Gods glimlach

1999-04-02
  • Jaargang 43
  • nummer 7
Zullen we de rolstoel meenemen als we op vakantie gaan of niet? Dat was de vraag die we onszelf stelden toen we twee jaar geleden met vakantie zouden gaan. Waarom die vraag?
We hadden n.l. gebed en ziekenzalving gevraagd en hoopten dat God, de HERE, genezing zou willen geven nog voor de vakantie.

Die rolstoel was in de loop der jaren nodig geworden na een verlammingsziekte (Guillain Barré syndroom) in 1986, waarbij armen en benen gedeeltelijk verlamd raakten. Gelukkig herstelde ik vrijwel geheel, alleen mijn rechterbeen en linkerarm kregen niet de oorspronkelijke kracht terug. En dan daarbij die dagelijks terugkerende vermoeidheid... Vaak hadden we de HERE gevraagd om herstel, maar het tegenovergestelde gebeurde. Langzaam maar zeker ging het slechter met lopen en zo kwam uiteindelijk op mijn eigen verzoek de rolstoel in huis.
Gelukkig hoef ik die alleen te gebruiken voor afstanden langer dan een kwartier à twintig minuten lopen.
En toen (1997) had de HERE mij de overtuiging gegeven om samen met anderen te bidden om genezing en om daarbij de ziekenzalving te ontvangen (Jak 5). De verwachtingen in ons gezin waren hooggespannen. De avond van deze voorbede en zalving was een goede tijd met gezin en vrienden.

Onze angst
Nu twee jaar later heb ik de rolstoel nog steeds nodig. Heeft God niet geluisterd? Je vraagt om herstel van je lichaam en wat gebeurt er eigenlijk?
Is bidden met verwachting niet vol risico’s?
Hoe kun je God bidden zonder gefrustreerd te raken? Begrijpt Hij om onze gevoelens van angst wel? De angst om tenslotte bedrogen uit te komen?
Juist deze angst heeft Jezus zo invoelend onder woorden gebracht toen hij sprak over bidden. In Lucas 11:11 horen we onze Heer zeggen: „Is er soms een vader onder u, die als zijn zoon hem om een vis vraagt, hem i.p.v. een vis een slang zal geven? Of als hij om een ei vraagt, hem dan een schorpioen zal geven?” Een schorpioen die opgerold er bijna net zo uit ziet als een hard gekookt ei. Maar, o wee als je er tegen aan tikt, dan schiet de giftige angel naar buiten.
Waarom vergelijkt Jezus onze hemelse Vader met iemand die zo iets gemeens zou doen? Het merkwaardige is dat Hij dit in Lucas 18:1-8 opnieuw doet. Daar vergelijkt Jezus God met een goddeloze rechter. Hoe kan Jezus dit doen? Hij kan God toch niet met een slecht iemand vergelijken om te laten zien hoe goed God wel is (zoals de commentaren ons vertellen)?
Als je wilt laten zien hoe goed een Mercedes is, dan vergelijk je die toch met een Ferrari en niet met een lelijk Eendje? Jezus brengt met die beide voorbeelden onze gevoelens van angst onder woorden. Wij hebben soms bij ons bidden het gevoel dat het allemaal niets helpt. Soms bekruipt ons de angst dat het allemaal niet waar is, dat God niet luistert. In die beide gedeelten over volhardend bidden, vertelt Jezus niet dat God soms zo gemeen kan zijn, maar dat wij dènken dat God ons in de steek laat. Als niemand anders heeft Jezus de diepte van onze angst gepeild. De angst dat we tenslotte alleen staan in een koud en onpersoonlijk universum.

Tranen
Tijdens en na de ziekenzalving hebben sommige van onze kinderen en ook Sita, mijn vrouw, gehuild, veel gehuild. Heer, waar is uw antwoord?
Een voorlopig antwoord kwam de volgende dag. Toch maar weer gewoon naar mijn werk op de Spartamet.
Onderweg langs de Houtense Wetering kwam er onverwacht een lied in mijn gedachten „Heilig, heilig, heilig bist Du Herr, aber gudertieren ist der Herr”. Plotseling begon ik te huilen met een diep schokken van mijn lichaam. Voor het eerst sinds 20 of 25 jaar huilde ik. God gaf antwoord, want hier hadden we zeker ook voor gebeden.
Tranen van verdriet en teleurstelling vonden hun weg vanaf dat moment. Huilen als antwoord op gebed om genezing lijkt wat pover, maar het was het begin van een vernieuwing die wat mij betreft nog heel lang mag door gaan.
In Lucas 18:1-8 vertelt Jezus een gelijkenis om ons te leren dat we moeten blijven bidden en nooit de moed moeten verliezen. Blijven bidden om de komst van de Zoon des mensen (zie 18:8), bidden dus om de komst van Gods Koninkrijk in volle glorie. Deze oproep houdt ook in dat we blijven bidden om tekenen van Gods Koninkrijk nu. We blijven bidden om lichamelijke en innerlijke genezing. De HERE onze God bedriegt ons niet en laat ons niet alleen staan met onze problemen.
Wanneer wij biddend onze levens aan God uit handen geven en ons aan Hem toevertrouwen, dan gebeurt het wonder dat Hij Zichzelf aan ons geeft.
Jezus eindigt zijn gebeds-onderwijs in 11:13 met de woorden „hoeveel te meer zal uw Vader uit de hemel de Heilige Geest geven aan hen die bidden.” Onze hemelse Vader stuurt ons niet met een kluitje in het riet, want in zijn Geest geeft Hij Zichzelf aan bidders uit handen. Niet als beloning of vergoeding, maar omdat Hij een liefdevolle Vader is.

De moed om los te laten
Huilen als antwoord op gebeden om genezing? Zeker. Dit antwoord was het begin van vele veranderingen, die ik voor geen goud zou willen missen.
Er kwam meer moed om dingen te doen. Bij een buitenlands missie voor mijn werk stonden collega’s verbaasd over wat ik deed. Niet zonder pijn, dat niet, maar de moed was er wel. Gaandeweg leerde de Heer mij ook om mijn toekomstplannen los te laten. Plannen die twee maanden voor de verlammingsziekte in 1986 waren gemaakt, biddend. Plannen om theologie te gaan studeren en te zoeken naar wegen om predikant te worden. De studie was nog niet begonnen of alles werd op zijn kop gezet. „Heb je je niet vergist?”, werd er gevraagd. Terwijl ik dit schrijf, zie ik nog levendig voor me wat ik antwoordde: „Nee, want de HERE heeft gesproken door Ps. 92:13-16. Hij heeft gesproken in de nacht waarin de angst voor mijn leven mij bekroop. Die gemene pijn kroop vanuit mijn schouders omhoog naar mijn nek ... wat zou daar opvolgen als mijn hoofd werd aangetast?” Het was overigens de angst van de onwetendheid want deze ziekte tast niet het centrale zenuwstelsel aan. Vanaf die nacht leefde de overtuiging bij Sita en mij dat de HERE mij zou inzetten om „tot in de ouderdom te verkondigen dat de HERE waarachtig is, onze rots in wie geen onrecht is” (Ps. 92:15-16).
Bijna elf jaar na die kwellende nacht werd onze vraag om genezing anders beantwoord dan wij hoopten. Loslaten van eigen verlangens en van eigen plannen om Hem ruimte te geven voor zijn plan. Welk plan? Ik weet het niet.

Vergeving
Ondertussen ging Hij voort mij te veranderen.
Eerst was mijn verdriet naar boven gekomen, later kwam er ook boosheid achteraan. Ik moest leren om met mijn hernieuwde moed om te gaan en nam een paar weken te veel hooi op mijn vork. Een periode van sterke vermoeidheid volgde. Een korte maar vrij diepe crisis kwam er achteraan.
Boosheid kwam boven in mijn gedachten en dromen. Boos was ik op God. Lelijke dingen heb ik tegen Hem gezegd. Boos zijn is op zich niet verkeerd, daarvoor is ruimte bij onze hemelse Vader. Maar onze boosheid ontaardt zo snel en we zondigen met gedachten, woorden en daden. En toch, bij de HERE is vergeving, veel vergeving. Hoe moeilijk was het om die lelijke dingen die ik tegen God gezegd had, in het bijzijn van twee broeders uit de gemeente aan God te belijden. Tijdens datzelfde gebed hebben deze twee broeders in Jezus’ naam Gods vergeving uitgesproken.
Hoe rijk is het om op grond van Jezus’ woorden te horen dat mijn zonden vergeven zijn. De ruimte die in de maanden daarna openbrak, is geweldig. Hij de Schepper van hemel en aarde vindt mij kostbaar en heeft in Christus Zichzelf voor mij gegeven. In zijn ogen ben ik kostbaar. „Mijn geliefd kind” zegt Hij.
Wanneer wij biddend onze nood bij God onze Vader brengen, dan geeft Hij uit de hemel zijn Heilige Geest. Die belofte van Jezus is al mooi om te horen, maar het is geweldig om te ervaren dat de Heilige Geest inderdaad ons leven verandert.
Dit verhaal zou aan te vullen zijn met andere voorbeelden waarin de HERE de levens van Sita en mij vernieuwt.
Mijn voortdurend gebed is Gez. 437: Vernieuw Gij mij, o eeuwig Licht, God, laat mij voor uw aangezicht, geheel van U vervuld en rein, naar lijf en ziel herboren zijn.
De rolstoel moet nog steeds mee op vakantie of tijdens wandelingen. Pijn is er nog regelmatig en de dagelijkse vermoeidheid is niet merkbaar minder geworden. Teleurstelling en verdriet kruipen soms naar binnen. Toch weten we Hem nabij en zien we steeds weer opnieuw zijn glimlach, stralend als de zon. Hij is een geweldige en liefdevolle Vader voor u, jou en mij.

Rolie Barth is natuurkundig onderzoeker en heeft sinds 1995 preekconsent in onze kerken

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief