ’Gereformeerd Kerkblad’, nu: ’Gezamenlijk Kerkblad voor de Gereformeerde en SOW-kerken in Drenthe, Overijssel en Flevoland’. Het is goed, dat collega Bram Krol de koster voor het voetlicht haalt. Soms is hij het voorwerp van de kritiek van de kerkganger. Maar hij krijgt zo nu en dan ook lof toegezwaaid als er b.v. voor de gastpredikant koffie is vóór en na de dienst, als er bij heel warm weer een ventilator op de kansel geplaatst is, als er extra water voorhanden is etc. Hij/zij bevordert het goede verloop van de kerkdienst waarin het draait om de eer van Gods heilige naam!