Het probleem van Nicodemus
1999-04-02
Soms zou je helemaal opnieuw willen beginnen. Alles uitwissen en een frisse start maken met de kerk. We slepen een kerkgeschiedenis mee waar je niet vrolijk van wordt en een ballast aan traditie. Ook persoonlijk.- Jaargang 43
- nummer 7
Als iemand tot geloof komt kijken de christenen haast jaloers toe. Zo zou ik het ook wel willen. Lodewijk van Oord beschreef het probleem van Zacheüs. Hij wilde wel weten wie Jezus was maar hij hoorde niet bij de mensen om Hem heen. Zacheüs, die kon de boom in.
Maar Jezus zag hem zitten. Het leven van Zacheüs veranderde radicaal en de mensen die hun hoofd schudden en mopperden kregen een standje.
Jezus stond vaak dichter bij de mensen die verder van de traditie stonden dan bij de leraars van het volk. We leren ervan te luisteren naar mensen die met andere oren dan wij naar de Bijbel luisteren.
Wat moet ik hiermee als kerkmens?
De kerk uit, de wereld in?
Het probleem van Nicodemus: geen aanstoot geven aan de achterban en in het donker naar Jezus. ”U hebt iets wat ik niet heb. God is met U.” ”Waar God is, dat is niet te zien voor iemand die niet opnieuw geboren is, van boven geboren”, zegt Jezus als niet zo vriendelijk reactie op dit compliment.
Nicodemus moet niet iets veranderen of iets meer of minder doen, hij zal moeten sterven en opstaan, zijn identiteit opgeven en leven van de Wind.
Stel je voor: nu komen Nicodemus en Zacheüs elkaar tegen. Stel je voor dat ze alle twee navolgers van Jezus zijn geworden. Nicodemus past niet meer bij de mensen in de synagoge, Zacheüs past niet meer bij zijn vrienden tollenaars. Het nieuwe van de bekering is eraf. Zullen deze mannen elkaar herkennen? Nicodemus die bevrijding nodig had van de wet en Zacheüs die bevrijd moest worden van de wetteloosheid? Of zal Nicodemus neer blijven kijken op Zacheüs en Zacheüs op Nicodemus omdat hij per slot van het soort is dat een standje kreeg?
Onvrijheid uit zich op twee manieren: slaafse navolging en rebellie. In beide gevallen wordt het gedrag afhankelijk gemaakt van een ander. De kerk is niet ideaal. De kerk moet telkens sterven en opstaan en haar eerste liefde weer opzoeken. Maar we hebben elkaar nodig. Soms hebben we een omweg nodig. Even afstand nemen.
Dingen afleren. Weg van de ogen waarin we een bepaalde verwachting of een oordeel lezen. Mensen zoeken die een andere taal spreken. Voor sommige christenen is het van levensbelang voor hun geloof dat ze de kerk uit gaan om van een afstand positie te bepalen en zich los te maken van verkeerde beelden van God. In de kerk wordt, net als in een gezin, veel meer gecommuniceerd dan we beseffen en in die communicatie kan veel fout gaan. Ook als een jongere een goed plekje heeft in een eigen gemeente blijkt toch dat velen hun echte geloofskeus maken op een andere plek. Een weekend, een kamp, er uit, anders dan anders. En dan springt de vonk over.
Buiten de kerk is het ook niet alles. Je bent als christen maar een lichaamsdeel.
Waar is mijn voet, mijn oog, mijn oor?
Ik vind het een mooi stukje van Lodewijk.
Ik zie ze al voor me, Nicodemus en Zacheüs, lid van een gemeente, je wilt er toch bij horen. De gesprekken waar ze echt van groeien die houden ze in een groep met wat vrienden van beiden. Elke keer nieuwe input, daar blijf je scherp bij. Een kerk met kleine groepen waar je niet consumeert maar deelt. En dan geen geschud van hoofden en gemopper over die bekrompen kerkgangers, of over ”die lui die zich nergens wat van aantrekken.” Elkaar verdragen. We zijn per slot aan elkaar gegeven en wie weet waarvoor we elkaar nog eens nodig hebben.
Maria
Nu plotseling het nachtelijk duister wordt verscheurd
en ik tot leven wordt gewekt op ’t horen van mijn naam,
en zie wie bij mij staat, en al wat is gebeurd
begrijp, en weet: hier valt ineens tezaam
het ganse universum, pas uiteen gespat
hoe zou ik dan uw voeten niet omarmen,
mij vastklemmen aan U, mijn heil, mijn hart?!
Heer, leer mij leven nu, in uw erbarmen,
in het vertrouwen dat wat morgen weer tot wanhoop mij verwart,
mij niet kan scheiden van uw eeuwige, volmaakte liefde, waarmee U mij altijd al zo hebt lief gehad.
Jeannette